Leraren verleren het lesgeven

Door Herman van Die

Gemiddeld staat 10 procent van de basisscholen bekend als zwak. Dat blijkt uit een rapport van de onderwijsinspectie van begin 2009. In de provincies Friesland, Groningen en Drenthe gaat het zelfs om 17 procent. Vooral kleine scholen presteren onder de maat.

Volgens de inspectie is deze situatie niet alleen te verklaren op grond van sociaal-economische achterstanden. Ook de grootte van de school speelt mee. Op kleine scholen moeten leerkrachten namelijk hun aandacht over verschillende groepen verdelen. Hierdoor komen zij vaak niet toe aan een heldere uitleg van de leerstof.

Doordat ik zelf tijdens mijn loopbaan veel kleine scholen heb bezocht, was deze bevinding van de inspectie voor mij heel herkenbaar. De vraag is: als kleine scholen niet toekomen aan de kern van het onderwijs - uitleg en discussie - hebben zij dan nog wel reden van bestaan?

Het ontbreken van inhoudelijke kwaliteit kan niet worden gecompenseerd door leerlingen zelfstandig te laten werken, hoe nuttig dit soms ook kan zijn, of door extra zorg te verlenen. Besturend Nederland doet de leerlingen in het noorden tekort door in de kleine dorpen het verzuilde onderwijs te handhaven.

Dat veel basisscholen in Nederland zwak presteren blijkt niet alleen uit bevindingen van de inspectie, maar ook uit internationaal vergelijkend onderzoek. Zo vermeldt het in 2008 verschenen TIMSS-rapport (Trends in Mathematics and Science Study, 2007) dat de rekenprestaties van Nederlandse leerlingen, eind groep 6, achterblijven bij die van een aantal Aziatische en Europese landen.

In onderstaande tabel staan de scores van de eerste tien van 59 landen die deelnamen aan het TIMSS-onderzoek in 2007. De scores zijn vergeleken met die van 1995 en 2003.

In de ranglijst van landen nemen Engeland, Letland en Nederland respectievelijk de zesde, zevende en achtste plaats in. In 1995 stond Nederland bij het TIMSS-onderzoek nog op de vierde en Engeland op de zestiende plaats. De inhaalslag die Engeland gemaakt heeft, is opmerkelijk.

Na de zeer teleurstellende uitslag in 1995 nam de Engelse regering stappen om het onderwijs in de ‘primary schools’ te verbeteren. Onderzoek en analyse van de bestaande situatie brachten aan het licht dat leraren niet goed raad wisten met het vak rekenen/wiskunde. Om te beginnen ontbrak een duidelijk onderwijsprogramma. Verder bleek dat veel leraren niet meer klassikaal les durfden te geven. Vernieuwingsprojecten in de voorgaande decennia (‘Plowden Report’, 1967) hadden juist sterk het belang van individuele activiteiten benadrukt.

Door het toenemend aantal kinderen met leerachterstanden waren steeds meer Engelse scholen overgegaan tot een systeem van zelfstandig werken, dat vaak neerkwam op het maken van oefentaken. Deze aanpak was uit nood geboren, en moest zorgen voor rust in de groep om achterblijvers te kunnen helpen.

Engelse inspecteurs en leden van een speciale projectgroep kregen opdracht succesvolle scholen in het buitenland te bezoeken. Op grond van hun bevindingen en een proefproject in het eigen land werd een nieuwe vorm van klassikaal onderwijs ingevoerd: de ‘numeracy strategy’. Deze onderwijsstrategie vertoont kenmerken van een realistische didactiek, en benadrukt vooral de uitleg van de leraar, de inbreng van leerlingen, het spelelement in de les en het interactief oefenen van vaardigheden. Van het individuele werken is afscheid genomen. Leraren moeten zelfs kunnen aantonen dat zij hun lessen voorbereiden. Dit geldt eveneens voor de taallessen (‘literacy strategy’). Leerlingen met achterstanden krijgen ondersteuning door klassenassistenten.

In dezelfde tijd dat het Engelse basisonderwijs uit het dal klom (1995 – 2007), kwam in Nederland het ‘Weer Samen Naar School Project’ op gang. Basisscholen werden verplicht tot extra hulp aan zwakke leerlingen (onderwijs op maat). Verwijzingen naar het speciaal onderwijs werden bemoeilijkt, zo niet onmogelijk gemaakt. Gelet op de ontwikkelingen in Engeland was de neerwaartse spiraal, waarin het Nederlandse onderwijs nu is geraakt, voorspelbaar.

Evenals Engelse basisscholen in de tachtiger en negentiger jaren zijn nu Nederlandse basisscholen tot een systeem van zelfstandig werken overgegaan. Basisscholen presenteren zich met het bordje ‘Zorg op Maat’. De aandacht voor de inhoud van het vak rekenen/wiskunde en voor de kwaliteit van het onderwijs is echter afgenomen.

De situatie wordt verergerd door de vergrijzing van het lerarenbestand. Klassikale lessen door ervaren leraren dreigen tot het verleden te behoren. Er staat nu een generatie voor de klas die de handen vol heeft aan het bieden van ‘zorg op maat’, die geen tijd heeft voor het voorbereiden van lessen, daardoor ook zelf inhoudelijke achterstanden oploopt, en het lesgeven verleert. Met alle gevolgen van dien. Het wachten is nu alleen nog op de volgende onderzoeksrapporten.

Herman van Die is oud-inspecteur basisonderwijs

Gepubliceerd in:
Opinie