Bij klassieke muziek zit de spanning in de stilte

Door Rob Streevelaar

Er is muziek waarbij je praat, drinkt of danst en er is muziek waarvan je meer geniet door ernaar te luisteren. Bij klassieke muziek zit de spanning in de stilte.

Hans Abbing (Opinie, 2 februari 2009) pleit voor concerten met klassieke muziek in een lossere setting. Waarbij ruimte is om te praten, te drinken en te dansen. Maar met het opvoeren van niet geslaagde experimenten ontkracht hij zijn stelling.

Abbing impliceert onterecht dat de gebruikelijke stilte tijdens een concert bedoeld zou zijn om ‘analytisch’ te kunnen luisteren. Het publiek kiest die stilte echter vooral om optimaal van de muziek te kunnen genieten. Er is muziek waarbij je praat, drinkt of danst en er is muziek waarvan je meer geniet door ernaar te luisteren.

Daarom gingen de zakken chips in Groningen pas na het concert open. Met etiquette heeft dat niets te maken. Het zal ook Hans Abbing niet verbazen dat veel muziek vanuit stilte ontstaat en zijn kracht daaraan ontleent. Net als bij het vertellen van een verhaal zit de spanning bij muziek vaak in de stilte, tussen de noten. Vaak geldt dat overigens ook voor popmuziek of jazz en het publiek dat van muziek houdt herkent het. Abbing houdt meer van dance dan van klassieke muziek.

Hoge kunst is volgens Abbing hoogdrempelig. Die hoge drempel zit hem echter niet in de kunst maar in de prijs die het publiek ervoor moet betalen of in de plek waar het wordt geprogrammeerd. Er zijn tal van voorbeelden waar het substantieel verlagen van de drempel voor klassieke muziek tot groot enthousiasme bij nieuw publiek leidt. Bij het Nederlands Philharmonisch Orkest gebeurt dat wekelijks bij de activiteiten via NedPhO GO!, waarbij we op ongebruikelijke plekken klassiek muziek van topkwaliteit presenteren. In de wijk, op scholen of in ziekenhuizen.

Naast de locatie is ook de plek van een ‘traditioneel’ concert in een avondje uit een factor van betekenis: wij ontvangen aantoonbaar een nieuw en ander publiek bij onze kortere en goedkopere concerten in het Concertgebouw. De randprogrammering voor en na onze reguliere concerten met interviews en ontmoetingen met musici trekken veel publiek, creëren een ‘lossere sfeer’ en bieden gelegenheid ervaringen uit te wisselen.

De kinderen die we uitnodigen bij onze concerten, afkomstig uit alle wijken van Amsterdam, reageren enthousiast en leggen moeiteloos contact met onze musici. Die ontmoetingen zijn overigens voor beide groepen een verrijking. De gewoonte om stil te zijn tijdens een klassieke concert is dus niet de drempel. Die drempel bestaat uit de onbekendheid met de muziek en de prijs voor een kaartje.

Het is de hoogste tijd om die te slechten. Dat kan door aansprekend en voor ieder kind bereikbaar muziekonderwijs – met daarin een rol voor de professionele muziekwereld! -, door nieuwe formats voor concertprogrammering en gastvrijheid rond de concerten en door betaalbare concertkaartjes.

Misschien bedoelt hoogleraar Abbing het goed. Maar door een imago te schetsen dat op onjuiste of op zijn minst op zeer persoonlijke aannames en voorkeuren is gebaseerd draagt hij niet bij aan de toekomst van de klassieke muziek.

In Venezuela ontstonden honderden klassieke jeugdorkesten via een overheidsprogramma dat klassieke muziek bereikbaar maakt voor de jeugd. Uitbundigheid en stilte wisselen elkaar af in de concerten die deze jongeren wereldwijd geven in overvolle zalen. Hun plezier bewijst de kracht en de tijdloosheid van deze muziek en, zo nu en dan, van de stilte.

Rob Streevelaar is directeur van het Nederlands Philharmonisch Orkest

Discussieer mee op nrc.nl/expert

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie