Wegblijven bij VN-top racisme onverstandig

Door Roel Schrijvers

In Israël worden niet-Joodse inwoners achtergesteld. Daarom is het verkeerd van minister Verhagen dat hij de VN-racismeconferentie in Genève niet bijwoont.

Minister Verhagen (CDA, Buitenlandse Zaken) stelde gisteren dat de „conferentie tegen racisme te belangrijk [is] om te laten misbruiken voor politieke doeleinden” – om zich vervolgens terug te trekken uit de conferentie. Het is een mooie verklaring van Verhagen, je zou bijna niet doorhebben dat de regering zich onredelijk opstelt, zo redelijk klinkt zij.

Een stukje historie. Over de laatste verklaring in Durban (2001) wordt ook geklaagd, omdat deze een antisemitische tekst zou zijn. Ik heb de 63 pagina’s doorgespit, maar er staat niets dat niet al eerder is vastgesteld door de VN: de Palestijnen leven in bezet gebied, ze hebben recht op zelfbeschikking. En alle landen, inclusief Israël, hebben recht op veiligheid. Sterker, de verklaring werd destijds toegejuicht door Israël, zo herinnert de International Herald Tribune ons vandaag in een nieuwsbericht: Shimon Peres, destijds president van Israël, noemde de verklaring toen „een prestatie van het eerste uur voor Israël en de Israëlische democratie”.

Die stellingen in de verklaring waren feitelijk juist. En zelfs als ze dat niet zijn: alle twee-statelijke oplossingen gebruiken ze als uitgangspunt. Kortom, in 2001 was er geen goede reden om ze niet te tekenen. Deze keer zal het niet anders zijn.

Zoals iedere keer bij de grote racismeconventies zijn er partijen die zionisme willen definiëren als racisme. Dit is al eerder gebeurd. In 1975 is een ‘zionisme-is-racisme’- resolutie door de Algemene Vergadering van de VN aangenomen. Dit werd in 1991 onder druk van de VS teruggedraaid, mede dankzij de positieve vredesonderhandelingen in Madrid toentertijd. Onder die omstandigheden hoopten velen op vrede.

Maar het hele fenomeen zionisme is discriminerend. Kort gezegd willen zionisten een land met een Joodse identiteit, dat veilig is voor Joden. Op het eerste gezicht lijkt daar niks mis mee, maar de praktische invulling om dat doel te bereiken veroorzaakt grote problemen. Slechts een klein deel van de oorzaak van die problemen kan ik hier weergeven. De feiten zijn van wat langer geleden. Maar juist die feiten hebben de basis gelegd voor de huidige inrichting van de Israëlische staat.

In 1950 wordt de ‘Ontwikkelings Autoriteitswet’ aangenomen die het Joodse Nationale Fonds eigendom geeft over 92 procent van het land. Middels een ‘Land Convenant’ wordt al dat eigendom, het meeste afgenomen van de Palestijnen, het onvervreemdbare eigendom van de Joodse mensen wereldwijd. Het uiteindelijke resultaat van deze wet in combinatie met latere wetten is dat niet-Joden nooit land kunnen kopen, huren of er op mogen werken.

In 1952 neemt Israël de Joodse Nationaliteitswet aan, die aan iedere Jood (en alleen Joden) wereldwijd het Israëlisch burgerschap en de Joodse nationaliteit geven op het moment dat ze voet zetten in Israël. Dit onderscheid tussen burgerschap en nationaliteit is uniek in de wereld en vormt de juridische basis voor door de overheid gesanctioneerde discriminatie, waarbij veel Joden met de Joodse nationaliteit in aanmerking komen voor privileges en diensten die door de overheid geleverd worden.

In hetzelfde jaar komt het Joods Agentschap tot stand. Dit agentschap is belast met de taak om de ontwikkeling van het land te regelen en te stimuleren. Door de Nationaliteitswet komen duizenden Israëlische burgers met een niet-Joodse nationaliteit niet in aanmerking voor de voordelen gebaseerd op ‘nationaliteit’: ze mogen niet op ‘nationaal’ land werken, mogen niet deelnemen in ‘nationale’ huisvesting en komen niet in aanmerking voor onderwijssteun en agrarische subsidies.

Op 25 december 1989 oordeelt Israëls hoogste gerechtshof dat een Jood die zich bekeert tot een andere religie niet langer een Jood is en daarmee niet in aanmerking komt voor de Joodse voordelen van nationaliteit en burgerschap. De uitspraak onderstreept de juridische basis voor discriminatie, door nationaliteit gelijk te stellen met religieuze overtuiging.

Zoals blijkt uit de woorden van een van de rechters elf dagen later is de Israëlische maatschappij zo ingericht dat zionisme verkozen wordt boven universele waarden als non-discriminatie. In de Israëlische krant Haaretz stelt deze dat „de essentie van een Joodse staat is voorrang te geven aan Joden als Joden. Iemand die, in de naam van democratie, om gelijkheid verzoekt tussen alle burgers – Joden en Arabieren – moet afgewezen worden als iemand die het bestaan van de Israëlische staat als de staat voor alle Joodse mensen ontkent”.

Zionisme komt neer op het onteigenen en marginaliseren van niet-Joden en dan met name de Palestijnse Arabieren. De Israëlische staat is een feit, maar zionisme en democratie zijn duidelijk niet verenigbaar als Joden de minderheid zijn. De logica van het zionisme impliceert apartheid en discriminatie en de praktijk bevestigt dit.

Het feit dat onze regering weigert daarover een inhoudelijke discussie aan te gaan, stemt mij treurig. Minister Verhagen heeft absoluut gelijk dat een conferentie tegen racisme te belangrijk is om te laten misbruiken door politieke doeleinden. Ik zou alleen willen dat hij eens een keer goed in de spiegel keek.

Roel Schrijvers is jurist in internationaal en Europees recht bij IUS-consult

Discussieer mee op nrc.nl/expert

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie