Reactie van Marcia Luyten op discussie ontwikkelingssamenwerking

Door Marcia Luyten

Ontwikkelingshulp aan de overheid ondermijnt de democratie, schreef Marcia Luyten op 21 maart in Opinie & Debat. Vandaag reageert zij op de internetdiscusie die volgde na haar publicatie.

Het is Nederlands laatste heilige huisje, zei PvdA- Kamerlid Diederik Samsom vier jaar geleden over ‘De 0,8-Norm’ voor ontwikkelingssamenwerking. Hij trok een parallel met de multiculturele samenleving, toen het "zelfgenoegzaam establishment" een “dolende” werd in een “dorre woestenij”.

Ook onder de 0,8-norm voor ontwikkelingssamenwerking zat volgens Samsom geen "substantiële draagkracht" meer. Hij voorspelde: vullen we die leegte niet en ‘de 0,8’ sneuvelt, dan is er geen houden meer aan. Zelfgenoegzaam is het os-establishment nog steeds, zo blijkt uit de reacties van het Ministerie van Buitenlands Zaken en Oxfam-Novib. Het klopt dat er meer kinderen naar de eerste klas gaan. Zes jaar later is daar een groot deel van afgevallen. Belangrijker is de vraag wat deze leerlingen kúnnen.

De laatste Oegandese citotoets veroorzaakte een rel. De scores waren schrikbarend laag – verslechterd ook ten opzichte van voorgaande jaren. Nog geen 40 % van de geteste kinderen zat in de hoogste twee schalen. Alles daaronder kan eigenlijk niet genoeg lezen, schrijven en rekenen voor de middelbare school.

BZ kijkt dus niet naar de resultaten. Het ministerie reageert niet op de stelling dat we systeemfouten maken. Dat we mechanismen van verantwoording – en daarmee een proces van democratisering - ondermijnen.

Hoe groot het kritisch engagement, de kennis en de ervaring met ontwikkelingsvraagstukken, toont de discussie op internet. Neem een klein verhaal met grote betekenis, over sociotherapie in het door burgeroorlog getraumatiseerde Oost-Congo. In gemeenschappen wordt gewerkt aan het creëren van veiligheid, vertrouwen, zorgzaamheid en het afspreken van regels. Op lange termijn geeft dat cruciaal sociaal kapitaal. Direct merkbaar is dat conflicten worden opgelost zonder tussenkomst van – vaak corrupte – politie of rechter.

Anders dan sommige lezers concludeerden, vind ik hulp belangrijk. Zoals in Oost-Congo: door traditie te respecteren én te moderniseren, door aan te sluiten bij een vraag naar hulp en te zoeken naar kiemen van verandering. Veel lezers vragen naar de ‘change agents’: wie of wat zijn zij? Dat kan iedereen zijn – een boer die een coöperatie begint, een vrouwenactiviste, schoolhoofd of minister: oprecht gemotiveerd om iets structureel te helpen verbeteren. Ze herkennen is een taak voor de ontwikkelingsantropoloog, de professional die Afrika van binnenuit kent. Change agents helpen vormen is een opdracht voor onze hulp. Dat vraagt toponderwijs voor gemotiveerde, slimme Afrikaanse kinderen. Het selecteren van getalenteerde kinderen die door hun ouders worden gesteund, is opnieuw een taak voor de ontwikkelingsantropoloog.

Mijn suggestie dat Afrika’s crisis ook een mentaliteitscrisis is, stuit bij sommige deelnemers aan het debat op weerstand. Voormalig tropenarts S. Berntsen wees erop dat lethargie vaak een gevolg is van een ‘nationale staat van depressie’, veroorzaakt door verlies van waardigheid. Als er al sprake is van een mentaliteitscrisis, dan wijt Paul Mbikayi dat aan het feit dat veel Afrikaanse leiders in het Westen zijn opgeleid. Wat is het dán dat maakt dat te veel Oegandezen niet vroeg opstaan om hun kind mét ontbijt naar school te sturen; dat ze drinken in plaats van hard te werken? Hoogleraar internationale economie Eelke de Jong heeft een goed antwoord: er is geen causaal verband tussen mentaliteit en armoede. Armoede creëert berusting en dat belemmert niet de groei in een latere periode. Duitsers en Japanners werden in de 19e eeuw ‘lui’ genoemd.

De grootste gemene deler in de reacties, is de noodzaak tot maatgesneden hulp op lokaal niveau. Zo ongeveer de enige voorstander van begrotingssteun is Oxfam-Novib. Hun verdediging voert ‘feiten’ aan die door ontwikkelingseconomen als William Easterly en Dambisa Moyo worden betwist – bijvoorbeeld dat hulp leidt tot groei. Terwijl er een stevige wind opsteekt rondom de “0,8”-norm, blijkt “het OS-establishment” ijzerenheinig te blijven geloven in het eigen ideologische gelijk. Voor onze toekomstige betrokkenheid bij de miljard allerarmsten, is dat verontrustend.

Marcia Luyten is freelancejournalist en woonachtig in Oeganda.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie