Excuses van een fatsoenlijk bankier
Ook al deed de bankier Floris Deckers niet mee aan de riskante praktijken bij beleggingen, hij was er wel van op de hoogte. Voor zijn zwijgen biedt hij zijn verontschuldigingen aan.
Sinds 1981 zit ik in het bankvak. Ik ben praktijkman in een complex, technisch en innovatief vak. Daarom was het vroeger mijn gewoonte om op de vraag naar mijn bezigheden eervol te antwoorden: „Ik ben bankier.” Vandaag de dag antwoord ik dat nog steeds, maar om allerlei beschuldigingen vóór te zijn, voeg ik er direct aan toe, „maar wel een fatsoenlijke”. Die kwalificatie (al dan niet terecht in mijn geval) blijkt tegenwoordig nodig.
Van Lanschot Bankiers, waar ik voorzitter van de raad van bestuur ben, komt totnogtoe de bankencrisis goed door. Over 2008 hebben we winst gemaakt en de balans is intact gebleven. We hebben dus geen grote afschrijvingen gedaan via het eigen vermogen. Daarmee is Van Lanschot een van de weinige banken die dat kan zeggen. Dat komt door een uiterst traditioneel – en dus voorzichtig – gevoerd risicobeleid. We kennen geen afdeling financiële markten, er staan geen subprime hypotheken op de balans, we hebben niet belegd in CDO’s of SIV’s en drie jaar geleden hebben we bewust Madoff links laten liggen. Omdat het niet bij het model past, zijn er bij ons geen extreem hoge bonussen betaald.
Als mij dan als bankier gevraagd wordt of ik me schuldig voel, zou ik kunnen antwoorden dat ik als bestuurder van Van Lanschot geen aanleiding zie tot schuldigheid, en dus tot verontschuldigingen. Soms probeer ik me er met een grapje vanaf te maken. Soms zeg ik dat het je verontschuldigen voor zaken waaraan je part noch deel hebt gehad, potsierlijk is. En soms zeg ik: er zijn banken geweest die de problemen hebben opgezocht, en andere die het is overkomen. Om van die laatste groep te vragen excuses te maken, lijkt me wat ver gezocht.
Toch knaagt de vraag: ‘Had ik er nou werkelijk part noch deel aan?’ Ik zit 28 jaar in het vak, ben opgeleid bij de beste bankinstelling die Nederland gekend heeft (ABN Amro, red.) en heb internationaal leidende posities gehad. Kan ik dan met droge ogen blijven zeggen dat ik geen enkele verantwoordelijkheid heb gehad? Alleen al uit mijn huidige positie als voorzitter van een middelgrote bank volgt een grotere verantwoordelijkheid dan voor die instelling alleen. Daar komt bij dat ik me over delen van de gangbare praktijken van de laatste jaren wel degelijk zorgen heb gemaakt. Niet iedere bonus is exorbitant, zoals deze krant graag kopt. Zelfs de meeste zijn het niet. Maar er zijn wel degelijk exorbitante bonussen betaald. Dat er 64.000 effecten door de kredietbeoordelaars met een triple A-rating zijn vereerd, en dat er maar een handvol niet-staatsbedrijven met zo’n rating zijn, wisten we niet allemaal. Maar wij hadden het moeten weten. Dat de kredietmarges zo laag waren dat zelfs het normale bedrijfsrisico er niet meer in tot uitdrukking kwam, wisten al veel meer bankiers. Maar ik heb mijn mond gehouden.
Kortom, ik heb genoeg aanleiding gehad om nadrukkelijk te wijzen op symptomen waar ik me ongemakkelijk bij voelde. Overigens had Van Lanschot het daarmee niet nog beter gedaan dan nu het geval is. Dat wij complexiteit die we niet begrepen, vermeden hebben, moge een voortreffelijke beslissing zijn geweest. Maar dat ik het ongemakkelijke gevoel, dat ik daarbij had, niet breder uitgemeten heb, verwijt ik mijzelf wel en vind ik ook verwijtbaar. Dat anderen het ook niet gedaan hebben, of wellicht anders zagen, ontslaat mij niet van mijn verantwoordelijkheid. Voor het niet nemen van die verantwoordelijkheid past tenminste bescheidenheid. Maar in de huidige recessie, bij de omvang van de problemen in de bancaire sector, en van iemand die ook de rest van zijn werkzame leven met recht een fatsoenlijke bankier wil zijn, passen verontschuldigingen. Die bied ik hierbij aan.
Hoe nu verder? Om maatregelen te nemen die een soortgelijke crisis in de toekomst beter aankondigen of vermijden, zullen we eerst de oorzaken moeten begrijpen. Het begin van begrip lijkt er te zijn, en dat wijst met name naar grote macro-economische onevenwichtigheden (extreme consumptie in de VS; extreme spaarzin in nieuwe economieën als China; grondstoffenprijzen), de negatieve neveneffecten van globalisering zoals de explosieve ontwikkeling van niet-bancaire financiële instellingen, maar ook de overschatte absorptiecapaciteit van de financiële markten, de onderschatte functie van banken als schakel tussen deze globale fenomenen, en dus ook de onderschatte risico’s van deze samenhangen.
Ik kan nu al wel een aantal lessen trekken op micro- of individueel bankniveau, waarvan ik met enige stelligheid durf te beweren dat ze valide zullen blijken.
1Banken waarvan het bedrijfsmodel niet nadrukkelijk een echte vraag van echte klanten beantwoordt, hebben geen toekomst meer. Er is, en was, overcapaciteit, en door te spelen met je balans kan dat verdoezeld worden. De balans moet er nu zijn voor je klant. Die moet je dan wel hebben natuurlijk. Kortom, er zullen heel wat banken verdwijnen.
2Banken zullen nog betere risicomanagers moeten worden. Het klinkt als een gotspe, maar banken zijn goede risicomanagers. De risico’s die nu opgetreden zijn (vaak van macro-economische aard, of in hun samenhang boven de reikwijdte van het risicomanagement van individuele instellingen), werden niet gedekt door de beperkte risico’s zoals we die kenden.
3 We zullen moeten besluiten of fair value accounting (naar de dagkoers) de beste methode is van boekhouden voor instellingen die het moeten hebben van het vertrouwen van het grotere publiek. Volatiliteit in de resultaten van banken staat op gespannen voet met de zekerheid die spaarders zoeken. De transparantie van deze methode geldt alleen voor een steeds kleinere groep vakspecialisten, maar niet voor mij bijvoorbeeld, en ik ben heel wat gewend
4Er zal een duidelijker onderscheid komen tussen wat ik maar gemakshalve de publieke functie van commerciële banken noem (bijvoorbeeld betalingsverkeer, sparen, eenvoudige vormen van lenen, de conversiefunctie van kort geld naar lang geld) en de meer risicovolle activiteiten (bijvoorbeeld vermogensbeheer, handel voor eigen rekening, zakenbankieren). De Amerikaanse Glass-Steagall Act was zo gek nog niet, en een soortgelijke scheiding zal er wel komen. De eerste groep banken mag op staatssteun rekenen, de tweede niet.
Als er een scheiding komt tussen de publieke en private functie zal de overheid ook bereid moeten zijn om problemen op te lossen als moral hazard (IceSave!), het merkwaardige onderlinge waarborgstelsel dat depositogarantiestelsel heet, het zogenaamde gratis betalingsverkeer – u betaalt toch ook voor de levering van gas, water en elektriciteit? Als private banken publieke diensten verrichten, en als die banken gevraagd wordt die diensten op transparante wijze aan te bieden zonder ‘kruissubsidies’, mag daarvoor ook een vergoeding gevraagd worden.
5De financiële basis van banken zal drastisch veranderen. Er is meer kapitaal nodig, de kosten zullen stijgen als gevolg van meer toezicht. De sector zal dus permanent minder aantrekkelijk worden voor beleggers.
6De beloningssystemen zullen op de schop moeten. Ik denk dat het belang van variabel salaris ten opzichte van vast salaris zal afnemen, wellicht naar een norm van maximaal één op één. Dat binnen dat variabele deel het langetermijnelement zal overheersen, zal duidelijk zijn.
Ook in de toekomst zal een stabiel, financieel systeem rusten op het vertrouwen van het brede publiek. Dat vertrouwen is ernstig beschadigd, en de fragiele stabiliteit die we nu zien is uitsluitend tot stand gekomen dankzij ingrijpen van de overheid. Voor dat geschokte vertrouwen is mijns inziens ieder bestuur van iedere middelgrote of grote bank, mede verantwoordelijk. Ik heb hierboven reeds gezegd dat ik vind dat ik zelf tekortgeschoten ben in mijn eigen, persoonlijke verantwoordelijkheid – wat iets anders is dan dat Van Lanschot als bank zich niet verantwoordelijk zou hebben gedragen.
Zonder dat ingrijpen van de overheid was de fragiele stabiliteit van nu er niet geweest. Dat voordeel geldt voor de hele bancaire sector, niet één bank uitgezonderd. Ik vind dat dat aan iedere bankier nieuwe verantwoordelijkheden oplegt: het herstel van het vertrouwen van het publiek, met transparante producten, met behoorlijke dienstverlening en met dominant handelen vanuit het belang van de klant, en niet dominant vanuit de winst- en verliesrekening van de bank. Het zal een lange en moeilijke weg zijn. Maar ik ben vastbesloten om met de medewerkers van Van Lanschot daaraan bij te dragen.
Floris Deckers is bestuursvoorzitter bij Van Lanschot. Hij werkte eerder in directiefuncties bij ABN Amro.
