Topdirigenten verdienen net zoveel aandacht als de Rolling Stones

Door Alexander Brink

Klassieke muziek wordt niet laagdrempeliger met het afschaffen van de etiquette, zoals kunstsocioloog Hans Abbing bepleit. Vertegenwoordigers van deze kunst doen er beter aan hun stem te laten gelden in het maatschappelijk debat en het onderwijs.

Stilte en concentratie zijn namelijk onlosmakelijk verbonden aan een geslaagde uitvoering van klassieke muziek. In een bioscoop is het voor de kijker ook storend als andere mensen door de film heen praten.

Natuurlijk heeft Abbing (Opinie, 2 februari 2009) een punt met het toegankelijker maken van klassieke concerten. Daarbij gaat het niet om de vraag of het voor iedereen mogelijk is om een concert te bezoeken. In principe kan iedereen daarvoor een kaartje kopen. Het is zelfs zo dat concerten van beroemde musici niet altijd uitverkocht raken. Zo werd recent nog in NRC Handelsblad het concert onder leiding van Nicolai Lugansky met als solist Vadim Repin, toch één van grootste violisten van dit moment, prominent aangeprezen om zo de laatste lege stoelen alsnog te kunnen verkopen.

Voor jongeren tot midden in de twintig bestaan zogenaamde ´sprinttarieven´, waardoor ze tegen een heel lage prijs op last minute basis een concert kunnen bezoeken. Vermeldenswaard is ook dat men in Rotterdam echt schittert door het organiseren van concerten van topniveau tegen gunstige prijzen. Dat geldt overigens voor meer steden in het land. Zeker in vergelijking met de toegangsprijzen van popconcerten in voetbalstadions of music halls, die soms zelfs hoger kunnen uitvallen, is hier dan ook geen sprake van echt drempelverhogende prijzen, zoals je soms wel weer ziet bij de tarieven van operatickets voor bijvoorbeeld het Operahouse Covent Garden in Londen.

Waar het echt om gaat zijn twee aspecten. Het eerste betreft de bekendheid met klassieke muziek in het algemeen en wie daarin vroeger en op dit moment een belangrijke rol spelen. Daar is bij een relatief groot publiek weinig over bekend. Namen als Maria Callas en Janine Jansen genieten nog wel een redelijke bekendheid en spreken daarom een groter publiek aan en tot op zekere hoogte ook tot de verbeelding, maar als je over de in dit artikel reeds genoemde violist Vadim Repin spreekt zegt dat veel mensen vrij weinig tot niets.

Grote orkesten hebben qua naam zeker wel een ruimere bekendheid. Het Wiener Philharmoniker van het Nieuwjaarsconcert en het Concertgebouworkest zijn daar voorbeelden van. Maar het publiek van het Concertgebouworkest bestaat voor een groot deel uit abonnementhouders en wanneer de Wiener Philharmoniker weer eens in Amsterdam zijn, ontgaat dat veel mensen volledig.

Op de een of andere manier zal klassieke muziek dus meer in de actualiteit moeten worden gebracht. Als een bijzonder orkest als de Wiener Philharmoniker, maar zo zijn er natuurlijk nog een aantal, onder bijvoorbeeld een wereldberoemde dirigent als de Nederlander Bernard Haitink, die in maart van dit jaar tachtig wordt, optreedt in het Concertgebouw, waarom is dat dan niet een item op het achtuurjournaal van de NOS?

Met de Rolling Stones gebeurt dat wel als die komen optreden. Hier ligt dus een taak voor directeuren van orkesten en muziekcentra. En als daarbij het argument wordt ingebracht dat het toch niet wordt opgepikt door de media, dan moeten ze meer hun best doen en creatiever worden.

Het tweede aspect gaat over de rol van klassieke muziek in de maatschappij. Die is te passief. Heeft bijvoorbeeld een concertzaal in Nederland al een compositieopdracht verstrekt om een opera te schrijven over de bankencrisis? Vinden er openbare dialogen plaats over maatschappelijke gebeurtenissen tussen mensen uit de muziek en anderen uit de maatschappij, waarbij muziekuitvoeringen daarin een plaats krijgen?

Daarbij denk ik aan Leonard Bernstein die in Berlijn bij de val van de muur de negende symphonie van Beethoven ten gehore bracht (alle Menschen werden Brüder) of de Argentijns/Israëlische pianist en dirigent Daniel Barenboim die recent het Nieuwjaarsconcert in Wenen leidde en daarbij in zijn nieuwjaarswens verwees naar de politieke situatie in het Midden-Oosten en opriep tot vrede en menselijke rechtvaardigheid.

Tevens plande deze musicus een concertreis door die regio om hiervoor aandacht te vragen – en deed iets dergelijks niet voor het eerst in zijn leven – waarbij uit veiligheidsoverwegingen sommige concerten zelfs moesten worden geannuleerd.

In Venezuela wordt de jeugd actief onderwezen in klassieke muziek. Daar is deze muzieksoort beslist niet elitair. Een groot aankomend dirigent, Gustavo Dudamel – nog geen dertig – komt daaruit voort en debuteert dit seizoen in mei bij het Concertgebouworkest met meteen een Europese tournee.

Dit zijn voorbeelden waarbij klassieke muziek een directe rol heeft in de maatschappij. Dat is, de goeden niet te na gesproken, de permanente opdracht van beheerders van klassieke muziek, musici, directeuren van concertzalen, recensenten, etc. Ook artiesten uit een ander genre, denk aan Marco Borsato, gaan verder dan alleen het spelen van hun muziek, ze openen de discussie over maatschappelijke vraagstukken.

Klassieke musici zullen dus het debat op moeten zoeken, hun plek in de maatschappij opeisen en de kennis over hun vakgebied verspreiden. Het zal hard werken worden, maar het zal zijn vruchten afwerpen, al duurt het waarschijnlijk enige jaren voordat dat goed zichtbaar wordt.

Het Concertgebouw laat nu jaarlijks al veel schoolkinderen kennis maken met het gebouw en is niet de enige concertzaal in de wereld die zoiets doet. Een goed en ook nobel initiatief, dat ook niet zou mogen worden weggehoond. Daarnaast zou het muziek- en zangonderwijs op de basisschool veel meer aandacht moeten krijgen; daar wordt bij een aantal kinderen de kiem gelegd voor latere interesse voor de klassieke muziek.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van maatschappelijke participatie die actief door alle betrokkenen uit de muziekwereld moeten worden ondersteund en vooral uitgebouwd. Dan maken op termijn veel meer klassieke concerten dan nu kans op een groter en veelzijdiger publiek. Men wil er dan graag bij zijn, ook de mensen die er eerder niet zo snel aan dachten om in het Concertgebouw, de Doelen of een andere muziektempel in Nederland of het buitenland een werk van bijvoorbeeld Claude Debussy te beluisteren.

Alexander Brink is Finance manager bij IBM Benelux. Vorig seizoen koppelde hij de vocale barokserie in het Concertgebouw van Fred Luiten aan IBM als sponsor.

Discussieer mee op nrc.nl/expert

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie