Wilders, maak van afschaffing bijzonder onderwijs programmapunt nummer 1
Moslims hebben nogal eens de neiging om met een beroep op hun heilige Koran te tornen aan rechtsbeginselen. Daarom moet godsdienst tot het privédomein teruggebracht worden. Bijzonder onderwijs, met name de Islamitische tak, belet dat.
We staan misschien op een keerpunt in de geschiedenis. “Nog even en het bloed begint te vloeien”, schreef Ian Buruma op de opiniepagina in de NRC van 22 augustus. Wilders beoogt het land te beschermen tegen islamisering.
Tariq Ramadan staat vooraan in de strijd voor Westerse aanvaarding van een moderne Islam die verenigbaar is met democratische principes. Succes van zijn streven is niet denkbeeldig. Progressieve zowel als confessionele partijen in onze samenleving verkondigen zijn ideeën al jaren en brengen die ook al volop in de praktijk.
Maar succes van zijn streven zal ook onherroepelijk botsen met dat andere succes dat in het verschiet ligt. Wilders’ opmars is niet te stuiten omdat die gedragen wordt door diepe onvrede over de politiek van de laatste decennia, waarin de seculiere partijen als de VVD en de PvdA blind zijn voor de fatale gevolgen van heulen met hun eigenlijke vijand en vrolijk pacteren met de godsdienstige duivel. Wat kunnen zij in godsnaam nog inbrengen tegen een beroep op vrijheid van godsdienst, sinds zij zelf die vrijheid van godsdienstige krachten hun eigen staatsgezindheid, om eens een oude term te gebruiken, hebben laten overmeesteren en fnuiken?
De in principe autonome staat wordt al een eeuw gekneveld door de beginselloze samenwerking tussen confessionele en seculiere partijen waarbij beiden in wezen alleen maar speculeren op stemmen. CDA en PvdA laten zich in dit opzicht niet onderscheiden. Als zij dat al zouden willen, quod non, zouden zij niet de minste vaste grond hebben voor enig protest tegen een briljante Tariq Ramadan, die volgens de uitstekende analyse van Ian Buruma de aan de Oosterse Islam toegekende Westerse rechten alsmede de erkende godsdienstige motivatie inzet (en gevoeglijk kan inzetten) voor het bereiken van een politieke gelijkwaardigheid van Islam en Christendom. “Politiek moet volgens hem worden gevoed met de ethische impuls van zijn geloof. Dit is in zekere zin te vergelijken met Abraham Kuyper, streng gelovig, niet altijd tolerant, maar wel een democraat.”
Men kan in de politiek niet met twee maten meten. Het is ofwel dezelfde politieke ruimte voor Christenen en Moslims met corresponderende partijen die op gelijke leest zijn geschoeid en die met een beroep op hun heilige geschriften kunnen proberen om hun hoogstaande en van God gegeven morele voorschriften in politieke munt te vertalen. Ofwel kunnen die religieuze stromingen als volstrekt private ondernemingen op kleine schaal hun gang gaan, maar wordt hun niet toegestaan het openbare leven, het onderwijs en de politiek te domineren met als gevolg dat het dan snel gedaan zal zijn de vrijheid van burgers, onze op vrij overleg gebaseerde beschaving en de van Middeleeuwse toestanden van kerkelijke overheersing bevrijde politiek.
Maar hier precies wringt de schoen. Wij in Nederland hebben op schandelijke wijze de liberaal-sociale opvoeding van onze burgers verwaarloosd door het openbare onderwijs, dat een moderne staat trots in eigen hand hoort te houden en boven alles dient te stellen, grotendeels uit handen te geven en toe te vertrouwen aan religieus gemotiveerde en daardoor ook religieus indoctrinerende onderwijzers, die het met democratische principes niet zo nauw nemen. Hier wreekt zich ook onze beschamende politieke geschiedenis, waarin onderwijs van overheidswege is ingeruild tegen de zilverlingen van het kiezersaantal. Af en toe gaan er stemmen op voor wederinvoering van verplicht openbaar onderwijs en afschaffing van confessioneel gestuurd onderwijs. Maar het zijn weinig stemmen, zachte stemmen, marginale stemmen, die snel worden weggewuifd uit angst voor electoraal verlies.
Het huidige systeem werkt toch prima? Scholen op basis van een confessionele levensbeschouwing blijken toch geen gevaar te zijn voor onze nationale saamhorigheid? Het gangbare systeem werkt zolang de godsdiensten die er van profiteren niet meer of nog niet in krachtige bloei zijn en hun gelovigen het met de hun voorgeschreven opvattingen of moraal niet zo nauw nemen. Wij hebben in het verleden wel degelijk staatsgevaarlijke periodes meegemaakt, waarin de seculiere overheid dreigde te bezwijken onder het geweld van predikanten. Een herinnering aan de strijd tussen remonstranten en contraremonstranten, die bijna op een burgeroorlog uitliep, is misschien niet overbodig. Zoiets zou zich zo maar kunnen herhalen, op wettelijke grondslag nog wel, nu wij met een invasie van een nieuwe en wel zeer levenskrachtige godsdienst te maken hebben, die met overtuiging wordt beleefd door een nieuwe, zich snel uitbreidende bevolkingsgroep. De situatie is trouwens erger dan in de 17e eeuw. Thans is er een grondwettelijke godsdienstvrijheid die destijds ontbrak.
Het wordt hoog tijd eens even na te denken over de ruimte die een moderne democratie zich kan permitteren voor godsdienstige bewegingen. Met Spinoza en Locke moeten wij drie soorten godsdienst onderscheiden, waarvan twee uiterlijk en publiekelijk en één innerlijk. De eerste is de cultus (met gebeden, preken, plechtigheden, sacramenten etc.) die men in kerken of moskeeën pleegt te beoefenen en die in wezen een particuliere aangelegenheid is van kleine of grote bevolkingsdelen, die daarvoor kiezen. Een overheid laat dat gebeuren voorzover er geen schade wordt berokkend aan de uitvoering van zijn wetten en voorschriften. En daarover gaat zij zelf alleen; zij alleen beoordeelt wat wel of niet toelaatbaar is en hoeft zich aan geen enkele instantie te storen.
De tweede soort godsdienst is voor alle burgers verplicht. Zij is de dienst aan het vaderland. Inhoudelijk schrijven alle heilige boeken en alle religieuze profeten voor om rechtvaardigheid na te streven en naastenliefde te beoefenen. Wel, de enige manier om deze leer van gevoel en verstand concrete gestalte te geven en effectief te verwerkelijken is de politieke samenwerking van mensen. Men kan deze hogere morele opdracht van de traditie, dit voorschrift ook van ons verstand, niet uitvoeren buiten de politiek om. Ook hier geldt dat de politiek de enige instantie is die uitmaakt wat als recht geldt en hoe of in welke vorm naastenliefde beoefend moet worden (via belastingen, via sociale wetten, via de organisatie van de zorg etc.).
Dan is er de derde en eigenlijke of ware godsdienst. Dat is de godsdienst van het hart, die bestaat in de kennis van en liefde tot ‘God of Natuur’, een diep religieuze beleving, waartoe eenieder door duizenderlei ervaringen vanzelf geraakt en waarin hij de hoogste bevrediging vindt. Deze overstijgt de waarde van de private cultus en zelfs ook van de als nummer twee genoemde ‘staatsdienst’ die slechts tijdelijke en materiële belangen dient. Deze derde en hoogste vorm van godsdienst is aan geen menselijke regels gebonden, wordt in alle omstandigheden beoefend en is de meest zaligmakende houding van erkenning onzer natuurlijkheid.
Wanneer wij nu even terugkeren naar de problematiek van vandaag, dan kunnen we stellen dat grondwettelijke godsdienstvrijheid uiteraard alleen betrekking kan hebben op de private sfeer en wel alleen binnen de kaders van de wet. Katholieken en protestanten in ons land houden zich daar netjes aan. Moslims daarentegen hebben nogal eens de neiging om met een beroep op hun heilige Koran de grenzen te verleggen en bijvoorbeeld te tornen aan de gelijkheid van man en vrouw, het verbod op discriminatie, de huwelijkswetgeving etc., samengevat in wat men sharia noemt. Hun toenemende macht roept angsten en tegenkrachten op die zich vertalen in een grote aanhang voor Wilders. Hoe kan de dreigende botsing worden voorkomen?
Ik zie slechts een uitkomst indien aan twee voorwaarden wordt voldaan. De Nederlandse politiek dient zich te realiseren dat de verkwisting en verkwanseling van het openbaar onderwijs een kapitale fout was. Men gaf daardoor de enige mogelijkheid uit handen om aankomende burgers op te voeden tot aanvaarding van de democratische rechtsbeginselen.
Wilders, maar niet alleen hij, zou herstel van voor allen verplicht openbaar onderwijs als programmapunt no.1 op zijn agenda moeten zetten. Anderzijds zal Ramadan, wil hij overtuigend zijn, zich boven alles duidelijk en ook luidruchtig moeten gaan inzetten voor verwerkelijking van de democratie en democratische beginselen in alle landen waar de Islam aanwezig is, vooral ook in die landen waar de Islam dominant en allesbepalend is. Zo lang hij alleen maar spreekt over de verenigbaarheid van de Islam met de democratische beginselen weet ik niet wat hij bedoelt.
De Islam, dat is toch een intolerante private godsdienst die godsdienst als burgerlijke staatsdienst heeft verzwolgen? Verwijzingen naar verlichte perioden (Sufi) in de rijke geschiedenis van de Islam zijn niet genoeg om het wantrouwen van vandaag weg te nemen.
Wim Klever is filosoof, oud-hoofddocent van de Erasmus Universiteit
Rotterdam, gespecialiseerd in Spinoza-studies. Zijn laatste boek was John
Locke (1670-1704). Vermomde en miskende Spinozist (2008).
Reageer
op nrc.nl/expert
