Reactie van Sierk van Hout op lezersdiscussie 'moraal op reis'
Mijn bijdrage over ‘de moraal op reis‘ lokte meer dan vijftig reacties uit. Een aantal van u citeert het spreekwoord: When in Rome, do like the Romans. In dit vervolg wil ik daar nogmaals stelling tegen nemen.
Allereerst wil ik alle schrijvers hartelijk danken voor hun reacties. Mijn opiniestuk ontsproot uit ergernis over hardnekkige misverstanden die er leven ten aanzien van omkoping in een ver land. Misverstanden die niet zelden versterkt worden door het napraten van ‘quasi wereldwijze’ reizigers, zoals een van u ze noemt.
Toen ik, niet zo lang geleden, in een reisartikel een openlijk advies las bij wie je moest zijn om, tegen betaling, een soepele doorgang door een bepaald gebied te krijgen, was voor mij de maat vol. Net als vele anderen slaag ik er al jaren in te reizen zonder te corrumperen en het kost me niet eens veel moeite.
In principe hoef je nergens bang voor te zijn, want wat ik dan met een groot woord ‘de moraal’ noem is overal in wetgeving neergeslagen. Als u zich aan die wet houdt, heeft u tenminste iets om op terug te vallen. Als u er toch voor kiest om om te kopen, weet dan wel dat u hiervoor zelfs in eigen land vervolgd kan worden en als ik goed ben ingelicht, zit het OM er bovenop. Maar... het kan ook zijn dat ik niet goed ben ingelicht.
Slachtoffer, zoals de Vries stelt, bent u niet. Voor een ‘geslaagde’ omkoping zijn twee partijen nodig. Wil een van beide niet, dan komt het er niet van. In een situatie waarin een ambtenaar geld van je verlangt, is het beste je niet druk maken. Blijf te allen tijde vormelijk en beleefd. Overigens ben ik er wel eens getuige van geweest dat westerlingen a priori aannamen dat ze moesten omkopen, precies zoals Emil Havas schetst.
Nog meer verbaasde me de gretigheid waarmee sommigen dat deden. Gênant was het, om niet te zeggen beledigend. Toegegeven, deze reizigers kunnen dan thuis later ‘meepraten’ over ‘hoe corrupt het daar wel niet is’. Wat me bovenal stoort, is dat hun handelswijze gevoed lijkt door een – en ik schroom niet om deze grote woorden te gebruiken – racistisch vooroordeel. Dat kan verkeerd aflopen. Een medelander die - kennelijk belust op zijn eigen corruptieverhaal voor thuis - aan de Algerijnse grens meteen begon met geld aan te bieden, trof een official die daardoor zo beledigd was dat hij de verblufte reiziger opsloot, zij het uit coulance slechts voor één dag.
Een aantal van u citeert het spreekwoord: When in Rome, do like the Romans. Mijn eerste vraag is dan: welke Romeinen bedoelt u of ‘doen’ ze allemaal hetzelfde? En in Napels... doet u dan – laat mij raden – als de Napolitanen? Maar dan weer... welke? Zijn die allemaal corrupt of is er misschien een groeiend aantal dat zich niet langer wil laten afpersen? Voor diegenen onder u die van spreekwoorden houden, hier is er nog een: Wat gij niet wilt dat hier geschiedt, doe dat ook daar niet.
Co Stuifbergen stelt mensen als Frank van Rijn en Ahmed Marcouch als voorbeeld. Dit zijn personen met karakter. Zij willen wisselwerking en vinden dat mensen dáár ook hen mogen leren kennen. Er zijn ook sponzen.
Voor reizigers zijn er overigens wel wat trucjes om te zorgen dat jij hun probleem wordt, in plaats van andersom. Zo heb ik gehoord van iemand die steevast antwoordt dat omkoping ‘tegen zijn geloof’ is en als hij dan toch nog moet wachten, ter plekke ostentatief in zijn zakbijbeltje gaat zitten lezen. Bijgelovige douaniers zien dat niet graag. Een ander heeft dit iets verder doorgevoerd en heeft een priesterboord in zijn bagage om dat om te kunnen doen, zodra hij moeilijkheden voorziet. Vindingrijkheid en humor kunnen je helpen. Mogelijk dat er landen zijn waar je geheel rechteloos bent. Persoonlijk heb ik daar niets te zoeken.
Corruptie wordt nogal eens gezien als deel uitmakend van een lokale cultuur. Alsof het iets eigens is. Die indruk ontstaat licht als omkoping er wijd verspreid is. Maar als je daar mensen spreekt, die iets van ons deel van de wereld gezien hebben, krijg je een heel andere indruk. Die willen er vanaf. Liever vandaag dan morgen. Zij zijn ervan doordrongen dat een duurzame ontwikkeling van hun land alleen mogelijk is als de corruptie bestreden wordt en niet zelden nemen zij het voortouw. Ik vind dat zij respect verdienen. Verraden worden ze door die reizigers die wel iets belangrijkers aan hun hoofd hebben: hun vakantie.
Er zijn er meer die onze solidariteit verdienen. In mijn vroegere werkkring, het Koninklijk Instituut voor de Tropen, wordt aspirant ontwikkelingswerkers middels trainingen bijgebracht dat ze niet geacht worden wat ze aan de ene kant opbouwen aan de andere kant door omkoping weer af te breken.
Zo iemand die weigert te schuiven dan neerzetten als gierig, is misselijk en kwaadaardig. Het spijt me voor meneer Holzhaus, maar zijn humor verandert daar niets aan. Ik ken ontwikkelingswerkers en met een enkele ben ik bevriend. Zij kunnen zich danig ergeren als doortrekkende, landenverzamelende westerlingen als zonnekoningen met geld strooien, met als mogelijk gevolg dat hun werk er bemoeilijkt wordt.
Een interessant boek is wellicht: It’s our turn to eat van Michaela Wrong.
Theo Theijse stelt dat hij positieve resultaten heeft gezien van een beetje meebuigen. Probleem lijkt me dat wat de één ‘een beetje’ vindt, de ander een beetje veel (of te weinig) vindt. Ik weet niet beter dan dat een beetje meebuigen leidt tot meer meebuigen nadien en instabiliteit op termijn.
Mogelijk zijn er bestemmingen waar je geheel rechteloos bent. Daar wil ik niet zijn. Punt. Zo heb ik, lang geleden, Rusland van mijn lijstje bestemmingen geschrapt. Een aantal onder u noemt dit land met name als erg moeilijk. Misschien kunt u te rade gaan bij mediatycoon Derk Sauer. Als ik het goed begrepen heb (NRC 31 januari 2005), is hij er in geslaagd daar zaken te doen zonder ooit om te kopen. Maar – hou me te goede - het kan ook zijn dat ik het niet goed begrepen heb...
Een nationaal bekend iemand, zoals bijvoorbeeld de Mexicaanse filmmaker die Erik de Nietzwart memoreert, zou gebruik van zijn bekendheid kunnen maken. Zo iemand zou kunnen beginnen met op te roepen tot een nationale ‘omkoopvrije dag’, een beetje zoals wij de autoloze zondag hebben. Eens kijken of die agenten en ambtenaren die dag dan nog zo moeilijk doen. Bij succes kan hij dan oproepen tot een vaste dag in de week. Want iemand moet beginnen. Een man als Nelson Mandela besefte dat als geen ander.
Ik wens u allen veel wijsheid op uw reizen her- en derwaarts.
Sierk van Hout is reisjournalist en lid van Transparency International
