Stel de krantenbegrafenis nog maar héél lang uit
Het is een misverstand dat met bloggers en de burgerjournalistiek de rol van de professionele journalist is uitgespeeld. In alle informatiechaos blijft de journalist die het nieuws selecteert en duidt cruciaal. De Tweede Kamer debatteert volgende week over de media.
De kwaliteitskrant doorstaat een revolutie. Decennia-, ja zelfs eeuwenlang had de krant één verschijningsvorm, papier, en meestal één deadline per 24 uur. Daar is internet bijgekomen en dat betekent elektronisch publiceren op een website waar het nieuws non-stop doorgaat. Internet is voor dagbladen een verrijking: het biedt mogelijkheden voor snel nieuws en interactie en er kan worden geput uit eerder verschenen artikelen, die vroeger in de kattenbak belandden. Internet is niet gekomen in plaats van, maar als aanvulling op de papieren krant.
De krant is ook inhoudelijk veranderd door de komst van internet, heeft er haar voordeel mee gedaan. Het kortlopende nieuws is er nog wel, maar de krant is veel meer de betekenisgever van dat nieuws. Ze graaft dieper en wordt daarmee spannender. Daarnaast is de krant op zoek naar nog nieuwere kanalen, zoals iPhone en ePaper.
Al die verspreidingsvormen van kwaliteitsjournalistiek bieden kansen om nieuwe groepen te binden. Dat is nodig, want de jongere generaties nemen niet automatisch een abonnement op een papieren krant. Dat is niet typisch Nederlands: de oplage van betaalde kranten daalt ook in andere Europese landen en in de VS. Onstuimige groeikranten zijn nog te vinden in Azië en Zuid-Amerika. In Nederland is de uitzondering nrc.next: binnen drie jaar van niks naar een betaalde oplage van bijna 80.000.
Het is niet dat meer mensen de papieren krant opzeggen, maar de aanwas van nieuwe lezers daalt. In de jaren negentig was dat anders. Toen stroomden lezers (en adverteerders) als vanzelf binnen omdat er minder alternatieven waren voor de papieren krant. Maar tel je nu de ‘papieren’ lezers en de sitebezoekers bij elkaar op, dan worden kwaliteitskranten beter gelezen dan ooit.
Wat bij al die vernieuwing niet verandert, is de behoefte bij lezers én bij journalisten aan een bepaald soort, solide informatie. De eigenschappen van de kwaliteitskranten – nieuwsgierig, onafhankelijk, diepgravend – gelden ook voor de informatie die zij via internet leveren. Ik zie overal om me heen dat die behoefte blijft omdat de functie van de krant, het nieuws brengen en duiden, bij uitstek past bij een samenleving waar een overdaad aan nieuws uit alle hoeken van de wereld op iedereen afdendert. Kranten geven daar betekenis aan.
De krantenredactie, kortom, is levenslustiger dan ooit tevoren. Daarom is het zo vreemd dat er een golf van negativiteit over kranten wordt uitgestort, alsof ze op sterven na dood zijn. In hun dezer dagen verschenen boek De krant moet kiezen constateren journalisten Warna Oosterbaan en Hans Wansink dat de kwaliteitskrant ten prooi is aan ‘Verelendung’. En minister Plasterk vergeleek in zijn Persbrief aan de Kamer eventuele overheidssteun aan kranten met monumentenzorg.
Degenen die kranten beschouwen als monument, redeneren dat ze worden bedreigd door de zogeheten nieuwe media. Maar ze vergeten: die nieuwe media zijn de kranten ook zelf. Het verschil tussen papier en internet is kleiner dan het zo graag wordt voorgesteld. Internet levert immers niet één vorm van informatie. Ook op het web kun je de eisen voor de kwaliteitsjournalistiek toepassen, zoals betrouwbaarheid en onafhankelijkheid. De site van een kwaliteitskrant kan zich bijvoorbeeld onderscheiden door de reacties van gebruikers te modereren en het gebruik van anonimiteit (en dus niet te verifiëren reacties) te ontmoedigen – anders dan sites als Geenstijl of Dumpert.
Niemand kan volhouden dat mensen op internet zelf wel uitzoeken wat het belangrijkste nieuws is en dat dan even in een context plaatsen. Op het web is evengoed expertise nodig voor verklaring en analyse. Als bezoeker google je zelf achtergronden niet zo maar bij elkaar – tenzij je naar een krantensite surft. En wat meningen betreft, die zijn er in overvloed op internet. Maar waar vind je een écht deskundig oordeel over boeken, film, toneel, de plannen van Barack Obama en het softdrugsgedoogbeleid?
Het is een misverstand gebleken dat met bloggers en burgerjournalistiek de rol van professionele journalist is uitgespeeld. In de moderne informatiechaos blijft de journalist die het nieuws selecteert en duidt cruciaal. Kranten doen wel hun voordeel met de reactiemogelijkheid van internet en gebruiken bijvoorbeeld in een juridisch of economisch blog de kennis van hun lezers en drukken dat ook weer af.
De grote kunst voor de kranten is nu om geld te verdienen met hun publicaties op internet. Geld dat ze nodig hebben, omdat kwaliteitsjournalistiek niet gratis kan worden geproduceerd. Een wetenschapsredactie, experts op het gebied van kunst, een politieke redactie, een correspondentennetwerk – dat is allemaal kostbaar. Zoals mediarecensent David Carr van The New York Times opmerkte: de nieuwe online realiteit is er al, het was fijn geweest als er een businessmodel bij geleverd was.
Overal in de wereld worden kranten hiermee geconfronteerd. Ze kiezen soms voor een betaalde site, als ze speficieke informatie leveren zoals The Wall Street Journal. Meestal opteren ze voor een zo groot mogelijk bereik zoals The New York Times. Maar het lijkt onhaalbaar om bij een krantensite voldoende advertenties te werven om kwaliteitsjournalistiek te kunnen betalen, al was het maar omdat de advertentiemogelijkheden op internet zoveel harder groeien dan het mediabudget van de adverteerders.
Al te vaak wordt aangenomen dat alles op internet gratis moet zijn. Dat klopt niet: ja, nieuws is gratis, maar betekenisvolle informatie (duiding en context) niet – althans zou het niet moeten zijn want kwaliteitsinformatie kost geld en is dat waard. Het is mogelijk om websitelezers die geen reguliere abonnee zijn te laten betalen voor specifieke diensten. Dan moet helder zijn dat je iets speciaals biedt wat elders niet (of niet op dat moment) is te vinden, zoals het complete krantenarchief of de snel beschikbare digitale editie die ook te lezen is in een ver buitenland.
Kranten zullen nog vele modellen en nieuwe verspreidingskanalen moeten zoeken en uitproberen en daarbij zal niet alles slagen, zoals dat gaat bij innovatie. Die zoektocht naar vernieuwing vergt ook betrokken uitgevers die bereid zijn te investeren in de toekomst van kranten. Bij de overheid gaan wij niet aankloppen om ‘monumentenzorg’ want dat brengt de schijn van verplichtingen met zich mee. Wat echter niet helpt, is dat om duistere redenen over inkomsten uit digitale informatie het hoge btw-tarief geldt van 19 procent terwijl op de papieren krant het tarief 6 procent is.
Dat er een markt is en blijft voor kwaliteitsnieuws zoals kranten die brengen – dat is duidelijk. Er is nog geen nieuw medium opgedoken dat die functie heeft overgenomen en Nederlanders zijn niet opeens minder goed opgeleid of minder geïnteresseerd in wat er in de wereld gebeurt. De kwaliteitskrant is nooit een massaproduct geweest. NRC Handelsblad en nrc.next blijven op weg naar de toekomst waarin we de mooiste kranten maken die er bestaan – op papier en via al die andere kanalen. Omdat we vinden dat onze lezers niet zonder kunnen.
