Zo is het wachten op de volgende kredietcrisis
Om kredietverstrekking vlot te trekken hebben banken nu een gevaarlijk trucje bedacht: een lagere marktwaardering vanwege de crisis hoeft niet in de boeken verwerkt te worden. Daardoor lijken banken rijker en mogen zij meer geld uitlenen. Maar het werkt eerder een nieuwe kredietcrisis in de hand.
De international accounting standard board (IASB) heeft voorgesteld om banken toe te staan uitstaande leningen te waarderen tegen de door het management verwachte opbrengst: de indirecte opbrengstwaarde.
Tot voor kort schreef de regel van fair value accounting voor dat deze op basis van marktwaarde werden gewaardeerd waardoor bij een lagere marktwaardering enorme afboekingen op deze bezittingen moesten worden doorgevoerd. Behalve dat deze afschrijvingen de banken tot verliesrapportering noopten, was het effect dat de betrokken banken hun uitleencapaciteit zagen krimpen. Immers, banken mogen geld uitlenen naarmate zij over een groter eigen vermogen beschikken. De verliezen op hypotheken raken het eigen vermogen rechtstreeks en daarmee de leencapaciteit van banken. Dus hebben banken en overheden een monsterverbond gesloten om de kredietverstrekking vlot te trekken.
De aanpassing komt erop neer dat de lagere marktwaardering niet in de boeken verwerkt hoeft te worden. Hierdoor lijkt de bank rijker te zijn dan de markt signaleert. De aanpassing vormt dan ook eerder het zaad voor de volgende kredietcrisis dan dat het de positie van het banksysteem bevordert. Om tot deze conclusie te komen moeten we eerst meegaan in de redenering van de banken.
We zouden kunnen stellen dat het financieel systeem slecht corrigeert voor overwaardering in de markt van verstrekte leningen. Leningen worden dan meer waard waardoor het erop lijkt dat we met een rijke bank van doen hebben met een sterke eigen vermogenspositie.
Een hoog eigen vermogen geeft de bank dan weer de kans om nog meer leningen te sluiten. Maar dit kan nauwelijks als een bezwaar tegen specifiek waardering op basis van marktprijs gelden. Immers, onder de bijgestelde regels kan de bank de overgewaardeerde leningen eenvoudig verkopen tegen de geïnfleerde marktprijs om dan alsnog zijn leencapaciteit te vergroten, terwijl het banksysteem evengoed achterblijft met overgewaardeerde leningen. Zij het dat de ‘verkopende’ bank ervan profiteert. In feite is men dan zelfs beter af met de huidige marktwaardering (fair value accounting) omdat de bank dan in elk geval niet de prikkel heeft opgeblazen leningen te verkopen.
Een gevaar waar de banklobby zich op richt is dat de banken gedwongen worden om door de markt ondergewaardeerde leningen te verkopen ten einde aan kapitaaleisen van centrale banken tegemoet te komen. We zouden dit probleem kunnen omzeilen marktwaardering te vervangen door waardering tegen de historische kosten. Maar is dat wel een oplossing? Zo gauw als de bank meent dat de markt de leningen te hoog prijst, is er een enorme prikkel deze leningen met winst te verkopen. Opnieuw blijft het banksysteem dan met overgewaardeerde leningen achter.
Maar wat is dan wel een oplossing? De oplossing moet worden gevonden in de ontkoppeling van het balanswaarderingsstelsel en de kapitaaleisen die de toezichthouder stelt. Zo zouden regels kunnen bestaan die erin voorzien dat het eigen vermogen uit het jaarverslag wordt gecorrigeerd voor ongerealiseerde verliezen en winsten op bezitten die beschikbaar zijn voor verkoop. Deze ontkoppeling heeft tot gevolg dat banken geen prikkel krijgen om opgeblazen bezittingen te verkopen.
Een andere te nemen maatregel is banken te verbieden leningen voor een kortere periode dan de resterende looptijd te verkopen. Nu mogen zij leningen ‘tijdelijk’ van de hand doen om daarmee hun positie op te poetsen. Omdat de kopende partij over de korte termijn dat zij de leningen bezitten een inschatting maakt van de verwachting dat in ‘zijn’ tijd de leningen afgeschreven moeten worden, gaat de overdracht functioneren als een Russische roulette.
Daarbij valt de lening tegen de veel lagere marktprijs terug op de balans van de uitgevende bank wanneer de leningen verdacht worden. Dat is wat zich massaal afspeelt sinds oktober vorig jaar. De kredietcrisis wordt voor een belangrijk deel gevoed uit deze bron en zal nog voortduren tot al deze verdachte leningen bij de oorspronkelijke uitgever terug zijn gevallen op de balans. Naar de toekomst toe kunnen we dit probleem oplossen door banken te verplichten leningen alleen voor de volle looptijd te verkopen.
Concluderend. De banken hebben een overwinning behaald door de IASB op de knieën te dwingen. Om zekerheid terug te krijgen in het systeem zijn krachtige maatregelen nodig vanuit de toezichthoudende banken. Deze behelzen een andere manier van kapitaalberekening en verplicht de commerciële risico’s definitief in plaats van tijdelijk over te dragen. In plaats van dat de IASB de banken de ruimte geeft, moeten de toezichthoudende banken de handelingsvrijheid van commerciële banken beperken.
Jan Bouwens is hoogleraar accounting aan de universiteit van Tilburg.
