Verlagen van pensioenrechten? Niet doen!
Het Nederlandse pensioensysteem bevindt zich in zwaar weer. Door de crisis op de financiële markten is de dekkingsgraad van een groot aantal pensioenfondsen (waaronder het ABP en PGGM) tot ver onder de vereiste 105% gedaald.
Deze fondsen moeten daarom herstelplannen presenteren. Oorspronkelijk zouden ze daarvoor 3 jaar de tijd hebben gekregen. Minister Donner is echter zo wijs geweest om deze periode naar vijf jaar te verlengen. Dat is verstandig omdat tijdens de vorige instorting in de periode rond 2003 de pensioenbuffers zo snel hersteld moesten worden dat de premieverhogingen de besteedbare inkomens extra onder druk zetten en daarmee de recessie verlengden. Achteraf bleek dat deze draconische maatregelen niet eens nodig waren.
Huidige beurscrisis is erger dan 2003
De huidige situatie is natuurlijk ernstiger dan die van enkele jaren geleden. De daling van de dekkingsgraden is dramatischer en de voorspellingen voor de economische groei zijn veel somberder. Krimp is het perspectief en niet zozeer groei. De mogelijkheid van het reduceren van de nominale pensioenrechten wordt niet meer uitgesloten. Het wordt als een laatste redmiddel gezien, als blijkt dat na twee jaar het bevriezen van pensioenuitkeringen, bijstortingen en premieverhogingen bij elkaar onvoldoende zijn om in vijf jaar tijd een dekkingsgraad van 105% te halen. Ik pleit tegen het verlagen van nominale pensioenrechten en beargumenteer dat de oplossing gevonden moet worden in het geleidelijk verhogen van de pensioenleeftijd en, indien nodig, het verlengen van de herstelperiode van vijf jaar. Zo nodig zou er dus ook langer moeten worden afgezien van indexatie voor inflatie.
Vraaguitval
Als het gaat om de keuze tussen afzien van indexatie en het verlagen van pensioenrechten dan zijn de directe gevolgen voor de economie niet zo groot wanneer de getroffenen (en vooral de gepensioneerden onder hen) hun koopkrachtverlies uitsmeren over toekomstige jaren. De vraag is echter of dat gebeurt – het is wel bekend dat incidentele veranderingen in besteedbaar inkomen grote effecten kunnen hebben op de huidige bestedingen. Onder de huidige economische omstandigheden zou de extra vraaguitval door het verlagen heel ongelegen komen.
Verdelingseffecten horen bij politiek
De keuze tussen niet indexeren en het verlagen van pensioenrechten heeft ook verdelingseffecten tussen de generaties omdat de oudsten onder de bejaarden waarschijnlijk een deel van hun bijdrage aan het herstel ontlopen als er enkel niet geïndexeerd wordt. Keuzes over lastenverdeling tussen generaties zijn echter primair een zaak van de politiek.
Deuk in vertrouwen en solidariteit
Het belangrijkste bezwaar is dat het een onomkeerbare deuk in het vertrouwen in ons pensioenstelsel kan geven. Deze stap is immers nog niet eerder voorgekomen. En wel beschouwd zou deze stap ook onnodig kunnen zijn. Nominale pensioenrechten zijn strikt genomen niet eigendomsrechten, maar zo worden ze wel beschouwd. Het reduceren van deze rechten zal het vertrouwen in de overgebleven rechten fors beschadigen. Immers, zodra een fonds (en zeker als het ABP dit zou doen) het verlagen van de pensioenrechten eenmaal heeft toegepast, dan is het taboe erop verdwenen en zal het bij een volgende gelegenheid makkelijker worden toegepast. Met de daling in het vertrouwen wordt de solidariteit in ons pensioenstelsel ondergraven. Want als pensioenrechten zo onzeker worden, dan zullen nieuwe werknemers of mensen die van baan veranderen niet meer in een collectief fonds hun pensioenrechten willen opbouwen, maar dit liever zelf doen. De risicodeling tussen de generaties wordt daarmee ondermijnd.
Wees zuinig
Verlagen is een optie die je maar één keer kunt uitoefenen. Zodra dit is gebeurd, kan het vertrouwen niet meer worden teruggewonnen. Het uitoefenen van de optie moet dus alleen onder zeer ernstige omstandigheden plaatsvinden. De gevolgen worden bovendien versterkt doordat niet precies vastligt hoeveel er mag worden verlaagd. Onzekerheid over waar de grens ligt ondermijnt het vertrouwen verder. Dat geldt niet voor het afzien van indexatie. Daar is het koopkrachtverlies van jaar op jaar beperkt tot de hoogte van de inflatie.
Is het werkelijk nodig?
De vraag is tenslotte of verlaging überhaupt nodig is. De verplichtingen van de pensioenfondsen kunnen worden verkleind door een geleidelijke verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Dit is iets wat op termijn onvermijdelijk is en het is verstandig dit pad zo snel mogelijk in te zetten. Voorts is er een grote kans dat het verlagen van pensioenrechten niet nodig is omdat de buffers zich vanzelf herstellen als de aandelenmarkten weer omhooggaan wanneer de onrust op die markten is afgenomen. Na de vorige neergang hebben de financiële markten, en daarmee de pensioenbuffers, zich razendsnel hersteld.
Wellicht gaat het deze keer wat langzamer, maar geef de markten enkele jaren de tijd. Met de combinatie van het genoemde instrument is de kans groot dat de buffers zich zodanig herstellen dat niet gegrepen hoeft te worden naar het verlagen. Mijn conclusie is dus: Verlagen van pensioenrechten? Niet doen!
Roel Beetsma is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Dit artikel is ook op mejudice.nl gepubliceerd.
