Windmolens bevorderen de import van Russisch gas
Het kabinet wil de extra kosten van windmolens en zonnepanelen op de energierekening zetten. Een dure manier om het milieu te sparen, vinden S. Lomme en S. Peeraer
Hoe is het mogelijk dat Duitsland, het Europese land met de minste wind en met weinig zon, per hoofd van de bevolking de meeste windmolens en zonnepanelen heeft? Dat komt doordat duurzaam opgewekte elektriciteit daar sinds 2000 tegen een vaste – en zeer royale – vergoeding wordt opgekocht door de beheerder van het elektriciteitsnet. De extra kosten worden bij alle stroomverbruikers via de tarieven in rekening gebracht.
Het veronderstelde voordeel van het Duitse systeem is de sterke groei van opwekking van duurzame elektriciteit. In Duitsland werd in 2008 6,3 procent van de elektriciteit opgewekt met wind en 0,6 procent met zon. Naar aanleiding hiervan lobbyt een gelegenheidsalliantie van industrie en milieuactivisten al maanden om hetzelfde in Nederland in te voeren. Het kabinet heeft deze suggestie overgenomen als onderdeel van haar crisisplan. Dit is een slecht idee.
Het is geen kunst om grote hoeveelheden zonnepanelen en windmolens te installeren, als er maar genoeg publiek geld tegenaan wordt gegooid. Maar of deze publieke middelen doelmatig besteed zijn, is de vraag. Om deze vraag te beantwoorden toetsen wij in hoeverre het plan bijdraagt aan de drie meest gehoorde doelstellingen: reductie van CO2-uitstoot, minder afhankelijkheid van energie van elders en het stimuleren van nieuwe technologie.
Om met de eerste te beginnen: subsidie via de energierekening is een buitengewoon dure manier om CO2-uitstoot tegen te gaan. Het besparen van een ton CO2-uitstoot door een windmolen op land kost in Duitsland meer dan 100 euro. Voor wind op zee is dat nog veel meer. Voor zonnepanelen geldt een ratio van meer dan 400 euro per ton bespaarde CO2.
Het kan veel goedkoper. Andere vormen van broeikasgasreductie kosten tussen de 5 en 40 euro per bespaarde ton CO2-uitstoot. Denk hierbij aan energiebesparing bijvoorbeeld door isolatie, innovatieve warmte/koudetechniek, biomassavergisting en het voorkomen van methaanemissies. Ook kernenergie hoort in dit rijtje thuis, met een ratio van 15 tot 30 euro per bespaarde ton CO2. Maar het goedkoopst is nog het laten verlopen van gekochte CO2-uitstootrechten in een handelssysteem dat door het verdrag van Kyoto is ingesteld. Zo’n certificaat kost nu ongeveer 10 euro per ton CO2. Duitsland betaalt dus veel te veel voor het reduceren van zijn CO2-uitstoot. Met het zelfde geld had het 10 à 20 keer zoveel CO2-uitstoot kunnen besparen.
Dan de tweede, veelgehoorde doelstelling: zelfvoorziening van energie. Vooral de Europese afhankelijkheid van Russisch gas is een heikel punt. Is er werkelijk minder gas uit Rusland nodig door windmolens en zonnepanelen? Dat is nauwelijks het geval. Om het grillige karakter van wind- en zonne-energie het hoofd te bieden is een flexibele ‘achtervang’ vereist. Dit gebeurt noodzakelijkerwijs met gasgestookte centrales. Kolen- en kerncentrales zijn niet snel genoeg bij te stellen. Bij een verdere groei van het aandeel wind en zon moet het aandeel aardgascentrales dus nog verder toenemen. Dit zorgt voor een grotere afhankelijkheid van aardgas, dat in toenemende mate uit Rusland afkomstig zal zijn. Het omgekeerde van wat men beoogt.
Ten slotte de technologieontwikkeling. Onmiskenbaar heeft het Duitse systeem enkele producenten van windturbines en zonnepanelen stevig in het zadel geholpen. Ook zijn vele tienduizenden banen gecreëerd. Maar het merendeel van de bedrijven in de sector is lowtech: projectontwikkeling, groothandel, installatie en onderhoud. Het is de vraag of de enkele hightech bedrijven die in Duitsland actief zijn als motor achter de duurzame sector de vele miljarden aan gemeenschapsgeld rechtvaardigen. Voor Nederland is het de vraag of wij met de invoering van zo'n stelsel nog zo’n sector kunnen creëren. Het is waarschijnlijker dat wij dan de Duitse en Deense industrie subsidiëren.
Conclusie: wij onderschrijven het enthousiasme voor subsidie door middel van de energierekening voor gebruikers niet. Helaas is de lobby van de belanghebbenden (fabrikanten van windmolens en zonnepanelen, sommige energiebedrijven zonder eigen opwekking) in Nederland uiterst effectief gebleken. Het klinkt mooi, maar het stelt vooral de politiek in de gelegenheid iets zichtbaars te doen voor het milieu. Dit tegen een hoge prijs, die – via de energierekening – bij alle burgers van Nederland terechtkomt.
Ir. S. Lomme is directeur van adviesbureau SLEA BV. Ir. S. Peeraer is directeur van adviesbureau SP Innovation BV. Hij is tevens oprichter van elektriciteitsleverancier Atoomstroom.nl.
