China behandelt EU als zeurend broertje
Het is tijd dat Europese landen inzien dat de wens om een eigen Chinabeleid te voeren onrealistisch is. Anders neemt China ons niet serieus, meent François Godement.
China heeft de jaarlijkse top met de Europese Unie, die vandaag in Lyon zou worden gehouden, afgezegd. Dit besluit wordt verklaard door de beslissing van de Franse president Sarkozy om een paar dagen later de dalai lama in Polen te ontmoeten. Een diplomatiek incident, maar het toont aan dat de Europese leiders harde feiten onder ogen moeten zien over hun betrekkingen met China.
De Chinese leiders zijn inmiddels handiger geworden in het ‘vergulden’ van bittere pillen. Officiële instanties spreken over ‘uitstel’ van de top in plaats van over ‘afgelasting’. China zal hoffelijk zijn jegens zijn Europese vrienden en de volgende dag alweer klaar staan zaken te doen.
Maar de Chinese leiders hebben dit besluit niet zomaar genomen. Je moet teruggaan naar de breuk met de Sovjet-Unie in de jaren zestig om er een multilateraal precedent voor te vinden, en verder hebben ze zich alleen tegenover individuele buurlanden als Japan en Singapore zo gedragen.
De Chinezen doen voor niemand onder bij het inschatten van de sterke en zwakke punten van hun internationale partners. Europese regeringen moeten daarom goed nadenken over de vraag waarom China zich in staat acht ze zó kort van tevoren de wacht aan te zeggen, alsof het gaat om een bespreking van lagere ambtenaren.
China heeft zich bij het afzeggen van de top gesterkt gevoeld door de Europese verdeeldheid. Tibet, de directe oorzaak van de afzegging, leert ons een hoop over de gevaren van de Europese onenigheid. Toen de Duitse bondskanselier Merkel de dalai lama in september 2007 ontving, kreeg Duitsland geen steun van zijn Europese partners. Toen een paar maanden vóór het begin van de Olympische Spelen in Peking rellen uitbraken in Tibet, lukte het de Europese leiders niet hun reacties te coördineren. Merkel zei dat ze nooit van plan was geweest naar de Spelen te gaan, de Britse premier Brown dat hij altijd al had gezegd dat hij slechts de slotceremonie zou bijwonen, Commissie-voorzitter Barroso dat hij nooit had overwogen niet aanwezig te zijn en Sarkozy dat hij erover zou nadenken.
De gang van zaken werd er niet beter op toen de olympische vlam eenmaal was gedoofd. Eerder deze maand koos Groot-Brittannië met een uiterst ongelukkig gevoel voor timing de dag waarop de gezanten van de dalai lama en China elkaar ontmoetten, voor de aankondiging van een herziening van zijn eeuwenoude beleid ten aanzien van Tibets autonomie. Zonder de Europese partners daarvan op de hoogte te stellen.
Wat de redenen voor die stap ook mogen zijn geweest – sommigen zinspelen erop dat het een prelude was op de poging van Gordon Brown om China tot financiële samenwerking te bewegen – Chinese functionarissen grepen de hun geboden kans met beide handen aan. Ze lazen de Tibetanen de les en gaven EU-voorzitter Frankrijk een veeg uit de pan.
Er zijn weinig aanwijzingen dat president Sarkozy andere Europese regeringen heeft geraadpleegd voordat hij aankondigde de dalai lama in Gdansk te zullen ontmoeten, minder dan een week na de Europees-Chinese top.
De Chinese indruk dat de Europeanen zwak zijn, zal zijn versterkt door de opeenvolgende mislukkingen van het Europese Constitutionele Verdrag uit 2005 en het Verdrag van Lissabon uit 2007. En het zou nog erger kunnen worden. In haar officiële reactie op de afgelasting van de top, heeft de EU het op klaaglijke toon over de „huidige behoefte aan nauwe economische samenwerking tussen Europa en China, op een moment van een mondiale financiële crisis”. Dit zal, samen met de geruchten dat Brown Tibet aan de dijk heeft gezet om China te paaien, als een bevestiging van de Europese zwakheid worden gezien.
Het is al een tijdje bon ton onder Chinese buitenlanddeskundigen om te zeggen dat Europa niet serieus hoeft te worden genomen. Europa zou eerder morele dan strategische doelen nastreven en niet goed weten wat het met China wil, en de concurrentie onder de lidstaten om de gunsten van China zou zo groot zijn dat China niet eens het vuurtje onder de voeten van Europa hoeft op te stoken, omdat het dat uit zichzelf wel doet.
Het is tijd dat Europa het licht ziet. De wens van nostalgische gaullistische diplomaten in Parijs en Britse imperialistische dromers in Londen om hun eigen ‘China-beleid’ te kunnen blijven voeren, is uit de tijd en onrealistisch. Een nieuw Europees beleid jegens China moet de volgende elementen omvatten:
Europa moet voet bij stuk houden als het om Tibet en de dalai lama gaat.
De lidstaten moeten hun China-beleid op het hoogste niveau coördineren.
Europa moet zorgvuldig zijn belangen in China tegen elkaar afwegen. De argumenten vóór financiële samenwerking zijn overtuigend. Maar heeft Europa daar meer behoefte aan dan China? Europa zou stilletjes een financiële diplomatie met China moeten bedrijven, die wederzijdse belangen dient. Er is geen enkele reden om beginselen te verloochenen.
Ten slotte moeten we van de Chinezen leren geduld te oefenen. We moeten wijzen op de dubbele moraal in het Chinese besluit – China heeft de dalai lama nooit eerder gebruikt als excuus om weg te lopen uit besprekingen met anderen. We moeten opmerken dat, nu de Chinese economie afkoelt, de leiders van het land binnenlandse redenen kunnen hebben voor het zoeken naar buitenlandse zondebokken en het aannemen van een stoere nationalistische houding. Intussen zijn er vele Europese grieven waaraan China geheel en al voorbijgaat: het overschot op de handelsbalans, intellectuele eigendomsrechten, productveiligheid, een gelijke behandeling op het gebied van investeringen en beleggingen.
Europa heeft China alle voordelen van zijn open markt en systeem gegund, maar wordt niettemin behandeld als een diplomatieke zeur. Totdat de Europese leiders hun zaakjes op orde krijgen, lijkt er weinig vooruitzicht op verbetering.
François Godement is directeur van het Azië Centrum van Sciences Po in Parijs en is verbonden aan de denktank European Council on Foreign Relations.
