Zo, dus CO2 is niet gevaarlijk, minister Cramer
Vanavond debatteert de Barendrechtse raad over de ondergrondse opslag van CO2 nabij een woonwijk. Er hoeft maar iets mis te gaan of er voltrekt zich een ramp, stelt Rob Biersma.
Minister Cramer (Milieu, PvdA) heeft onlangs 60 miljoen euro ter beschikking gesteld voor proefprojecten voor ondergrondse opslag van kooldioxide (CO2) bij Geleen en Barendrecht. Mochten deze projecten slagen, dan kan er op grote schaal worden begonnen met het afvangen en opbergen van CO2 (CCS, carbon caption and storage) en staat niets een toekomst van ‘schoon fossiel’ meer in de weg.
Maar de milieubeweging is niet enthousiast. Met de belofte van CCS worden er gewoon kolencentrales bijgebouwd en komt duurzame energie als zon en wind niet van de grond. De CCS-techniek kost zelf ook veel energie. En mogelijk speelt de vrees een rol dat ondergrondse opslag van CO2 de weg plaveit voor ondergrondse opslag van kernafval.
Ook leven er bezwaren tegen CO2-opslag onder de bevolking. Vooral het project bij Barendrecht, waarvoor Shell het CO2 levert, heeft tot veel commotie geleid. De twee lege gasvelden, waarin het CO2 zou worden opgeborgen, bevinden zich onder woonwijken. En de bewoners voelen zich daar niet gerust bij: sommigen vrezen verzakkingen, anderen waardedaling van hun huis en ten slotte zijn er mensen die bevreesd zijn voor hun gezondheid.
Bij dit laatste werden vele geruststellende woorden gesproken. Shell heeft veel ervaring met injecties in gasvelden. Bovendien, zo stelde minister Cramer, „is CO2 geen gevaarlijk gas. We ademen het zelf uit”.
Maar dat is toch iets te simpel. De ademlucht van minister Cramer bevat 3 procent CO2. Iedere Arbo-inspecteur kan de minister vertellen dat dit wel degelijk een gevaarlijk hoog niveau is. In artikel 4.4 van het Arbo-besluit wordt beschreven onder welke omstandigheden CO2, verpakt in cilinders, mag worden opgeslagen. Wanneer in ruimten de CO2-concentratie de 1,5 procent overschrijdt dient een vooralarm af te gaan, bij 3 procent een hoofdalarm en vanaf 5 procent mogen alleen medewerkers met ademhalingsapparatuur de ruimte betreden.
Ook zonder lekkende cilinders vallen geregeld dodelijke slachtoffers door CO2-verstikking bij werkzaamheden in silo’s, opslagtanks en scheepsruimen. CO2 is zo gevaarlijk, omdat het kleur- en geurloos is en bij lekkage ongemerkt een gevaarlijke concentratie opbouwt. Giftiger gassen als chloor (Cl2), ammoniak (NH3) en zwavelwaterstof (H2S) veroorzaken minder slachtoffers, omdat de reukdrempel ruim boven het dodelijke niveau zit.
Volgens de Amerikaanse EPA (Environmental Protection Agency) is CO2 niet zomaar een verstikkend gas, maar heeft het een „paradoxale” en „actieve fysiologische” werking. Bij blootstelling aan concentraties tot 4 procent wordt de ademhaling dieper, wat onder bepaalde omstandigheden juist gunstig kan zijn. Maar boven de 17 procent is CO2 voor mensen binnen 1 minuut dodelijk. In de tussenliggende concentraties treedt duizeligheid, verdoving en bewusteloosheid op.
Grondig onderzoek naar de verdovende werking van CO2 is gedaan door Wageningen Universiteit (Vertrouwelijk rapport 36, Literatuuroverzicht voor verdovingsmethoden voor pluimvee, februari 2007). Voorafgaand aan het „verbloeden” van slachtkuikens dienen deze verdoofd te worden. Hierbij blijkt CO2 favoriet. Door het geleidelijk verhogen van de concentratie raken de kuikens snel buiten bewustzijn zonder stress en convulsies. „Een belangrijk voordeel van CO2-verdoven is een verbetering van de vleeskwaliteit, doordat bloedingen en breuken niet optreden.” Bij andere verstikkende gassen zoals argon en stikstof gebeurt dit wel.
De bijzondere verdovende werking van CO2 wordt verklaard door de snelle opname in het bloed. Door een hogere CO2-concentratie in de hersenvloeistof wordt de ademhaling versneld, waardoor de opname van CO2 ook weer sneller gaat. Als gevolg hiervan stijgt de zuurgraad van de hersenvloeistof. Komt deze zuurgraad boven een kritische waarde (in chemisch jargon: pH lager dan 7), dan treedt analgesie (verdoving zonder bewusteloosheid), anesthesie (bewusteloosheid) en tenslotte de dood in.
Dat is dan ook de reden waarom CO2-slachtoffers dikwijls in zo’n vreedzame toestand worden aangetroffen: ogenschijnlijk slapend, dikwijls op de plaats van hun dagelijks bezigheden.
Op 21 augustus 1986 kwamen in Kameroen in dunbevolkt gebied circa 1.700 mensen om het leven. Ook waren alle dieren dood. Het was een geheimzinnige ramp, omdat aanvankelijk niet duidelijk was wat de oorzaak was – er waren geen gewonden of getuigen. Pas na een maand werd door geologen vastgesteld dat uit het Nyosmeer, een vulkanisch meer van 200 meter diep, in één keer een immense hoeveelheid CO2 moest zijn vrijgekomen. Het kooldioxide, anderhalf keer zo zwaar als lucht, had zich als een deken over het land verspreid. Slachtoffers waren gevallen tot op 25 kilometer afstand.
Is het proefproject in Barendrecht daarom een volstrekt onverantwoord experiment? Dat valt niet zo eenvoudig te zeggen. In de industrie wordt dagelijks met gevaarlijke gassen gewerkt. En geheel nieuw is CO2-injectie in de diepe ondergrond niet. Een kleiner pilotproject met CO2-injectie loopt al vanaf 2004 in Ketzin, een dorp met 4.000 inwoners ten westen van Berlijn. Maar het gas wordt per vrachtwagen aangevoerd, het gaat om bescheiden hoeveelheden in een landelijke omgeving. In Barendrecht gaat het om grotere hoeveelheden nabij stedelijke woonwijken.
Daarom is het wel degelijk denkbaar dat, als bij windstil weer een forse hoeveelheid CO2 vrijkomt, zich een soortgelijke ramp voltrekt als rond het Nyosmeer. Misschien kleiner in omvang, maar toch een ramp.
Veel zal afhangen van de veiligheidsmaatregelen die Shell treft. Men kan daar alle vertrouwen in stellen of men kan zijn twijfels hebben. In dat geval zal de discussie gaan over hoeveelheden, technische voorzieningen en ongevalskansen.
En dat is heel wat anders dan CO2 afdoen als „ongevaarlijk”.
Rob Biersma is redacteur van NRC Handelsblad.
