Wij geloven in een God van wie niets moet
Maandag 23 maart deden we in deze krant samen met vier anderen een morele oproep tot contemplatie over de houding van onze samenleving in de crisis. Kennelijk was de stichtelijke toon van onze woorden niet aan iedereen besteed.
Ook de wat ongelukkig geformuleerde kop die de redactie boven ons artikel plaatste (Mensen moeten dienstbaar zijn) streek veel lezers tegen de haren in. We begrijpen dat best, want we geloven in een God van wie helemaal niets moet. Het gevolg was echter dat een grote groep zich niet ontvankelijk toonde voor onze oproep. Dat is jammer, omdat het de aandacht wegneemt van de kernboodschap. We voelen ons dan ook geroepen om het één en ander nog eens op een rijtje te zetten.
Geloof en wetenschap spelen beide een hoofdrol in ons leven. Het geloof gaat vooral over het onzichtbare deel van de schepping; de wetenschap concentreert zich vooral op het zichtbare. Juist vanwege hun verschillende perspectieven op dezelfde realiteit versterken geloof en wetenschap elkaar bij het verkrijgen van meer inzicht. Zo heeft een dieper begrip van onze vakgebieden ons verlangen doen toenemen om waarheid en waarachtigheid met elkaar te verbinden. Wij doen dat als christenen en daar hebben we het volste recht toe, net zoals een moslim, een boeddhist, een atheïst, een humanist of een agnost dat heeft.
In de periode dat één van ons (Bovenberg) in de Verenigde Staten werkte, had niemand daar moeite met de manier waarop zijn overtuiging meespeelde in de uitoefening van zijn vak. In Nederland lijkt het er soms op dat het terrein van de wetenschap is voorbehouden aan vrijdenkers en atheïsten, door wie je, zo gauw je het woord God in de mond neemt, beschouwd wordt als een indringer van hun territorium. We vinden dat een dogmatische, vooringenomen en niet bepaald vrijzinnige houding: ‘radicale verlichting’ leidt soms tot een wel erg radicale belichting.
We steunen geestelijke vrijheid, waarin verschillende levensbeschouwingen met elkaar kunnen concurreren op de marktplaats van ideeën. Mensen moeten vrij kunnen kiezen voor hun eigen overtuiging. In onze geloofstradities legt het geloof niets op maar wel iets voor. Geloven is een keuze, nu meer dan ooit in de geschiedenis. Ook het werk van Charles Taylor (A Secular Age) maakt dat duidelijk. Dat betekent trouwens niet dat je op grond van je geloof geen waarheidsaanspraken mag doen. Integendeel, juist de overtuiging dat mensen vrij mogen zijn om zelf te kiezen op basis van hun innerlijke drijfveren, is een goede fundering voor de democratie en de mensenrechten. We zeggen het Jurgen Habermas na: de democratie is gebaat met een inbreng vanuit de gelovige tradities, net zoals die tradities voor hun eigen ontwikkeling veel te danken hebben aan het vrije debat in het publieke domein.
Onze vraag in het gewraakte stuk van vorige week was of we als samenleving de moed konden opbrengen om na te denken over onze eigen verantwoordelijkheid in plaats van te vervallen in een slachtofferrol. Er bestaan in Nederland tragisch genoeg voedselbanken. Een groeiend aantal mensen leeft onder het bestaansminimum. Die mensen kun je hun cynisme nauwelijks kwalijk nemen; zij zijn de echte slachtoffers. De meerderheid van onze samenleving leeft echter boven, of royaal boven dat minimum. Onze suggestie was dat die mensen bij zichzelf nagingen wat hen drijft in dit ondermaanse.
In parabel van de balk en de splinter gaat het erom dat je eerst kritisch naar jezelf kijkt en dan pas naar de ander. Bankiers zijn geen demonen en wij – christenen evenmin – zijn geen heiligen. Zolang we de ander alleen zien als degene die ons schade berokkent, zijn we niet in staat om hem bij te staan. Als we massaal de banken tot zondebok verklaren, hoe kunnen we ze dan helpen om weer gezond te worden? Waarom zijn ze schuldig – als ze hun werk hebben kunnen doen bij de gratie van onze hebzucht en het gebrek aan goed functionerend publiek toezicht? De zoektocht naar wie er schuldig is aan de crisis is vooral een verhullende strategie. Ze ontneemt ons het zicht op wie verantwoordelijk is. Dat is een totaal andere vraag; de eerste stap op weg naar een proces waarbij we de wijsheid achteraf benutten om iets te leren.
De verantwoordelijkheid voor de crisis ligt allereerst bij de elite die zich dagelijks bezighoudt met de economische structuur van onze samenleving. Daartoe rekenen we – behalve onszelf – de politiek (inclusief de oppositie), de vakbonden, de pensioenfondsen, de toezichthouders, de banken en de media die er verslag van doen. We hebben er allemaal met onze neus bovenop gezeten en toch is het gebeurd. Wie zich oprecht afvraagt hoe dat mogelijk is, in plaats van mee te doen aan de heksenjacht op de bankiers, komt automatisch uit bij een hertoetsing van zijn eigen handelen. Wie zich het niet afvraagt, probeert zijn eigen pijn uit de weg te gaan en ontneemt zich daardoor het vermogen om van de crisis te leren.
We vroegen om daarbij na te denken over dienstbaarheid. We zeiden niet dat het moest. Dienstbaarheid die je afdwingt, verandert in slavernij. Dienstbaarheid die je verkiest, verandert in liefde. Christus moest zijn leven niet offeren; hij verkoos zijn lijdensweg om zo de mensheid te bevrijden. Want ook bij dienstbaarheid draait het om kosten en baten. Jezus was een econoom in de ware zin van het woord. Hij was geen slachtoffer maar een actor.
Nu er door de crisis gewrikt wordt aan de grondslagen van onze samenleving, zou het nuttig zijn als mensen met verschillende overtuigingen afdalen naar de bodem van hun ziel en ons vertellen wat ze daar aantreffen. Inzicht in ieders fundamentele motieven helpt ons bij het innemen van een gemeenschappelijk standpunt over hoe we de crisis gezamenlijk te lijf kunnen; we zijn er namelijk van overtuigd dat er meer eenheid schuilt in onze verscheidenheid dan we op het eerste oog vermoeden. Alleen komen we daar nooit achter als we onze ware aard niet tonen en onze verschillen afdekken met een deken van zelfgenoegzaamheid. Juist een krant als NRC Handelsblad is een goed platform voor dit debat.
Lans Bovenberg en Wim van de Donk zijn als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Tilburg. Bovenberg won de Spinoza prijs 2003 en Wim van de Donk is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).
