Verhoog AOW-leeftijd met een of twee maanden per jaar

Door Lans Bovenberg

Het verhogen van de AOW-leeftijd met twee maanden per jaar is eerlijk en sociaal. Deze maatregel zal de economie zowel op de korte als lange termijn stimuleren.

Op de korte termijn vergroot het de budgettaire ruimte voor gericht crisisbeleid en draagt het bij aan vertrouwen in solide overheidsfinanciën. Op de lange termijn vergroot een hogere pensioenleeftijd het arbeidsaanbod als de vergrijzing de arbeidsmarkt verkrapt. Aanvullende maatregelen zijn geboden voor sociaal kwetsbare groepen die moeilijk door kunnen werken tot de AOW-leeftijd.

Eerlijke maatregel

Het verhogen van de AOW-leeftijd met een maand per jaar is mogelijk omdat de resterende levensverwachting voor mensen van 65 jaar trendmatig stijgt met zo’n maand per jaar. Jongere cohorten gaan weliswaar later met pensioen maar genieten er toch net zo lang van als oudere generaties omdat ze langer leven.

Het meest belangrijke aspect van ouderdom is niet de tijdspanne sinds de geboorte maar de resterende levensverwachting. Door de norm van de AOW-leeftijd te koppelen aan de trendmatige stijging van de levensverwachting blijft de bevolking cultureel en sociaal langer jong en verzilveren we de vergrijzing door het belangrijkste kapitaal van een kennisintensieve diensteneconomie te koesteren: de gezondheid en het talent van mensen. Daar komt bij dat de gezonde levensverwachting nog sterker stijgt dan de feitelijke levensverwachting. Met betere hulpmiddelen, waaronder ICT, kunnen mensen met lichamelijke beperkingen hun talenten blijven inzetten. Ook de verschuiving van een industriële economie naar een diensteneconomie met minder fysiek belastbare arbeid speelt daarbij een rol.

Sociale maatregel

Door de pensioenleeftijd geleidelijk te verhogen kan het sociale karakter van Nederland worden behouden. De dienstverlening in arbeidsintensieve sectoren zoals de zorg en het onderwijs verschraalt niet als de beroepsbevolking krimpt. Voorkomen wordt dat de arbeid zo duur wordt dat mensen met een kleine beurs verstoken blijven van noodzakelijke zorg en andere diensten. Niet voor niets waren de Scandinavische landen met hun grote arbeidsintensieve collectieve sector het eerste met het koppelen van pensioenen aan de levensverwachting. Inmiddels zijn bijna al de omringende landen ons voorgegaan met het verhogen van de leeftijd waarboven mensen een staatspensioen krijgen.

Versobering van vroegpensioen gaat ten koste van de vrije tijd van jongere ouderen die niet meer willen werken maar dient de bescherming van oudere senioren die niet meer kunnen werken. We kunnen zo goed blijven zorgen voor kwetsbare ouderen die zorg behoeven en jonge kinderen. Dit alles dient de intergenerationele solidariteit. Een goede AOW voor de kwetsbare ouden van dagen en een uitstekende gezondheidszorg is te prefereren boven een karige AOW en wachtlijsten in de zorg.

Effectieve maatregel

Het geleidelijk verhogen van de AOW-leeftijd is de meest effectieve maatregel om de arbeidsparticipatie op termijn te verhogen zonder daarbij de overheidsfinanciën te belasten. Berekeningen van het CPB geven aan dat een hogere pensioenleeftijd de enige maatregel is die recht doet aan de ambitie van de SER om de budgettaire kosten van de vergrijzing voor een groot deel te dekken via een hogere arbeidsparticipatie.

Als mensen van de drie jaren extra levensverwachting tot 2050 er twee extra werken, betekent dat een stijging van het arbeidsaanbod (in uren) van vijf procent.

Door de toenemende werkloosheid van dit moment lijkt arbeidsschaarste ver weg. De ogen sluiten voor de vergrijzing is echter net zo kortzichtig als het korte termijn gedrag van de financiële sector. We moeten risico’s en trends die onvermijdelijk op ons af komen maar die we nu nog niet goed zien, niet ontkennen.

Groter vertrouwen

Sommigen stellen dat het verhogen van de AOW-leeftijd schadelijk zou zijn voor het vertrouwen. Het is echter net andersom. Als we nu niet aangeven hoe de groeiende tekorten op de overheidsbegroting als gevolg van de kredietcrisis en de vergrijzing worden gedekt, blijft er onzekerheid bestaan over wie de klappen moet opvangen.

Deze onzekerheid vertraagt het herstel van vertrouwen en daarmee het herstel van de economie. Nu maatschappelijke overeenstemming bereiken over een eerlijke regel voor de AOW leeftijd waar burgers van op aan kunnen, vergroot het vertrouwen in een betrouwbare overheid en in elkaar. Abrupte beleidswijzigingen en kostbare toekomstige generatieconflicten over de kosten van de vergrijzing worden voorkomen.

Door de AOW-leeftijd geleidelijk en voorspelbaar in plaats van plotsklaps te laten plaatsvinden kunnen werkgevers en werknemers zich tijdig instellen op een langer arbeidzaam leven door de gezondheid en de talenten van ouderen te koesteren. Een hogere effectieve pensioenleeftijd vereist dat werkgevers en werknemers werk anders organiseren en talent beter ontwikkelen, koesteren en benutten. Een beter functionerende arbeidsmarkt voor ouderen is geboden waarin werkzekerheid en duurzame inzetbaarheid meer centraal staan. Mensen met zware fysieke beroepen kunnen worden bijgeschoold voor minder belastende functies zodat een hogere pensioenleeftijd niet tot meer arbeidsongeschiktheid leidt.

Meer ruimte voor crisisbeleid

Het verhogen van de AOW-leeftijd dient ook het vertrouwen van de financiële markten in de solvabiliteit van de Nederlandse staat. Wouter Bos kan zo goedkoop geld uit de markt blijven halen om de stijgende tekorten als gevolg van de kredietcrisis te financieren. Bezuinigingen en lastenverhogingen kunnen daarmee nu worden voorkomen. Zo kan de werkloosheid worden beperkt. We moeten deze crisis niet bestrijden door meer te gaan sparen om vroeg met pensioen te kunnen blijven gaan maar door meer te investeren in scholing en de inzetbaarheid van mensen zodat langer doorwerken mogelijk wordt.

Ook draagt een hogere pensioenleeftijd bij aan het herstel van pensioenfondsen. Door de pensioenopbouw van werknemers te verminderen in lijn met de stijgende levensverwachting kunnen de pensioenfondsen een herstelpremie innen om hun buffers weer op peil te brengen zonder daarvoor de pensioenpremies te hoeven verhogen. Het voorkomen van hogere pensioenlasten draagt bij aan het behoud van werkgelegenheid en voorkomt bovendien dat huidige pensioenen fors moeten worden verlaagd.

Bestrijd sociale onrust

De vakbeweging is bang voor sociale onrust als de pensioenleeftijd - zij het zeer geleidelijk - wordt verhoogd. Dat is een terechte zorg. Het grote gevaar van de huidige crisis is dat werknemers cynisch en apathisch worden omdat ze zich een speelbal voelen van de internationale conjunctuur. Velen voelen zich door de samenleving in de steek gelaten. Dit biedt ruimte voor rattenvangers die mensen, culturen en landen tegen elkaar opzetten. Het maatschappelijke draagvlak voor een internationaal georiënteerde economie waarin mensen hun vaardigheden voortdurend aanpassen aan de veranderende behoeften van economie en samenleving verdwijnt dan razendsnel. Dat moet absoluut worden voorkomen.

Maar er is geen alternatief om uit te leggen dat een tegenstelling tot het overeind houden van banken en het beschermen van banen vals is. Deze populistische tegenstelling voeden is onverantwoord. Met het omvallen van het bankwezen zouden we alleen onszelf treffen. Het is niet leuk maar wel essentieel dat de overheid het Nederlandse bankwezen met massale steun overeind houdt.

De vakbeweging onderschat de eigen achterban en haar eigen autoriteit als ze stelt dat het redden van banken terwijl de pensioenleeftijd omhoog gaat niet uit te leggen zou zijn. Wel moet worden toegegeven dat het blijvende ongenormeerde gedrag in de financiële sector het er voor de vakbeweging niet makkelijker op maakt. Maar echte leiders zijn bereid de achterban tegen te spreken in het belang van diezelfde achterban.

De vakbeweging kan nu weer eens laten zien dat ze zich niet uitsluitend laat leiden door de belangen van het hier en het nu, maar ook door lange termijn overwegingen. Wij hebben in Nederland gelukkig een vakbeweging die vuile handen wil maken door zelf verantwoordelijkheid te nemen – bijvoorbeeld in ons pensioenstelsel. Laten we daar vooral zuinig op zijn. Het zou te veel eer zijn voor de bankiers als nu de rest van de samenleving hun onverantwoordelijke korte termijn gedrag zou overnemen.

De vakbeweging doet er nu verstandig aan door de zure appel heen te bijten dan de onvermijdelijke verhoging van de pensioenleeftijd te blijven vertragen en het taboe op dit onderwerp verder te vergroten. Voor de meeste werknemers zal een hogere pensioenleeftijd de meest effectieve manier zijn om de gaten te repareren die als gevolg van de kredietcrisis in hun pensioen dreigen te ontstaan. De vakbeweging kan haar energie beter besteden aan het verhogen van de leeftijd waarop werknemers hun ontslagbescherming verliezen (in de meeste CAO’s op 65-jarige leeftijd). Verder moet zij met werkgevers afspraken maken over investeringen in scholing en het vergroten van de inzetbaarheid en werkzekerheid van oudere werknemers zodat deze langer met plezier door kunnen werken. Tenslotte moet de vakbeweging zich inspannen voor zwakke groepen.

Zwakke sociaal-economische groepen ontzien

Een terecht bezwaar tegen een hogere AOW-leeftijd is dat het lagere inkomens met een kortere levensverwachting het hardst treft. Gelukkig ligt het bij de huidige situatie van de pensioenfondsen voor de hand dat pensioenfondsbesturen de pensioenopbouw voor hogere inkomens tegelijkertijd ook verlagen. Op die manier schuift de verwachte pensioenleeftijd voor alle inkomensgroepen evenveel op. In de aanvullende pensioenen kunnen ook speciale voorzieningen worden getroffen voor zware beroepen zonder dat daarvoor een hogere pensioenleeftijd voor het gros van de beroepsbevolking hoeft te worden opgehouden.

Ook moeten mensen met zware fysieke beroepen eerder worden bijgeschoold voor minder belastende functies zodat een hogere pensioenleeftijd niet tot meer arbeidsongeschiktheid leidt. Daarnaast moet de achterblijvende gezonde levensverwachting van sociaal-economisch zwakke groepen worden aangepakt. Naast preventie is een aanvullende inkomensvoorziening geboden voor ouderen waarvan niet kan worden verwacht dat ze doorwerken tot de AOW-leeftijd. Deze voorziening moet uitgevoerd worden op gemeentelijk niveau. Juist lokaal valt er van alles te doen in de vorm van vrijwilligerswerk. Dit houdt deze groep langer actief en betrokken.

Slot

Nederland is een renteniersland dat veel spaart. We zijn goed in het bij elkaar brengen van grote financiële kapitalen. We moeten net zo goed worden in het opbouwen en onderhouden van menselijk kapitaal. Zo moet ons land zich bevrijden uit de vicieuze cirkel waarbij mensen vroeg uittreden omdat hun talenten niet zijn onderhouden en mensen hun talenten niet onderhouden omdat ze weten dat ze vroeg kunnen uittreden.

Op die manier ontstaat meer ruimte om in een langer leven ouderschap en carrière te combineren. Verder koesteren we het leven als het kwetsbaar is (tijdens de jeugd en de ouderdom) en ontzien we sociaal kwetsbaren omdat de sectoren die menselijk kapitaal opbouwen en onderhouden (de zorg en het onderwijs) over voldoende arbeidscapaciteit beschikken. Tenslotte blijven mensen dan langer gezond en gewaardeerd. Zo komen we sterker uit de crisis.

Lans Bovenberg is hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg

Reageren kan op nrc.nl/crisisdebat

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie