Pas op, tijdens een crisis neemt fraude toe
Hoe slechter het gaat, hoe meer men bereid is risico's te nemen. Helemaal tijdens een crisis worden onethische zaken sneller normaal gevonden.
De huidige economische crisis is voor velen het resultaat van fraude en onverantwoord gedrag door bedrijven, banken en machtige individuen zoals Bernard Madoff.
Nu de crisis langer blijkt te duren dan verwacht wordt er weer volop aandacht besteed aan de schuldigen die tot deze crisis geleid hebben. Zo wil Cor van Zadelhoff bijna letterlijk de handen van degenen die achter de miljoenenfraude rond het Philips Pensioenfonds en het Rabo Bouwfonds zitten, afhakken.
Voorzitter Erna Kortlang van de beroepsorganisatie voor notarissen wil notarissen die de regels overtreden uit het vak zetten en Ferdinand Soeteman, hoofd van het centrum Bestrijding Verzekeringsfraude van het Verbond van Verzekeraars, wil de medische gegevens van overledenen opvragen om fraude met levensverzekeringen tegen te gaan. Recente bevindingen van de accountant- en adviesorganisatie Ernst & Young laten echter ook een andere waarheid zien: zij laat weten dat het aantal fraudegevallen binnen Europese bedrijven niet snel stijgt door de crisis.
Deze bevindingen suggereren dat de crisis niet enkel door fraude is ontstaan, maar dat de crisis zelf ook fraude en onethisch gedrag in de hand werkt. Met andere woorden, de economische crisis lijkt een perfecte voedingsbodem voor de “nieuwe fraudeur”. Hoe kan dit? Inzichten uit de wetenschappelijke psychologie kunnen ons helpen om dit fenomeen te begrijpen. Meer zelfs, het gebruik van dergelijke inzichten maken ons op een pijnlijke manier duidelijk dat de relatie tussen fraude en crisis eigenlijk een aangekondigde verrassing is. Met andere woorden, de verrassende vaststelling dat fraude net nu hoogtij viert is eigenlijk geen verrassing.
Om te beginnen is het niet echt een verrassing dat hoe slechter het gaat, hoe meer men bereid is risico’s te nemen. Mensen zijn per definitie meer gericht op het vermijden van verliezen dan op het nastreven van winsten. Daarbij is men meer geneigd om risico’s te nemen die het verlies kunnen minimaliseren. Onder deze omstandigheden worden onethische zaken dan ook snel normaal gevonden: het leidt tot een onbewuste escalatie van onethisch denken. En inderdaad, in het Europese rapport van Ernst and Young stond deze maand dat de helft van de Europese werknemers momenteel één of meer vormen van onethisch gedrag aanvaardbaar vindt.
Een tweede punt is dat een economische crisis veel wantrouwen met zich meebrengt. Een gebrek aan vertrouwen maakt werknemers, managers en organisaties achterdochtig over de motieven van andere partijen. Daardoor zal men sneller geneigd zijn om minder informatie aan anderen te verstrekken of deze zelfs verkeerdelijk voor te stellen. Tevens leidt wantrouwen tot een zekere creativiteit om ervoor te zorgen dat het eigenbelang niet geschaad wordt.
Ten slotte brengt een crisis heel wat onzekerheid met zich mee waardoor men zich vooral op de korte termijn gaat focussen. Onderzoekt toont aan dat kortetermijndenken voornamelijk het eigenbelang activeert, terwijl langetermijndenken tot een meer abstract denkpatroon leidt met een focus op wat moreel en duurzaam is. Daaruit volgt dan ook dat de crisis het kortetermijndenken nog meer voedt en dat onverantwoordelijk gedrag eerder zal toenemen.
Deze inzichten benadrukken dat fraude bijna hand in hand gaat met crisis en dat we moeten leren anticiperen op deze menselijke motieven. Het is daarom belangrijk dat een crisis niet steeds in termen van verlies wordt gedefinieerd en er onmiddellijk werk van wordt gemaakt om wantrouwen en onzekerheid te reduceren. Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan: als we mogen afgaan op de berichten dat het vertrouwen maar niet hersteld raakt en de negatieve kijk op de crisis nog altijd hoogtij viert, lijkt men deze les nog steeds niet geleerd te hebben. Dat is enerzijds jammer, maar anderzijds ook weer begrijpelijk. Een belangrijk kenmerk van een aangekondigde verrassing is namelijk dat mensen enkel kosten willen maken om iets negatiefs in de toekomst te vermijden, als men zeker weet dat het negatieve plaats zal vinden. Zaken zoals fraude en onverantwoordelijk gedrag zijn in tijden dat het goed gaat niet het eerste waar men wakker van ligt en pogingen om deze in de toekomst te vermijden zullen dan ook weinig financiële steun krijgen. Het jammere hierbij is dat als men dat wel zou doen, we minder vaak duurdere controlesystemen moeten ontwikkelen telkens als er een crisis plaatsvindt.
David De Cremer is hoogleraar behavioural business ethics aan Rotterdam School of Management, wetenschappelijk directeur van het Erasmus Centre of Behavioural Ethics (www.erim.nl/behaviouralethics), gasthoogleraar aan London Business School en lid van de Jonge Akademie van de KNAW.
