De elektronische krant heeft zich in mijn leven genesteld

De krant op een Sony Reader
Louise O. Fresco

Als bij een Zwitsers zakmes ontvouwen zich tal van toepassingen

Lang heb ik gedacht dat de krant in elektronische vorm zich tot de papieren krant verhield zoals het Concertgebouworkest op de radio zich verhoudt tot een concert in de Grote Zaal. De noten zijn er allemaal, maar het haalt het niet bij de echte ervaring van luisterend wegzinken in je eigen gedachten.

Een krant lezen doe je onder de schemerlamp, of in bad met natte handen, of aan tafel, tussen thee- en marmeladepot. De krant appelleert niet alleen aan het verstand maar ook aan de zintuigen: het gladde papier met zijn kartelrandjes, het lichte knisperen van het omslaan van de bladzijden, die nauwelijks waarneembare inktgeur die altijd scherper wordt in het zonlicht. Zelfs de drukfouten hebben hun eigen charme: een rode balk die ineens verticaal over een kolom loopt, een te laag afgesneden pagina. Tegen dat alles kon het beeldscherm niet op, vond ik, met zijn altijd perfecte letters en zijn heldere geurloze achtergrond. Een beeldscherm dat je immers niet in de zon kon lezen, of in het zand. Om maar te zwijgen van de onweerstaanbare combinatie poes & krant.

Er is niet een beslissend moment geweest waarop ik mij bekeerd heb: de elektronische krant heeft zich geleidelijk in mijn leven genesteld. Het begon toen ik naar Nederland verhuisde en ontdekte dat mijn brievenbus (duidelijk al ontworpen op het postloze tijdperk) iedere twee dagen verstopt raakte. Het alternatief – elke dag de kranten los kopen – was, in tegenstelling tot Italië, ondoenlijk. Waar daar op iedere straathoek een giornalaio (krantenkiosk) staat, zoek je hier met grote moeite een winkel van sinkel die met zijn voorwereldlijke sluitingstijden nog net toestaat dat je tussen de rollen pepermunt, tramkaarten en roddelbladen het enige exemplaar van NRC Handelsblad weggrist.

Ook vielen tegelijkertijd één voor één de bezwaren tegen de elektronische krant weg: er bestaan beeldschermen die je bij wijze van spreken onderweg naar de Zuidpool nog kunt lezen. Met de onvervulde nostalgie naar knisperend papier bleek te leven, al was het maar omdat het toetsenbord in een onvermoede poezenspeeltuin veranderde. Artikelen afdrukken bevredigde mijn verlangen naar een tastbare opslag.

Tegenover de tekortkomingen staan immers zo veel voordelen. Als bij een Zwitsers zakmes, ontvouwen zich uit de elektronische krant tal van toepassingen: een multimediaal archief waar allerlei materiaal samenkomt en naar elkaar verwijst. Kaarten, foto’s, filmpjes, geluidsfragmenten en lezersreacties bieden zoveel meer dan een krantenfoto en -tekst. Zo verdwijnt overigens wel de krant van de dag, want wie NRC Handelsblad op internet opzoekt, vindt onder het artikel van vandaag onmiddellijk een lijst van artikelen en doorverwijzingen van uiteenlopende datum. En natuurlijk valt alles op te slaan en eenvoudig te vinden via trefwoorden. Geen problemen meer met de bezorging, want de krant is overal te raadplegen: daar komt geen krantenjongen of -meisje meer aan te pas. Dan zwijg ik nog over die geweldige rijkdom van het web: wat de Le Monde, The Botswana Gazette of de Correo de Punta del Este zeggen, is slechts een muisklik verwijderd.

De elektronische krant is een blijvertje. Waarom blijf ik dan toch altijd weer de papieren krant lezen? Hoe onlogisch – ze bevatten (bijna) dezelfde informatie. Maar al die elektronische rijkdom kent een prijs: het verlies van de serendipiteit van het lezen. De papieren krant biedt die bijzondere sensatie van gerichte en ongerichte aandacht, van kriskras over een pagina reizen. Een vorm van lecture automatique, een doezellezend zweven en zwerven langs de letters, tot mijn oog struikelt over een toevallig woord, een kop, een foto die iets oproept, vaak iets wat niet eens onmiddellijk benoemd kan worden, waardoor ik ineens alles wil weten of juist niets. De krant lezen is letterlijk dingen over het hoofd zien, of uit je ooghoeken waarnemen, en dan ineens inzoomen. Meningen en informatie laten bezinken tot een uniek conglomeraat van nieuwe feiten, gedachten en herinneringen. De krant vormt een spoorwegemplacement waar allerlei brokstukken informatie al lezend worden gerangschikt.

Dit associatieve lezen en verwerken van gedachten is direct verbonden met de fysieke eigenschappen van de krant: los, groot formaat papier dichtbedrukt met tekst van verschillende lettertypes, onderbroken door een enkel beeld. Oneindig meer dan een boek dat lineair gelezen wordt, meer dan een tijdschrift dat de boekvorm imiteert, voedt de krant mijn creativiteit. Al zwervend over de pagina komen lang vergeten associaties op, maken mijn gedachten rare sprongetjes, juist als ik iets lees wat ogenschijnlijk niets te maken heeft met mijn onderwerp van het moment. Via foto’s van vluchtelingen in Congo denk ik aan mijn vier jaar in het land, en vandaar ineens aan Claude Lévi-Strauss en de Amazone, wat me brengt op de CO2- uitstoot en hoe dat nu moet met Afrika, met als zijlijn mijn bezorgdheid over de beoordeling van wetenschappelijke gegevens... Zo ongeordend gaat dat.

Zo niet bij de elektronische krant met zijn lijst van titels, waaruit je kiest en dan een lang moment wacht tot het bijbehorende artikel op het scherm verschijnt. De elektronische krant vraagt besluitvaardigheid en geconcentreerd geduld. In al zijn rijkdom blijft het een aanvulling: niets vervangt het onaandachtig mijmeren boven de krantenpagina’s.

Gepubliceerd in:
Opinie