Er is geen nationaliteitswet die niet discrimineert
Geen enkele nationaliteitswet is discriminerend. Dus ook niet de Israëlische. Wat dat betreft kan Roel Schrijvers (NRC, 20 april) zijn gelijk krijgen. Want discriminatie zit hem, om in nationaliteitsrechtelijke terminologie te blijven, in het bloed van dit rechtsgebied.
Er zijn vele nationaliteitswetten onder andere de Rijkswet op het Nederlanderschap die bloedverwantschap als vrijwel exclusief vereiste stelt voor het verkrijgen van de nationaliteit. Het woord nationaliteit is ook afgeleid van het woord natio uit het Latijn. Dat de natie Israël deze methode gebruikt is dus niet uniek en de discriminatie op grond daarvan, door uitsluiting van personen die niet tot een bepaalde bloedgroep behoren evenmin.
Wij doen het ook als het om Nederlanders gaat. Er is zelfs Nederlandse nationaliteitswetgeving die het recht geeft aan personen die een andere nationaliteit hebben maar die wel verre Nederlandse voorouders hebben om het Nederlanderschap te verkrijgen. Dus ook die figuur is niet uniek voor Israël. Is ooit gezegd dat de Nederlandse nationaliteitswet discrimineerde terwijl de rechtsgronden exact hetzelfde zijn als de Israëlische nationaliteitswet? Ja en nee dus, en het levert dus in ieder geval niet een moreel of juridisch argument op om het zionisme discriminatie in de negatieve zin zoals Schrijvers bedoelt, na te dragen.
Waar het punt zit is veel minder het nationaliteitsrecht of het zionisme zoals Roel Schrijvers suggereert, maar de gedachte dat het rechtvaardig was dat er een staat moest komen voor de joden. Hiertegen verzet Schrijvers zich niet. In 1950 is in Israël een nationaliteitswet aangenomen die bepaalde dat eenieder die zich op dat moment op het grondgebied van de staat Israël bevond, de Israëlische nationaliteit verkreeg, zowel joden als Arabieren.
Dat is in zekere zin ruimhartig, immers er werd ook gebruik gemaakt van een ander leidend beginsel uit met name het Anglo-Amerikaans nationaliteitsrecht en wel dat geboorte op het grondgebied van het land de boreling recht geeft op de nationaliteit van dat geboorteland. In Nederland kennen wij dit fenomeen vrijwel geen betekenis toe in onze wet op het Nederlanderschap. In de Israëlische nationaliteitswet is het een beginpunt geweest waarbij ook niet joden Israëliër konden zijn. Schrijvers heeft wel gelijk als hij stelt dat de joodse staat Israëlische nationalen discrimineert al naar gelang hun joodse of Arabische afkomst. Dit deugt inderdaad niet in een moderne westerse rechtstaat.
Schrijvers vergeet echter de belangrijkste groep Palestijnen en dat zijn degenen die het grondgebied van de latere staat Israël al dan niet gedwongen hebben verlaten. Dit zijn de Palestijnen in de vluchtelingenkampen. Die verloren (voor zover ze al een nationaliteit hadden onder het Britse mandaat) elke aanspraak op een nationaliteit en ook de kinderen van deze staatlozen hebben geen nationaliteit. Inmiddels zijn we toe aan de derde generatie. Deze natie verdient een grondgebied, want een Palestijnse diaspora zit er vanwege de houding van de gehele wereld die weigert hen nationaliteit te verlenen, niet in. Een diaspora kan voor het verstrooide volk op den duur gevaarlijk zijn. De geschiedenis heeft dit vaker bewezen want dit noodlot heeft niet alleen de joodse diaspora getroffen. Het is beter dat de Palestijnen, zoals ze ook zelf willen net als de joden een staat krijgen, waarin een nationaliteitswet geldt die net als andere nationaliteitswetten, discrimineert.
En overigens in Egypte verlies je de Egyptische nationaliteit als je zionist wordt, dus ook die discriminatie, die aan geloof is gebonden en hoezeer ook naar mijn mening verwerpelijk, geldt andere nationaliteitswetten van Israël omringende landen. Een tot het zionisme geconverteerde Egyptische Arabier (want stateloos) heeft helemaal geen burgerrechten in Egypte. Dan hebben Arabische Israëliërs het beter, waarmee ik overigens niet gezegd wil hebben dat zij het goed hebben. Schrijvers heeft aan mij een medestander als hij ijvert voor een grondgebied voor de Palestijnse natie, gelijkberechting van Arabische Israëliërs en ook voor de oproep aan Israël en de haar omringende landen bepalingen te schrappen die verwerving en verlies van nationaliteit koppelt aan verwerving en verlies van godsdienst. Bloed en bodem, hoe eng de connotatie van die begrippen ook zijn, geven een beter want objectief begrippenkader, dat geloofsovertuiging voor het nationaliteitsrecht en de rechtstaat mist.
Als geloofsovertuiging bepalend is voor burgerrechten zijn we terug in de middeleeuwen en als Schrijvers aantoont dat Israëlische wetten dit veroorzaken heeft hij mijn steun en bekritiseer ik Israël met hem, maar niet nadat we ook hebben vastgesteld dat er meer landen zijn die zich schuldig maken aan dit soort praktijken en wij deze landen bekritiseren om ons tenslotte af te vragen of wij het wel goed doen, want wie zonder zonden is werpe de eerste steen. Het geeft te denken dat op de vooravond van de holocausthederdenkingsdag in Israël en de verwerpelijke speech van Ahmadinejahd (die kilos boter op zijn hoofd heeft) op de antidiscriminatieconferentie van de VN, door een Nederlandse jurist zo eenzijdig, gedeeltelijk apert onjuist en tendentieus kritiek wordt geleverd op Israël. Het zou me een lief ding waard zijn als de onvolledigheid in de uiteenzetting van de juridische standpuntbepalingen van beide zijden eens zou verdwijnen, ik neem aan dat Schrijvers ook inziet dat er anders geen oplossing mogelijk is in dit tragische conflict.
Florimond Wassenaar is advocaat gespecialiseerd in het nationaliteitsrecht
