Palmen is passé, nu de nieuwe generatie

Connie Palmen en Harry Mulisch tijdens het Boekenbal in 2007.
Door Paul Brandt

Schrijfster Connie Palmen vindt net als Gerrit Komrij de bestsellers van nieuwe schrijvers geen literatuur. Niet waar, er is sprake van een wisseling van de wacht, schrijft Paul Brandt.

‘Scheer je weg uit het land van de literatuur, nietsnutten”, zei Connie Palmen tijdens de afgelopen Boekenweek. Je hoeft dat fragment met die dubbele tong maar één keer te zien om te weten: dronkemanspraat. Dus aanvankelijk leek het logisch dat Palmen in De Wereld Draait Door haar excuses maakte tegenover bestsellerauteur Saskia Noort, op wie zij onder anderen doelde. Maar iets later in de uitzending herhaalde zij alsnog haar standpunt: „Nietsnutten, ga weg uit de literatuur.” Ze meent het.

Prima, zo’n mening. Literatuur is een serieuze kunstvorm en de schrijver die zich van clichés bedient, moet geweerd worden, betoogde Palmen. Hoe mooi was het geweest als zij voorbeelden had gegeven als: lees nu in plaats van Saskia Noort eens Bert Natter of Marja Pruis. Laat Heleen van Royen eens liggen en pak eens een boek van Robert Vuijsje. Moet je eens zien hoe sterk die nieuwe generatie literatoren voor de dag komt. Dat deed Connie Palmen niet. Haar literaire pronkbeelden, behalve zichzelf (sic), waren Gerrit Komrij, Cees Nooteboom en Harry Mulisch. En dat is nota bene haar eigen vriendengroepje, haar eigen literaire borreltafel!

Ook prima, ieder z’n vrienden. Wat hier zo abject is, is dat zij het woord ‘literatuur’ daarvoor opeist. Pijnlijk duidelijk werd dat zij zichzelf en haar eigen clubje een bijna sacrale verhevenheid toedicht boven alle nieuwkomers. Hoe komt het toch dat die mensen zo zelfingenomen zijn? Komrij versterkte dat beeld door te verzuchten dat „de Nederlandse literatuur op sterven na dood” is. Zou Komrij daarmee niet bedoelen dat zijn generatie schrijvers op sterven na dood is, en dat hij vindt dat er na hen niks van waarde komt?

Palmen moedigt ons in feite aan om naar kunst te kijken, maar dan mogen we bij wijze van spreken alleen naar het Rijksmuseum. Waar de topstukken hangen van haar en haar vrienden – die mogen we bewonderen. Terwijl de literatuur een serieuze kunstvorm is; Palmen benadrukt dat zelf. Een kenmerk van kunst is dat zij zichzelf steeds vernieuwt en in beweging is, bij voorkeur bruist. Voor mensen die naam hebben gemaakt in de kunst is het altijd een hard gelag als ze vroeg of laat worden ingehaald door nieuwkomers, die aanvankelijk per definitie minder ervaring hebben. We zien in het cabaret dezelfde frustratie bij Freek de Jonge, die ook lange tijd in de terechte veronderstelling leefde dat hij de beste was. Maar dat tijdelijke en ongrijpbare is ook het mooie van de kunst. En zeker iemand die vijftig jaar leeservaring heeft zou toch gewoon moeten onderkennen dat die dingen nu eenmaal zo lopen.

Maar het meest bezwaarlijke aan de mening van Palmen is dat zij pretendeert het land van de literatuur te vertegenwoordigen, terwijl ze slechts spreekt namens een provincie. Toegegeven, het is een prachtige provincie, lekker rustig, maar je moet ervan houden. Ik woon liever in een andere provincie van de literatuur, in de drukke stad waar het nu gebeurt.

De literatuur die Palmen het mooist vindt, is niet eenvoudig; je hebt er veel leeservaring voor nodig om het te kunnen begrijpen. Zelf noemde ze Ulysses van James Joyce als voorbeeld. Nu heeft Gerard Reve eens geschreven dat het niet zo moeilijk is om een gedachte vanuit je hoofd op een stuk papier te doen nederdalen, maar dat het de kunst is om deze vanaf het papier weer te doen opstijgen in het hoofd van een ander. Literatuur is het contact tussen een schrijver en een lezer. Als een boek een bestseller wordt, heeft de schrijver precies de goede golflengte te pakken gehad om de lezers te bereiken. Dan is hij ofwel een briljant schrijver (Arnon Grunberg, Herman Koch), of heeft hij zich bediend van begrippen, „clichés” zegt Palmen, die de grote massa kan begrijpen. Dat betekent weer dat een schrijver wiens boek géén bestseller wordt dat misschien wel met nog grotere trots kan rondbazuinen: ,,Mijn werk is voor de literaire fijnproever. Het is helaas maar een zeer select gezelschap dat mijn werk begrijpt.’’ Probleem is dat dit principe een schrijver áltijd een argument in handen geeft om zijn eigen werk als literatuur te bestempelen. En dat komt in de rustige provincie van de literatuur waar Palmen woont dan ook vaker voor dan goed zou zijn voor de serieuze kunstvorm die literatuur is. Vriendjes die elkaar bewieroken, op de schouder kloppen, literaire prijsjes toeschuiven, terwijl niemand het kan lezen, maar ja, dat is nu juist de kracht ervan! Het zijn de lezers, beweren zij, die niet slim genoeg meer zijn om ze te kunnen begrijpen en het literatuuronderwijs is natuurlijk niet meer wat het geweest is. Ik zou de lezers willen voorhouden: het is de taak van de schrijver om zijn gedachtengoed, hoe complex ook, zo helder en begrijpelijk mogelijk te presenteren. Als je er geen touw aan kunt vastknopen, kan soms ook de schrijver zijn werk niet goed hebben gedaan, te lui om de chaos in zijn hoofd fatsoenlijk te ordenen en te verwoorden. De term ‘nietsnutten in de literatuur’ slaat in deze context juist op enkele schrijvers op wie Palmen zo dol is.

Nou goed, nu de huidige generatie literatoren volgens Komrij wel zo’n beetje klaar is, komt er weer volop ruimte voor nieuwe schrijvers! Ik hoop daarom dat jonge talenten de handschoen oppakken die Palmen geworpen heeft: wees welkom in de literatuur en schrijf bijvoorbeeld een roman over een getalenteerd en gevierd kunstenaar die langzaam zijn of haar grip op de werkelijkheid verliest. Als je erin slaagt zo’n tragisch verhaal zonder clichés op te schrijven, geef ik het uit!

Paul Brandt is hoofdredacteur van Nijgh & Van Ditmar, dat o.a. werk van Robert Vuijsje, Marja Pruis, Arnon Grunberg en Simon Vestdijk uitgeeft.

Geef een reactie op nrc.nl/expert

Gepubliceerd in:
Opinie