Leiders verkopen beleid wel vaker als islamitisch

Door Antoinette de Jong

De Talibaan zijn niet de eersten die religie misbruiken. Militaire en politieke leiders hebben vaak geprobeerd zich boven kritiek te verheffen door beleid als islamitisch te verkopen.

In de Pakistaanse politiek werkt religie als een tovermantel die men omslaat om ongrijpbaar en onkwetsbaar te worden voor politieke tegenstanders. Wanneer een beleidsmaatregel als islamitisch verantwoord wordt gepresenteerd is die nog maar moeilijk terug te draaien.

Ik wil niet de indruk wekken dat de problemen van Pakistan zijn beperkt tot de North West Frontier Provincie. Ook in andere delen van het land hebben Talibaan en andere militante groeperingen de woede en frustratie van kanslozen gebruikt om zieltjes te winnen.

Het gevaar voor instabiliteit wordt nog verergerd door de smeulende conflicten langs etnische lijnen bijvoorbeeld tussen Baluch en Pathanen in Quetta en in Karachi tussen Mohajirs, Pahathen en Sindhi’s. De militanten die baat hebben bij instabiliteit, proberen die etnische conflicten aan te wakkeren.

Het geweld in Karachi van de afgelopen dagen, is de zoveelste uitbarsting in de uit haar voegen barstende stad van een geschatte 18 miljoen inwoners. Vorig jaar, in de zomer voor de economische crisis uitbrak, verkeerde ik een dag of tien in de sloppenwijken aan de Lyari-rivier. In uiterst smerige en beroerde omstandigheden wonen en werken daar honderdduizenden armen. Criminele gangs opereren er ongestoord. Ik durf er niet aan te denken hoe nijpend de armoede momenteel moet zijn nu door de crisis veel banen in de grote havenstad verdwenen zijn. Nog meer voedingsbodem dus voor de Talibaan en andere militante groeperingen. Die maken, zoals ik al schreef, handig gebruik van de sociale achterstand van de kanslozen door zich als de verlossers te presenteren.

Vorige maand waarschuwden politieautoriteiten in Karachi dat de stad tot aan de nok vol met wapens zat en dat de spanningen hoog opliepen. De onrust tussen Pathanen (vaak weggevlucht voor armoede in de stammengebieden en het geweld in NWFP) en de Mohajirs van de MQM hoefde dus maar een beetje aangewakkerd te worden, vlammetje erbij en weer is zo een front van instabiliteit geopend.

De situatie in Pakistan is uiterst complex. Nog een ander oorzaak van spanningen: veel bewoners van Sindh, Baluchistan en NWFP vinden dat Punjab zich teveel water, belastingen en andere inkomsten toe-eigent ten koste van de andere provincies.

Baluchistan, rijk aan mineralen en gas en ook nog grenzend aan de Arabische Zee, is inmiddels al jaren afgegrendeld voor onafhankelijke waarneming. Onder Musharraf probeerde het leger in 2007 opnieuw met veel geweld een einde te maken aan de roep om grotere autonomie en meer Gas-inkomsten voor de Baluch. Tienduizenden sloegen op de vlucht voor bombardementen en artillerie-beschietingen. Vergeefs wachtten de vluchtelingen, het merendeel vrouwen en kinderen, vervolgens op hulp. Er waren honderden doden, 80 % daarvan onder de vijf jaar. Unicef stelde dat Musharraf’s leger alle pogingen om hulp te bieden systematisch ondermijnde. De beleidsmedewerker van Unicef die het naar buiten bracht, moest vervolgens het land uit.

Over de banden tussen het leger en de (extremistische) religieuze partijen heeft Heleen Saaf al nadere toelichting gegeven. Ik zou nog willen aanvullen dat Navo-generaals de afgelopen jaren herhaaldelijk en publiekelijk steen en been klaagden dat de Talibaan-Shura ongehinderd kon opereren in Quetta en over het gebrek aan optreden van Musharraf tegen de militanten.

De tientallen ‘mullah-radiozenders’ in de stammengebieden en in de ‘settled areas’ hadden eenvoudig aangepakt kunnen worden.

Verontrustend zijn ook de klachten van lokale politie en bestuurders in NWFP die melden dat wanneer zij – vaak met het verlies van agenten - erin slagen belangrijke Talibaan te arresteren, ze vervolgens ‘een telefoontje’ krijgen met de opdracht de arrestant weer vrij te laten. De bronnen van die berichten moeten anoniem blijven.

Tot slot nog enkele vervolgberichten op het eerdere verhaal. De huizen van de Sikh-gemeenschap in het Orakzai-stammengebied zijn vernield omdat ze niet tijdig 20 miljoen roepie aan de militanten betaalden en in Peshawar opende het ICRC een ziekenhuis in voor “weapon wounded”. Wellicht wordt om diplomatieke redenen het woord oorlogsslachtoffers nog vermeden, maar niemand is nu bij verhullende taal gebaat. Al een miljoen mensen is inmiddels op de vlucht geslagen.

Antoinette de Jong is journalist. Ze doet sinds 1993 verslag over de regio Afghanistan en Pakistan voor o.a. NRC Handelsblad en de VPRO. Eerder schreef De Jong het artikel 'De hoop voor Pakistan anno 2009: de Talibaan'. Zie hier de discussie die daarop volgde.

Wilt u op dit artikel reageren? Dat kan hier.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie