Laat demonstranten in Iran niet in de steek
Wat kan Nederland doen in reactie op de doden in Iran? In ieder geval niet oproepen tot een boycot. Morgen praat de Kamer over Iran.
De toespraak van ayatollah Khamenei afgelopen vrijdag opende de volgende fase van het politieke conflict rondom de Iraanse presidentsverkiezingen. Terwijl het aangekondigde onderzoek van de Raad van Hoeders naar de fraude nog moet beginnen, bleek de geestelijk leider vierkant achter Ahmadinejad te staan, die door miljoenen Iraniërs als onrechtmatig winnaar wordt beschouwd. Zijn intimiderende taal was niet mis te verstaan: er zal resoluut worden opgetreden tegen ‘onwettige’ protesten. Contacten en commentatoren in Teheran typeerden Khamenei’s toespraak dan ook eensluidend als ‘license to kill’.
Op zaterdag werd dit helaas bewaarheid. De straten van Teheran en vele andere steden waren afgeladen met de paramilitaire Basij-militie, de gardisten en de oproerpolitie. Alleen al in Teheran zijn er volgens de autoriteiten negen doden en meer dan honderd gewonden gevallen. Voorts zijn er talloze politieke activisten gearresteerd, alsmede vele journalisten, studenten en zelfs familieleden van mensen uit de hoogste politieke regionen, zoals de dochter van ex-president Rafsanjani.
Er is in Iran een politieke aardverschuiving gaande, zoveel is zeker. Uit de toenemende agressie, de grootschalige arrestaties en de ongekend felle taal van Khamanei is af te leiden dat de hardliners alles op alles willen zetten om de uitslag erdoor te drukken. Men spreekt in Teheran in dit verband wel van een ‘interne coup’. De bloedige strijd van miljoenen Iraniërs voor hun democratische rechten confronteert een vrije samenleving als de onze met de prangende vraag: wat te doen?
Het allerbelangrijkste is ervoor te pleiten dat de frauduleuze uitslag van de verkiezingen niet wordt erkend. We zijn verheugd over de ‘serieuze vraagtekens’ die minister Verhagen heeft geplaatst bij de betrouwbaarheid ervan.
Maar daarbij hoeft het niet op te houden. Nederland heeft zich sinds de Tweede Wereldoorlog regelmatig sterk gemaakt voor burgers elders in de wereld die hun democratische rechten opeisten of bescherming en toevlucht nodig hadden. Al in 1948 werd in Utrecht het Comité Adhesie Tsjechische Studenten in het leven geroepen, dat met een grote handtekeningenactie en protestbijeenkomsten zelfs het wereldnieuws haalde. Tijdens de coup in Chili zette de Nederlandse ambassade de deuren open voor vele Chilenen en bood hun asiel. In de jaren tachtig was het Zuid-Afrika dat volop op de steun van onze overheid, NGO’s en bevolking kon rekenen. En recentelijk nog, in de zomer van 2008, kon de toenmalige oppositieleider en huidige premier van Zimbabwe Tsvangirai bij onze ambassade terecht toen zijn veiligheid werd bedreigd. En dit zijn maar enkele voorbeelden.
Iran helpen kan ook zelfs op een basaal niveau zoals door het aanbieden van medische hulp. En naar verluidt hebben sommige westerse ambassades op zaterdag hun deuren geopend om gewonden op te vangen en te helpen, gewonden die, als ze bij de officiële ziekenhuizen aankloppen, moeten worden gerapporteerd en gearresteerd.
Wellicht even belangrijk als de vraag wat we moeten doen, is wat we moeten laten om de protesten niet negatief te beïnvloeden. Buitenlandse journalisten mogen momenteel niet onafhankelijk de situatie verslaan of zijn uit het land gezet. Dat bemoeilijkt een adequate informatievoorziening en het ontvangen van betrouwbaar nieuws. Het gevaar is dan ook dat de officiële en krachtige informatiestroom van de Iraanse autoriteiten het nieuws binnen en buiten Iran vertekenend gaat domineren. Zo benadrukt een van de Iraanse persbureaus voortdurend de ernst van de ontploffing die er in het mausoleum van ayatollah Khomeini is geweest; alleen de dader is omgekomen. Het is spijtig te moeten constateren dat zelfs CNN in die propagandaval is getrapt door buitenproportioneel veel aandacht aan deze gebeurtenis te besteden, terwijl wat er in Iran plaatsvindt van een substantieel andere orde is. Onafhankelijke media moeten alert zijn op dergelijke afleidingsmanoeuvres.
In de hitte van de discussies over hoe om te gaan met de grove schendingen van mensenrechten en andere fundamentele rechten van Iraniërs is het verleidelijk om Iran politiek dan wel economisch te willen isoleren; zelfs militaire interventies zijn genoemd.
Het inschakelen van de Veiligheidsraad die met allerlei machtsmiddelen het land onder druk zou zetten, speelt alleen maar de extremisten in Iran in de kaart. De afgelopen vier jaar hebben afdoende duidelijk gemaakt dat zulke pressiemiddelen geen effect sorteren in Iran. We moeten ook niet vergeten dat economische sancties louter de gewone mensen treffen; de ervaringen met tien jaar economische boycot van Irak spreken boekdelen.
Het politiek isoleren van het land is tevens als optie genoemd; zie de PVV, die het Nederlands kabinet vraagt alle politieke betrekkingen met Iran stop te zetten. Het lijkt ons verstandiger op dit cruciale moment juist bondgenoot te zijn met de miljoenen mensen die de straten van Iran zijn opgegaan om voor vrijheid en democratie te strijden. De impasse die is ontstaan, kan alleen in Iran en door Iraniërs doorbroken worden.
We moeten proberen steun te geven aan de vrijheidslievende mensen die met gevaar voor eigen leven proberen hun stem aan de wereld hoorbaar te maken. De afgelopen decennia is er in Nederland veel kennis en expertise opgebouwd die nu goed van pas kan komen: bij de dialoog die we zullen moeten blijven voeren.
