Het kabinet kan de kaasschaaf in de la laten

Door Lans Bovenberg en Marcel Canoy

De uitgaven van de overheid kunnen flink lager, terwijl de kwaliteit van leven gelijk blijft. Door de kredietcrisis heeft de economie klappen gekregen. Maar als de groei weer aantrekt, is iedereen het leed vergeten.

Dit geldt echter niet voor de overheidsfinanciën. Het vrolijke optimisme van de vorige Miljoenennota maakt plaats voor jarenlang gesomber waar het geld vandaan te halen. Het gevaar is dat ook op de kwaliteit van de samenleving wordt bezuinigd. De kaasschaaf, belastingen verhogen of ambtenaren laten afvloeien: deze onderwerpen zullen de discussies domineren. Maar waarom niet burgers en bedrijven meer eigen verantwoordelijkheid laten dragen omdat het profijtbeginsel breder wordt toegepast? Het kabinet kan zo de kaasschaaf in de la houden. Never waste a good crisis is niet alleen een slogan voor Obama, maar kan werkelijkheid worden in Nederland. Hierbij onze top-5 waarbij het saneren van de overheidsfinanciën hand in hand gaat met een sterkere samenleving.

1 Besparen in de gezondheidzorg is mogelijk door kwaliteit en doelmatigheid samen te laten gaan. Dit kan door zorgverleners en verzekeraars meer op deze doelen af te rekenen, de zorg voor chronisch zieken beter te organiseren en meer privaat kapitaal aan te trekken. Op termijn kan dit 1 miljard opleveren. Door de AWBZ te beperken tot lijfsgebonden zaken, worden wonen, welzijn en persoonlijke dienstverlening een eigen verantwoordelijkheid. Lage inkomens kunnen voor financiering daarvan een beroep doen op de huurtoeslag en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Besparing 1 miljard.

2 Minister Plasterk (PvdA) wil het hoger onderwijs hervormen naar Amerikaans model. Belangrijker is het een sociaal leenstelsel in te voeren met selectie aan de poort en collegegelddifferentiatie. Zo kan de overheid bezuinigen en tegelijkertijd het hoger onderwijs met meer privaat geld versterken, terwijl de toegankelijkheid gegarandeerd blijft door het sociaal leenstelsel. Dit levert volgens het CPB maximaal 2,5 miljard op.

3 Een hogere AOW-leeftijd is de enige maatregel die de budgettaire druk van de vergrijzing aanzienlijk kan verlichten. Als mensen van de drie jaar extra levensverwachting tot 2050 er twee extra werken, betekent dat een stijging van 5 procent in arbeidsuren. De resulterende verbreding van de belastingbasis levert op termijn zo’n 6 miljard op. Dat bedrag verdubbelt als de AOW en aanvullende pensioenen meestijgen met de levensverwachting. Voor ouderen zelf hoeft dit niet slecht uit te pakken: door langer te werken blijf je gezonder en meer sociaal betrokken. Het verhogen van de pensioenleeftijd vereist wel dat de arbeidsmarkt voor ouderen beter gaat functioneren, bijvoorbeeld door een eigen risico voor werkgevers in de WW, een kortere WW-duur en scholingsfaciliteiten die overdraagbaar zijn tussen banen. Besparing op termijn: 2 miljard aan WW-premies en reïntegratiebudgetten.

Een andere optie is het individualiseren van de AOW. Hierbij krijgt iedereen dezelfde AOW-uitkering van 50 procent van het minimumloon – onafhankelijk van de samenlevingsvorm. Alleenstaanden krijgen minder AOW dan nu, maar bouwen in het algemeen meer aanvullend pensioen op omdat zij hun nabestaandenpensioen kunnen omzetten in extra aanvullend pensioen. Alleenstaanden met een klein pensioen kunnen een beroep doen op de huurtoeslag en de WMO. Dit levert op termijn 3 miljard op.

4 De woningmarkt. De fiscaal gefaciliteerde pensioenopbouw voor midden- en hogere inkomens kan geleidelijk worden verlaagd in samenhang met het geleidelijk verminderen van de fiscale faciliteiten voor het aftrekken van hypotheekrente. Door het aflossen van hypotheken te bevorderen hebben woningbezitters tijdens hun pensioen lagere woonlasten en volstaat een lagere pensioenambitie. Een 20 procent lagere pensioenambitie betekent al snel een budgettaire besparing van 4 miljard. Bewoners van een corporatiewoning kunnen tijdens het werkende leven geleidelijk (een deel van) het eigendomsrecht van hun woning kopen en deze na het pensioen voor een gegarandeerde prijs weer terugverkopen aan de corporatie. Zo kan ook het vermogen van woningbouwcorporaties worden benut om de kosten van fiscaal gefaciliteerde pensioenvoorzieningen en de WMO te drukken. Dat vermogen kan verder beter worden gericht op de lagere inkomens door scheefwoners zwaarder aan te slaan. Dit maakt middelen vrij voor sociale woningbouw. Een CPB-studie geeft aan dat hier minstens 4 miljard te besparen is.

5 De overheid zelf kan niet buiten schot blijven. De waaier aan subsidies kan drastisch worden beperkt. Op het gebied van wonen, milieu, integratie en innovatie zijn er tal van subsidies die eerder politiek opportunisme reflecteren dan dat ze maatschappelijk renderen. Alleen subsidies waarvan vaststaat dat ze maatschappelijk renderen, mogen blijven. Scheelt niet alleen geld, maar ook uitvoeringskosten. Onze schatting: opbrengst 1 miljard. En het bedrijfsleven kan weer doen waar het goed in is: ondernemen.

Hoewel onze geschatte bedragen met voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd – en veelal pas op termijn geld opleveren – is het resultaat duidelijk: de schatkist wordt afdoende gevuld, terwijl de kwaliteit van de samenleving intact blijft. Te lang zijn burgers en bedrijven in de watten gelegd. Burgers kunnen meer voor goede voorzieningen betalen. Het profijtbeginsel brengt ook meer private gelden binnen waardoor de kwaliteit van voorzieningen verbetert. Eigen verantwoordelijkheid verhoogt niet alleen de eigenwaarde van mensen, van ondernemerschap en innovatie, maar biedt ook ruimte voor ondersteuning voor degenen die het echt nodig hebben. Solidariteit kan niet zonder eigen verantwoordelijkheid.

Lans Bovenberg is hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg. Marcel Canoy is chief economist van Ecorys en hoogleraar zorgeconomie aan de Universiteit Tilburg. Een langere versie hiervan staat op mejudice.nl.

Reageer op nrc.nl/expert

Gepubliceerd in:
Opinie