'Onderklasse loopt man met de grote mond achterna'

Door Huib Modderkolk

Rotterdam, 21 april. De PvdA en de VVD willen beide de onderklasse aanspreken, maar waar bestaat die onderklasse precies uit en hoe doe je dat? Dat was de belangrijkste vraag tijdens het debat maandag in De Rode Hoed in Amsterdam, georganiseerd door NRC Handelsblad in samenwerking met De Rode Hoed.

Hoogleraar politieke theorie Meindert Fennema gaf voor een volle zaal een voorzet voor een definitie van de onderklasse. Volgens hem bestond die uit illegale migranten die geen minimumloon hebben en geen uitkering ontvangen, aangevuld met „legale tweede generatie generatie migranten of migranten die op jonge leeftijd met hun moeder naar Nederland kwamen in het kader van de gezinshereniging.” De moeders leerden nooit behoorlijk Nederlands en hun kinderen leven van hun uitkering en een deel van hen veroorzaakt weer problemen.

PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer wilde die definitie graag verbreden. Zij zag een toenemend „onbehagen” in de maatschappij. „Dat onbehagen reikt verder dan de mensen die in armoede leven. Mensen zijn onzeker. Over hun toekomst, over hun kinderen.”

Maar VVD-fractievoorzitter Mark Rutte ging daar niet in mee. „Onbehagen heeft niets met de onderklasse te maken.” Hij zag vooral dat veel mensen onnodig in de bijstand zitten, niet willen werken of zichzelf verrijken door crimineel gedrag. De PvdA maakt de definitie van de onderklasse zo breed dat „het uiteindelijk over de hele samenleving gaat.”

Hamer vond dat hij daarmee de onvrede in de samenleving miskende. Zij zag een „enorm maatschappelijk probleem.” Maar hoe was het dan zover gekomen? En wat eraan te doen? In De Rode Hoed zaten tenslotte twee fractievoorzitters van partijen die de afgelopen decennia veelvuldig in de regering zaten.

Rutte begon: „Ook wij zijn verantwoordelijk voor het dalende normbesef. We hebben als liberalen niet goed uitgedragen wat onze gedeelde waarden zijn, wat onze gedeelde ethiek is. Dat verwijt ik ook de VVD.” De liberalen hadden geen goed antwoord gehad op het cultuurrelativisme. Frits Bolkestein, oud VVD-fractievoorzitter en toeschouwer op de eerste rij, was volgens Rutte de laatste geweest die een „bezielend” verhaal tegen het cultuurrelativisme had gehouden.

Hamer volgde: „Het grootste probleem is dat mensen niet meekomen. Het neoliberalisme is daar mede verantwoordelijk voor.” En ook de PvdA, die samen met de VVD tussen 1994 en 2002 in de Paarse regering zat, was daar schuldig aan. „De PvdA was te veel gericht op de middenklasse. We moeten het accent verleggen, meer naar de onderkant kijken.”

Maar daarna vond Hamer het wel genoeg. Op een vraag uit de zaal of de PvdA niet te ver was gegaan met de neoliberale aanpak, antwoordde zij: „Ik ga niet de hele avond boete doen.” 

Bleef staan wat beide partijen willen doen om de onderklasse aan te spreken en weer meer een volksbeweging te zijn.

Rutte wist het wel. Het was de VVD nooit gelukt de onderklasse aan te spreken. Maar hij wilde nu een partij zijn voor „iedereen die de kansen in zijn leven wil grijpen.” Het probleem was alleen groter. De VVD had zelfs in de eigen traditionele achterban aanhangers verloren bij voorgaande verkiezingen. „Het is verschrikkelijk dat het mijn partij niet is gelukt die groep aan te spreken.” Die groep ging, vanwege het belang van de vrijheid van meningsuiting, naar de PVV na de weigering van Engeland Wilders binnen te laten en de uitspraak van het Amsterdamse hof hem te vervolgen. Als Rutte het voor het zeggen had, zou hij de sociale zekerheid minder aantrekkelijk maken („er is sprake van een heuse hulpverleningsindustrie in dit land”), hij zou de massa-immigratie beperken en hij zou normen beter handhaven zodat (klein) crimineel gedrag niet meer getolereerd zou worden.

Dat was het verkeerde recept, volgens Hamer. Mensen zijn bang door de crisis en moeten dan niet opgezadeld worden met extra onzekerheden. Dus niet aan de sociale zekerheid komen, was haar advies.

Maar wat wilde Hamer zelf doen? Sinds de opkomst van Pim Fortuyn in 2002 was er volgens haar een groep die in de steek werd gelaten, en die nu naar de PVV van Wilders vluchtte. „Deze mensen hebben het gevoel dat ze niet aan het stuur van hun eigen leven staan.” Hamer wilde hen graag „perspectief” bieden. „Op een eigen Nederlandse manier doen wat in de Verenigde Staten is gebeurd.” De gevestigde politiek heeft jarenlang deze problemen ontkent en „ontdekt nu pas dat de problemen die Fortuyn aankaartte, niet weggaan.” Ze wilde de mensen die mee willen doen steunen en zag geen plek voor cynisme. Maar dat mensen lui zijn, zoals iemand uit de zaal stelde, ging haar te ver. „We moeten de problemen niet verergeren. We leven in een welvarend land.”

Meindert Fennema wilde graag benadrukken dat een op drift geraakte groep kiezers, die volgens de peilingen nu naar de SP en PVV trekt, niet stemt uit onvrede maar op basis van politiek ideologische standpunten. De onderklasse zoals hij die gedefinieerd had, zei hij, stemt helemaal niet. En dat leken de aanwezige partijen maar moeilijk te accepteren, zei hij. Rutte zei er van te zullen leren. Maar Hamer had er nog wat moeite mee. „Ze lopen de man met de grote mond achterna.”

Fennema: „Nee, die groep stemt juist op basis van politiek ideologische voorkeuren.”

Rutte: „Ze lopen dus niet achter de man met de grote bek aan.”

Discussieer op nrc.nl/expert over de onderklasse

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie