Let op je woorden in de collegezaal

Door Thomas Blondeau

De Universiteit van Amsterdam wil opnames van gastcolleges verbieden. Dat zou een uppercut zijn voor de vrije uitwisseling van ideeën.

Een heleboel taperecorders een beetje aan de kant schuiven. Dat was het eerste wat de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984) moest doen voordat hij college kon geven. Zijn bureau lag vol met de apparaatjes. Hij was een universitaire popster. Studenten wilden geen woord missen.

Een propedeusestudent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) wou verleden week ook opnames maken in de collegezaal. Aan het woord was gastspreker Kay van de Linde, toen nog steunpilaar van Trots op Nederland (TON). Over de beweging van Rita Verdonk zei hij dat deze „gebakken lucht” was. Ook zei hij: „Een persoon. Geen partij. Geen inhoud en geen echte standpunten. Helemaal niets.” De citaten lekten uit, Van de Linde stapte op.

De UvA heeft daarmee laten zien dat zij in staat is goede sprekers aan te trekken uit de bloederige arena van de politiek. Daar hoort ze trots op te zijn. Maar nee, in plaats van een fier gezwollen borst toont ze een trillerige pruillip. De UvA wil een gedragscode die studenten verbiedt om opnames te maken van gastcolleges. Want anders neemt „de kans op boeiende gastcolleges” af, volgens de docent die de colleges organiseert.

Dat wil dus zeggen dat een paar achttienjarigen die net thuiskomen van hun ontgroening meer recht hebben op belangrijke politieke informatie dan u of ik. Nog voordat zij de eerste boetes voor te lang uitgeleende boeken moeten betalen, hebben ze al een voorsprong in het stemhokje.

De gedragscode is onrechtvaardig en onuitvoerbaar. Onrechtvaardig, want de UvA wil de vrije uitwisseling van ideeën beperken. Dat het hoger onderwijs zich daarmee inlaat, is ironisch. Een van de geestelijke vaders van de vrijheid van ideeën en discussie gaf hoog op over de collegezaal. De liberale filosoof John Stuart Mill (1806-1873) stelde eisen aan de context waarbinnen een mening geuit mag worden, wil deze opinie tellen als een daad die zich beroept op de vrijheid van expressie. Voor die Milliaanse context heeft Alan Haworth (hé, ook een politicoloog) de metafoor van de collegezaal bedacht. Simpelweg: in een collegezaal mag alles gezegd worden. Want daar mag je verwachten dat mensen niet zomaar wat roepen, en dat iedereen wel iets van het te bediscussiëren onderwerp af weet. Mediastrateeg Van de Linde weet hoe politiek en media werken. Toch is hij maar wat gaan roepen in een plaats waar dat niet hoort. Daar draagt hij nu de gevolgen van.

De gedragscode is ook onuitvoerbaar. Hoe kunnen opnames verhinderd worden? Door te fouilleren? Alle telefoons in beslag te nemen? Mogen studenten de woorden van de gastspreker opschrijven? Mogen de uitgesproken zinnen worden onthouden, en later doorverteld? En als aantekeningen en herinneringen de collegezaal mogen verlaten, hoe lang mogen ze dan niet in de openbaarheid worden gebracht?

Voor de universiteit gelden toegangseisen, zoals een bepaald diploma en collegegeld. Over de daar opgedane kennis mag een student vrij beschikken. Want hij of zij heeft ook geleerd hoe met die kennis om te gaan.

Misschien was de Amsterdamse student met de voicerecorder wel idolaat van Van de Linde, de popster van de mediastrategie. Misschien veranderde dat toen de TON-dokter de toffe jongen wou uithangen met een paar boude uitspraken. Vervolgens deed de student niets minder dan zijn burgerplicht. Geruchten dat de student dit tegen grove betaling zou hebben gedaan, zijn niet bevestigd en zelfs tegengesproken.

De UvA wil in de toekomst voorkomen dat studenten praten over wat ze in de collegezaal horen. Want de UvA is bang. Bang omdat er misschien voorzichtiger geformuleerd gaat worden door gastsprekers. Dat is een klein offer in vergelijking met de vrijheid die ze nu op het hakblok legt.

Kay van de Linde, voormalig spindoctor van Rita Verdonk, heeft in een gastcollege aan de UvA gezegd dat de partij van Verdonk „gebakken lucht” is. Studenten gaven dit door aan Geenstijl die het publiceerde.

Mocht deze informatie doorgespeeld worden naar Geenstijl? Nee, schrijven medestudenten in een ingezonden brief aan de Volkskrant: „Op lafhartige en schaamteloze wijze hebben zij zich de uitspraken van Van de Linde toegeëigend en de vertrouwensband die Van de Linde met de UvA heeft, is daarmee in één haal doorgesneden.”

Thomas Blondeau (30) is schrijver en redacteur voor het Leids Universitair Weekblad Mare.

Gepubliceerd in:
Opinie
Opinie