De Derde Weg vertoont autoritaire trekken

Door Ralf Dahrendorf

De ideologie van de Derde Weg zwijgt in alle opzichten over een van de fundamenten van een menswaardig bestaan: de vrijheid. Ralf Dahrendorf meent dat dit tot een gevaarlijke ontwikkeling kan leiden, waarin politici dank zij de apathie van de massa ongehinderd hun gang kunnen gaan.

In het politieke debat in heel Europa is de Derde Weg al wat de klok slaat – het is het enige dat in een nieuwe richting wijst temidden van een nogal verwarde menigte trends en ideeën. Het recente memorandum Europe: The Third Way van Tony Blair en Gerhard Schröder begint met een krachtige uitspraak: ,,Sociaaldemocraten zijn in bijna alle landen van de Unie aan de regering. De sociaaldemocratie heeft nieuwe aanhang verworven, maar alleen omdat ze, met behoud van haar traditionele waarden, op een geloofwaardige wijze de vernieuwing van haar ideeën en de modernisering van haar programma's ter hand heeft genomen. Ook heeft ze nieuwe aanhang verworven omdat ze zich sterk maakt niet alleen voor sociale rechtvaardigheid maar ook voor economische dynamiek en het ontketenen van creativiteit en innovatie.''

Het was misschien ongelukkig dat dit document nu juist een week voor de recente Europese verkiezingen werd gepubliceerd. Niet alleen heeft het naar verluidt een zekere verwarring gesticht – vooral onder de Duitse sociaaldemocraten – maar daarnaast stellen de Europese verkiezingen, met al hun tekortkomingen en beperkingen, ons in staat de juistheid te onderzoeken van de constatering ,,de sociaaldemocratie heeft nieuwe aanhang verworven''. De uitslag van dat onderzoek is veelzeggend. In zes van de vijftien EU-landen kregen sociaaldemocratische partijen 20 procent of minder van de stemmen (België, Denemarken, Finland, Ierland, Italië en Nederland), en in twee (Frankrijk en Luxemburg) 22 procent of 23 procent. In nog eens vijf landen was de score voor de sociaaldemocratische partijen tussen de 26 procent en 33 procent (Duitsland, Griekenland, Groot-Brittannië, Oostenrijk en Zweden). In Spanje stemde 35 procent voor de democratisch socialisten en in Portugal 43 procent. In slechts vier landen waren de sociaaldemocraten relatief de sterkste partij, waaronder Frankrijk, waar dank zij de versnippering van rechts de socialisten van Jospin (zelf ook niet bepaald eendrachtig) met 22 procent toch de grootste partij werden.

Het is verleidelijk eens het ware gewicht van de sociaaldemocraten in de regeringen in Europa na te gaan (waar in België en Luxemburg veranderingen voor de deur staan), want twintig jaar geleden behaalden ze een tweemaal zo groot stemmenaandeel. In de meeste Europese landen zijn de sociaaldemocraten echte minderheidspartijen. Zelfs in Groot-Brittannië is Blairs bedrieglijk grote parlementaire meerderheid gebaseerd op 43 procent van de stemmen. Analyse van de verkiezingsuitslag wijst uit dat de eigenlijke trend er een is naar niet-traditionele partijen, waarvan een groot aantal twintig jaar geleden nog niet bestond. In de meeste Europese landen behalen ze bij elkaar meer stemmen dan de sociaaldemocraten. In werkelijkheid voelen de kiezers zich verward en onzeker en van hot naar haar geslingerd. Een reële tendens naar een nieuwe consolidatie van de kiezersopinie is moeilijk te onderkennen.

Het is denkbaar dat het door premier Blair en kanselier Schröder uitgedragen gedachtegoed brede aanhang verwerft – wellicht zelfs evenzeer buiten als binnen de socialistische partijen. Blair lijkt minstens evengoed te kunnen opschieten met de conservatieve Spaanse premier Aznar als met zijn socialistische Franse ambtsgenoot Jospin. Zonder dat ik me op oorspronkelijkheid wil beroepen, lijkt een aantal van de Derde-Weg-ideeën tamelijk sterk op de strekking van het rapport van een comité dat ik in 1995-'96 heb voorgezeten, getiteld Wealth Creation and Social Cohesion in a Free Society (Het scheppen van rijkdom en sociale samenhang in een vrije samenleving). De kernvraag waarmee alle landen op dit ogenblik worden geconfronteerd is: hoe kunnen we zorgen voor duurzame economische verbeteringen in mondiale markten zonder de fundamentele samenhang van onze samenlevingen of de instituties van de vrijheidsgedachte op te offeren?

Wij hebben behoefte aan economieën die sterk kunnen concurreren, en dat kan alleen als we beperkingen versoepelen en de aanbodzijde van de economie de vrije teugel geven. Daarnaast hebben we behoefte aan samenlevingen die plaats bieden aan alle ingezetenen zonder residu in de vorm van een onderliggende klasse. Hoe nuttig individuele competitie in de economie ook is, ze moet worden getemperd door solidariteit.

In het memorandum van Blair en Schröder staat een wending die in mijn ogen misleidend is: ,,Wij steunen een markteconomie, niet een marktsamenleving'', of is dit méér dan een verschrijving? Willen zij een geleide samenleving? En zo ja, willen ze dan een stap in de richting van Singapore zetten door de derde term in de formule voor de kwadratuur van de cirkel, de `vrije samenleving' waarbinnen alles moet plaatsvinden, te beperken of zelfs in gevaar te brengen?

Anthony Giddens onderkent in de Derde Weg zes beleidsvelden: ten eerste een nieuwe politiek of `tweede democratiseringsgolf' waarin men zich rechtstreeks tot de bevolking wendt; in de tweede plaats een nieuwe relatie tussen staat, markt en samenleving waardoor deze `zich aaneensluiten'; ten derde een aanbodgericht beleid met sociale investeringen in vooral onderwijs en infrastructuur; ten vierde een fundamentele hervorming van de verzorgingsstaat door het aanbrengen van een nieuw evenwicht tussen risico en geborgenheid; ten vijfde een nieuwe relatie ten opzichte van het milieu door middel van `ecologische modernisering'; en ten slotte een krachtig engagement voor transnationale initiatieven in een wereld van `vervagende soevereiniteit'.

Dit project is wel een combinatie van een neoliberaal economisch en een sociaaldemocratisch maatschappelijk beleid genoemd. Dat is onterecht. In zekere zin is het onderscheidende kenmerk van deze aanpak eerder impliciet dan expliciet, namelijk zijn optimisme. Ik heb het zelf omschreven als `mondialisatie plus', dat wil zeggen: aanvaarding van de behoeften van een mondiale markt maar met daaraan toegevoegd de sleutelelementen van sociaal welbevinden. De onderliggende zienswijze is nog wel op andere wijzen te karakteriseren, bijvoorbeeld aan de hand van de wijze waarop het woord `risico' wordt gebruikt. Zoals is aangetoond door Ulrich Beck, ook een voorvechter van de Derde Weg, betekent risico niet alleen inbreuk op de veiligheid maar ook nieuwe kans, niet alleen waarschuwing voor onzekerheden maar ook uitnodiging tot ondernemerschap en intiatief. Hetzelfde kan worden betoogd voor een ander woord dat onder de nieuwe zienswijze veel wordt gehanteerd, namelijk flexibiliteit.

Misschien is het wel dit aspect van de Derde Weg waardoor de sociaaldemocraten worden verdeeld. Het `oude Labour' ziet risico als een dreiging en flexibiliteit als onzekerheid, en klampt zich vast aan de oude zekerheden. Het `nieuwe Labour' benadrukt de kansen die het individueel initiatief biedt en de mogelijkheden om het eigen welzijn te verbeteren door nieuwe uitdagingen aan te gaan. En daarmee wordt duidelijk waarom het kerndebat gaat over de hervorming van de verzorgingsstaat. Ook blijkt dat de nieuwe sociaaldemocratie wel bestaat in Groot-Brittannië en Nederland, maar niet in tal van andere landen waar het eerder de partijen van oud-rechts zijn die naar de neue Mitte tenderen. De alliantie tussen Blair en Aznar is dus eigenlijk niet zo heel verrassend.

Het is deze positieve, toekomstgerichte gedachte aan nieuwe mogelijkheden die de Derde Weg zo aantrekkelijk maakt voor wie zich niet bedreigd voelt, inclusief de nieuwe `mondiale klasse' van hen die verwachten te profiteren van de veranderde productiekrachten. Wellicht kunnen we hieruit ook afleiden dat de Derde Weg waarschijnlijk geen massabeweging achter zich zal krijgen, ook al zijn er in sommige gevallen verkiezingen mee te winnen. Een gedachtegoed dat alleen bredere aandacht trekt wanneer het gepaard gaat met haast missionaire communicatiemethoden, heeft iets gekunstelds, haast iets elitairs. Een gehaaide PR is in die zin dan ook van essentieel belang voor de Derde Weg, evenals de merkwaardig religieuze uitstraling van Tony Blair en de briljante presentatietechniek van Anthony Giddens en Ulrich Beck. Allen weten ze kritiek langs zich te laten afglijden als van een oliejas vervaardigd uit een curieuze mix van schuchterheid en dogmatisme. Sceptische vragen worden even vaak beantwoord met een verwijzing naar hoe iets zou kunnen of zelfs zou moeten zijn als met een uitspraak over de feitelijke stand van zaken.

Voor een verstokte volgeling van Karl Popper is dit zorgwekkend. De twijfel begint al bij de term Derde Weg. Daaruit blijkt een merkwaardig gebrek aan historisch besef dat typerend is voor leiders van het type Clinton en Blair. Daarnaast wijst zo'n term op een betreurenswaardige behoefte aan een integrale, of in elk geval van een uniek label voorziene ideologie. Voor veel mensen was de grote bevrijding die de revolutie van 1989 bracht nu juist dat de tijd van de ideeënstelsels voorbij was. Er bestaan geen Eerste, Tweede en Derde Wereld meer, maar nog slechts varianten van pogingen om te voorzien in economische, sociale en politieke behoeften, al zijn die ook met wisselend succes bekroond. De Derde Weg vooronderstelt een meer Hegeliaans wereldbeeld en dwingt zijn aanhangers zich te onderscheiden door zich tegen anderen af te zetten in plaats van door een eigen samenstel van ideeën – en daarvoor moeten die `anderen' dan veelal ook nog worden verzonnen of gekarikaturiseerd.

Het kenmerk van een open wereld is nu juist dat er niet slechts twee of drie wegen zijn. Er zijn zoveel kapitalismen, niet alleen dat van Chicago; er zijn zoveel democratieën, niet alleen die van Westminster. Diversiteit is geen facultatieve accessoire van de beschaving, maar een kernelement van een wereld die de behoefte aan gesloten, alomvattende stelsels achter zich heeft gelaten. Zelfs van de politiek bedreven in naam van de Derde Weg kan worden gezegd dat die zeer divers is. Niemand verwacht van kanselier Schröder dat hij Duitsland verandert in een tweede Groot-Brittannië. Ook na alle hervormingen zal het Duitse model sterk blijven verschillen van het Angelsaksische, en geen van beide hoeft model te staan voor andere landen. Niet alleen cynici hebben opgemerkt dat de beste definitie van de Derde Weg weleens zou kunnen zijn: dat wat premier Blair doet. Als hij vóór rechtstreekse verkiezing van de burgemeester van Londen is, of tegen tienerzwangerschappen of voor privatisering van spoorwegen, dan moet dát de Derde Weg zijn. Toch blijft de vraag knagen waarom Blair en de zijnen alles onder één noemer willen brengen. Zijn de onbegrensde mogelijkheden van de wereld sinds 1989 een te zware last? Hebben de leiders van de Derde Weg een inwendige zekerheid die ze hun volkeren onthouden? Wordt iedereen geacht risico's te nemen behalve degenen aan de top?

Ik heb de meeste publicaties over het verschijnsel De Derde Weg gelezen, en het valt me op dat één woord daarin vrijwel niet voorkomt: vrijheid. Er valt veel te lezen over broederschap, een van de centrale thema's van de Derde Weg. Gelijkheid heeft de functie van doelstelling gekregen en is vervangen door het sociale vangnet en meer recent door rechtvaardigheid. Maar vrijheid? Voorvechters van de Derde Weg zouden zonder twijfel zeggen dat die van meet af aan verondersteld en geïmpliceerd is. Ze verschijnt dan ook kort ten tonele op de lijst van `tijdloze' waarden in de inleiding bij het memorandum van Blair en Schröder: ,,billijkheid en sociale rechtvaardigheid, vrijheid en gelijke kansen, solidariteit en verantwoordelijkheid jegens anderen''. Maar onder de tijdgebonden waarden is er voor vrijheid geen plaats.

Dat is niet toevallig. De Derde Weg houdt zich niet bezig met de open samenleving of de vrijheid. Eigenlijk heeft de Derde Weg een merkwaardig autoritair trekje, en niet alleen in de praktijk. Waar Giddens het heeft over een `tweede democratiseringsgolf' bedoelt hij de deconstructie van traditionele democratische instituties. Parlementen zijn achterhaald; referenda en discussiegroepen moeten hun plaats innemen. De hervormingen die de Derde Weg aanbrengt in de verzorgingsstaat houden niet alleen gedwongen sparen in maar vooral de strikte verplichting aan iedereen – ook invaliden en alleenstaande moeders – om te werken. Waar een gewone baan, laat staan een gewenste betrekking, niet voorhanden is, wil men de mensen aan het werk krijgen door te snijden in uitkeringen. Het stuk van Blair en Schröder bevat onder meer de volgende eigenaardige uitspraak: ,,De staat moet niet roeien maar sturen.'' Hij moet dus niet de middelen verschaffen maar de koers bepalen. De staat betaalt niet meer, maar vertelt de burger wat hij doen moet.

Deze kwestie is van groot belang in een tijd waarin autoritaire verleidingen nog te talrijk zijn. De internationalisering van besluitvorming en activiteiten betekent in het algemeen haast onveranderlijk een verlies aan democratie. Besluiten van de NAVO-raad, besluiten van het IMF inzake Rusland, zelfs de wetgeving door de EU-ministerraad – geen van alle zijn ze onderworpen aan democratische controle; en dat geldt a fortiori voor het `particuliere' domein van de internationale financiële transacties. Anderzijds betekent decentralisatie zelden groei van democratie en vrijheid. Vooral op subnationaal niveau betekent het meestal dat niet de burgers maar min of meer militante activisten meer te vertellen krijgen; het betekent toegeven aan het nieuwe nationalisme van zichzelf ophemelende leidersfiguren. En op het nationale niveau zelf lopen problemen en oplossingen samen te hoop tegen de liberale orde. Bij de problemen is handhaving van de rechtsorde prominent; bij de oplossingen is dat de woekering van autonome instanties en semi-overheidsinstellingen die zich aan politieke controle onttrekken. Het Singapore-syndroom, gekenmerkt door een autoritaire politiek en economische groei, staat niet eens zo heel ver meer af van deze wijd verbreide en zelfs geprefereerde tendenzen: laten zij daar boven maar beslissen en ons met rust laten. Zo wordt de politieke klasse tot een soort nomenklatoera die dank zij de apathie van de massa ongehinderd haar gang kan gaan en wanneer degenen die niet in de pas willen lopen het zwijgen is opgelegd, zal niemand meer zijn of haar stem verheffen.

Ik suggereer niet dat dit is wat de beoefenaren van de Derde Weg doen, en al helemaal niet dat hun theoretici het bepleiten. Maar ik vraag me wel af of het merkwaardige stilzwijgen over een van de fundamenten van een menswaardig bestaan, de vrijheid – die aloude, zo men wil oeroude vrijheid – deze politieke ontwikkeling niet ongewild tot een nieuwe fase in een gevaarlijk proces zal maken. Het lijkt thans belangrijker dan nog maar enkele jaren geleden dat er een nieuw politiek project wordt gestart dat de nadruk legt op de vrijheid, voordat we aandacht schenken aan sociale vangnetten en sociale samenhang.

Ralf Dahrendorf is socioloog en voormalig rector van St. Antony's College in Oxford.

Dit is een bewerkte versie van een toespraak voor een conferentie in Wenen georganiseerd door het Institut für die Wissenschaften vom Menschen en het Project Syndicate bij de tiende gedenkdag van de val van de Berlijnse Muur.

© Project Syndicate

Gepubliceerd in:
Opinie