Nederlandse studenten kunnen in het Engels niet ‘denken’

Studenten van de Utrecht University College tijdens hun afstudeerceremonie.
Door Pieter Muysken

Met Engels als voertaal kunnen studenten zich internationaal manifesteren. Toch staat deze universele taal niet voor kwaliteit en vooruitgang. Het is voor Nederlanders heel moeilijk om gedachten in Engelse woorden te vatten.

Toen oud-minister Jo Ritzen voorstelde om het onderwijs op de universiteit in het Engels te gaan geven stak er een storm van verontwaardiging op. Toch is sindsdien die taal gaandeweg steeds verder opgerukt op de universiteiten.

Inmiddels is onderwijs in het Engels in steeds meer sectoren de gevestigde praktijk geworden en kunnen we de balans opmaken. De voordelen van het gebruik van het Engels zijn evident en vallen onder het hoofdje internationalisering:

  • De Nederlandse studenten krijgen middelen aangereikt om zich ook internationaal te manifesteren.
  • Voor uitwisselingsstudenten in allerlei EU programma’s is er onderwijs dat ze kunnen volgen, en zo kan Nederland mee doen in diverse netwerken.
  • Nederland kan op de onderwijsmarkt meedingen naar studenten uit de hele wereld.

Deze voordelen zijn reden genoeg voor tal van universitaire beleidsmakers om actief aan te dringen op nog meer onderwijs in het Engels. Die taal staat dan al gauw voor kwaliteit en vooruitgang.

De werkelijkheid is anders. Toch al dorre beleidsstukken worden nu in het Engels geschreven, en verliezen daardoor nog meer aan inhoud. Vergaderen wordt nog minder efficiënt doordat mensen niet precies kunnen zeggen waar het op staat. Docenten geven vaak les in steenkolenengels, waaraan alle schwung ontbreekt, en kunnen niet goed uit hun woorden komen. Zoals Ger Groot in het NRC Handelsblad van 7 mei opmerkt, kunnen studenten in het Engels ‘niet denken’. Wat ze eigenlijk hadden willen zeggen kunnen ze in discussies in werkgroepen en in werkstukken vaak niet goed onder woorden brengen.

In plaats van symbool voor kwaliteit, staat Engels maar al te vaak voor armoe. Ik zeg het nog een keer: de keuze voor Engels gaat ten koste van heel veel. Willen bestuurders meer Engels op de campus, dan zal ook de aandacht voor verbetering van de vaardigheid in die taal navenant moeten toenemen. Die is nu goeddeels afwezig.

Misschien is het ook goed om even de voordelen van het gebruik van het Nederlands op een rijtje te zetten.

  • Met het gebruik van het Nederlands dragen de universiteiten bij aan de ontwikkeling van de eigen cultuur, waar ook de wetenschappen een onderdeel van zijn. Geen publiek bewustzijn van stamcelonderzoek, deeltjesversnellers en natuurlijke selectie als die woorden niet eens bestaan (zoals in minstens 95% van de talen van de wereld).
  • Met het gebruik van het Nederlands wordt de taalvaardigheid van de Nederlandse studenten benut en uitgedaagd. Ze kunnen en moeten leren om goed te schrijven en prikkelend en helder te spreken. Er vallen mijlen te winnen in de ontwikkeling van het spreken in het openbaar en het goed schrijven, en dat kan nu eenmaal het beste in het Nederlands.
  • Ook voor buitenlandse studenten en promovendi is enige kennis van het Nederlands zeker geen overbodige luxe. In het lab kunnen ze met Engels terecht, maar ’s avonds in de kroeg is het Nederlands een pré. Als ze later terug gaan naar Seoul of Nairobi kunnen ze trots zijn op het beetje Nederlands dat ze kennen, en op termijn onderdeel vormen van een virtueel Nederlands netwerk. Op dit moment wordt de mogelijkheid om een beetje Nederlands te leren hen vaak onthouden.

Toch pleit ik niet voor een terugkeer naar de oude situatie. Het afgelopen jaar had ik studenten voor mijn neus uit Thailand, Mexico, Griekenland, Iran, Israël, Indonesië, Peru, Maleisië, Polen, Japan, Duitsland, de V.S., China, Rusland en gelukkig ook uit Nederland, en dit was voor iedereen een verrijkende ervaring. Bovendien vrees ik voor het voortbestaan op zich van onze opleiding als we de internationale studenten niet zouden hebben. De belangrijkste voertaal, en zoals keer op keer bleek, de enige taal die we deelden, was Engels. De deur naar het Nederlands bleef alleen openstaan.

De universiteiten doen zichzelf te kort met alleen Nederlands, maar evenzeer met alleen Engels. De oplossing ligt voor mij dan ook in een taalbeleid gericht op meertaligheid. Niet òf/òf, maar èn/èn. Dat lijkt luchtfietserij zonder concrete invulling, en om alvast een potentieel bezwaar weg te nemen: het lijkt duurder dan een eentalig beleid in één van beide talen, maar de verborgen kosten van bijvoorbeeld het huidige gammele functioneren in het Engels zijn ook niet te onderschatten.

Een meertalig beleid, en de balans tussen Engels en Nederlands, verschilt per discipline. Bovendien spelen in sommige disciplines ook nog andere talen een rol.

  • De kern is denk ik dat het Nederlands in elke opleiding een plaats zou moeten hebben. Nederlandstalige studenten moeten de kans hebben, maar ook uitgedaagd worden, om ook in hun eigen taal te presteren, en wellicht beter te presteren dan nu vaak het geval.
  • Voorlichtingsmateriaal en studie-informatie moeten beschikbaar zijn in beide talen.
  • In sommige vakken kan heel goed het hoorcollege in het Engels, maar practica of werkgroepen moeten in elk geval ook in het Nederlands gegeven worden of meertalig zijn.
  • Vragen stellen kan vaak het best in het Nederlands. Buitenlandse studenten hebben soms een passieve taalvaardigheid en begrijpen de vraag, of de docent vat de vraag nog even in het Engels samen alvorens hem te beantwoorden.
  • Waarom geen goed geschreven werkstukken of essays in het Nederlands?
  • Voor sommige publicaties, betreffende de maatschappelijke en culturele werkelijkheid van ons land, is het niet alleen akkoord dat ze in het Nederlands, maar ook belangrijk dat ze in die taal geschreven zijn. Nu zien we krampachtig stukken in het Engels verschijnen, met omslachtige omschrijvingen, alleen omdat ze anders niet meetellen. Toch schieten ze hun doel voorbij en zijn voor buitenstaanders door gebrek aan lokale kennis niet eens relevant.

Kortom, de universiteiten hebben veel te winnen als ze niet zo krampachtig met hun taalbeleid omgaan. In alle gevallen: aandacht voor, en eisen aan, de kwaliteit van het Engels en het Nederlands.


Pieter Muysken is Akademiehoogleraar taalwetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie