Pleidooi voor een gelukkiger toekomst in tijden van crisis

Door Henk Smeijsters

Politici zouden de economische crisis kunnen aangrijpen om een nieuwe visie uit te dragen op mens en maatschappij. Eén waarin het geestelijke belangrijker is dan het materiële. Want als het erop aankomt streeft iedereen niet consumptie, maar geluk na.

Het artikel van Wouter van Dieren en Arnold Heertje (NRC Opinie, 14 maart) over het herstel van de economie laat een verfrissend geluid horen. De auteurs benoemen de zwakke plekken in het huidige financieel economische systeem.

Zij maken gewag van plunderende elites die in het global casino risicovol met kapitaal spelen. Management dat zichzelf en anderen opjaagt tot overmatige productie en consumptie die tot een absurde situatie leidt waarin auto’s, vliegtuigen en asfalt onze leefruimte inperken en onze grondstoffen uitputten. Verfrissend is dat zij niet kiezen voor de bekende oplossingen en de bekende paden waar het kabinet zich deze weken het hoofd over breekt. Zij leggen de vinger op systeemfouten.

Mijn betoog begint waar hun betoog stopt. “Waar gaat het in de echte wereld om”, vragen zij zich af. Ik stel de vraag als volgt: waar gaat het in de wereld (en het leven) echt om? Ik pak hun gedachte op dat de natuur de vijand van het kapitaal is omdat de natuur niks kost. Als mensen gebruik maken van het gratis kapitaal van de natuur valt er niks aan te verdienen. Dat is een vloek in de huidige economische kerk. De economie draait bij de gratie van produceren en consumeren waaraan verdiend kan worden.

Van Dieren en Heertje bekijken dit vanuit de economische kant en bevelen investeringen aan in wind en zon. Ik bekijk het vanuit de persoonsgerichte kant. De vraag waar het in het leven echt om gaat is niet zo moeilijk te beantwoorden. Ieder streeft zoveel mogelijk geluk na. Uit onderzoek blijkt dat geluk slechts ten dele afhangt van de materiële voorzieningen. Nadat materieel een bepaalde basis gelegd is neemt het geluk niet meer toe. In de Verenigde Staten, maar niet alleen daar, zijn aan de hand van een geluksthermometer de jaren 50 uit de vorige eeuw met latere decennia vergeleken. Het geluksgevoel blijkt niet toe te nemen. Dat is frappant in een land dat suggereert alsof geluk alleen te bereiken is met meer en risicovolle kredieten. Een land waarin kredietverstrekkers en kredietverorberaars, de rupsjes nooit genoeg, het financiële stelsel opblazen door risico’s aan te gaan die niet gedekt zijn. Het betreft hier blijkbaar een hardnekkige disfunctionele overtuiging. En dan hebben we het over de mentaliteit en beleving van mensen die aan de economie ten grondslag ligt.

Wat we tegenwoordig nodig hebben is een ‘Umwertung aller Werte’, waarin de mens afstapt van het foutieve idee dat hij elke week moet fun shoppen, drie keer per jaar vliegreizen naar verre landen moet maken, elke twee jaar zijn auto moet inruilen, elke vijf jaar zijn huis moet verbouwen en elke tien jaar een nieuw huis moet kopen. Mensen houden zichzelf en de anderen voor de gek. Op deze wijze dendert de economie door, aangedreven door overactieve producenten en consumenten

En de politiek houdt de mensen de verkeerde keuzes voor. Het is alsof de ter dood veroordeelde mag kiezen tussen de elektrische stoel en de guillotine. De wereld raakt uitgeput, de mens raakt door zijn overactiviteit in werk en vrije tijd burn out, maar de richting en de oplossingen blijven dezelfde.

Het lijkt misschien simpel, maar onderzoek wijst uit dat als puntje bij paaltje komt de eenvoudige dingen het meest gelukkig maken. Zorgen voor een ander, een ander liefhebben, naar de natuur kijken, een potlood kopen en leren tekenen, een gitaar kopen en akkoorden leren, boeken lezen, musea bezoeken. In vergelijking tot wat op grote schaal geproduceerd en geconsumeerd wordt kosten deze zaken niks, maar maken ze erg gelukkig.

Ouderen wordt voorgehouden dat ze vooral niet achter de geraniums moeten gaan zitten terwijl naar de geraniums kijken mensen misschien gelukkig kan maken. Dat mensen op dit moment met bosjes op straat komen te staan en er tegelijkertijd wordt gepleit de (dure) oudere werknemers langer aan het werk te houden, getuigt niet alleen van een beperkte logica, maar ook van een beperkte visie op oud worden. Ouderen komen terecht in een andere existentiële levensfase die juist andere behoeften zou moeten oproepen en bevredigen dan het automatisme nog wat jaartjes door te werken, te doen wat zij al 40 jaar aan het doen zijn en te produceren en consumeren zoals zij altijd al gedaan hebben.

De politici lijken veroordeeld tot het denken in bekende oplossingen en het begaan van bekende paden. Bedolven onder de huidige financieel-economische aardverschuiving zoeken zij een uitweg door rekenmeesterschap. Draaien aan de goede financiële en economische knoppen is belangrijk, maar daarnaast is net zo belangrijk mensen inspireren anders te leven. Van Dieren en Heertje rekenen voor waar Absurdistan op uitdraait: in Europa tien tot vijftien nieuwe Heathrows per vijf jaar.

Wie wil dit? Maar als er geen mentaliteitsverandering komt en mensen blijven geloven dat zij slechts gelukkig kunnen zijn als zij drie keer per jaar verre reizen maken is elke fundamentele verandering ten dode opgeschreven. Er is een nieuwe persoonlijke levensstijl nodig die een andere weg inslaat, die in de woorden van filosoof Joep Dohmen, het leven tot een kunstwerk maakt. Dat betekent werken aan je eigen geluk, waarbij het geestelijke belangrijker is dan het materiële.

Wat politici zouden moeten doen is een maatschappelijke en existentiële visie ontwikkelen en uitdragen die mensen inspireert om anders te gaan leven.

Dr. Henk Smeijsters is lector vaktherapieën aan de Hogeschool Zuyd

Reageer op nrc.nl/expert

Gepubliceerd in:
Opinie