Langer doorwerken is meestal wel zo gezond

Door Marcel Olde Rikkert

Donner wil de AOW-leeftijd verhogen, omdat mensen langer leven. Maar hij gaat uit van gemiddelden. Laat ouderen liever zelf beslissen wanneer ze AOW krijgen.

Nederlanders trekken sinds 1947 op hun 65ste als ‘Dreesklanten’ van de Noodwet Ouderdomsvoorziening. En sinds 1957 trekken ze als ‘Suurhoffklanten’ van de AOW. De SER is niet eensgezind over deze gevoelige kwestie, maar als het aan minister Donner (Sociale Zaken, CDA) ligt wordt de AOW-leeftijd 67, vooral omdat de Nederlander gemiddeld langer leeft dan in de tijden van Drees en Suurhoff. De minister verdedigde dit standpunt onlangs in de Rode Hoed in Amsterdam. Maar betekent een langer leven ook dat men langer kan werken?

Voor de bijna 61-jarige Piet Hein Donner geldt dat hij, rekenend met CBS-gegevens naar zijn leeftijd en hoge opleidingsniveau, nog een levensduur van ruim twintig jaar mag verwachten, waarvan zo’n 90 procent zonder belangrijke beperkingen en met een goede gezondheidsbeleving. Dit is een aantrekkelijk voorland, ondanks het feit dat een 61-jarige al veel eerder een chronische ziekte mag verwachten. Deze statistische gemiddelden bieden echter geen garantie voor de toekomst.

De levensverwachting vanaf 65 jaar is, sinds de jaren van Drees en Suurhoff, duidelijk meer toegenomen dan de nu voorgestelde twee jaar latere pensionering. Minstens zo belangrijk is echter hoe die extra tijd eruitziet. Men mag nu na het 65ste jaar minder tijd met beperkingen en een betere gezondheid verwachten dan vijftig jaar geleden.

Maar helaas, met name doordat we steeds eerder en beter chronische ziekten vaststellen, is de ziektevrije periode juist korter geworden na het 65ste jaar. Dat neemt echter niet weg dat we met zijn allen lichamelijk en geestelijk langer goed presteren. Dus waarom dan niet meer tijd inzetten voor de goede zaak?

Recent onderzoek naar effecten van pensionering voegt daar nog een belangrijk punt aan toe. Het blijkt dat, zowel in Nederland als daarbuiten, mensen na hun pensioen minder gezond gedrag etaleren. Men wordt minder actief en dikker, en lijkt het er eens goed van te nemen.

Nog slechter gaat het met degenen die onvrijwillig met pensioen gaan. Ze gaan niet alleen minder bewegen, maar ook meer roken en drinken. Hoger opgeleiden vertonen dat gedrag overigens niet en gaan zelfs meer bewegen.

In ieder geval lijkt stoppen met werken niet zonder risico’s. Sommigen worden er zelfs somber van. Amerikaans onderzoek heeft aangetoond dat weer aan het werk gaan die somberte kan genezen. Aan het werk blijven lijkt dus dubbel te worden betaald: in geld en in natura.

Er zijn echter ook minder gelukkigen, die al kwetsbaar zijn en biologisch oud op hun 65ste. Een lagere opleiding, hoge werkbelasting of een chronische ziekte maakt dat men de gunstig ogende, gemiddeld steeds langer wordende overleving niet haalt. En hoewel slechts ongeveer een procent van de ruim 165.000 65-jarigen overlijdt, haalt tegen de 10 procent de 70ste verjaardag niet. Deze groep zouden we liever niet laten doorwerken na het 65ste jaar, als we ze zouden kunnen onderscheiden.

Verhoging van de AOW-leeftijd moeten we dus niet alleen baseren op statistieken en gemiddelden van gezondheidstoestand en levensverwachting. Gewapend met kennis over verouderingstrajecten en een inschatting van de eigen kwetsbaarheid of biologische leeftijd, zou de oudere zelf moeten kunnen kiezen, zowel voor tijdstip als voor invulling van het pensioen. Daarbij mag er best een financiële prikkel liggen bij langer doorwerken, want het blijkt ook voor de betrokkene zo slecht nog niet.

Omdat het individu zich niet houdt aan statistieken, moet de minister onze gemiddeld toegenomen levensverwachting niet tot wet verheffen, maar moeten we zelf kunnen kiezen, wanneer we van Donner willen trekken. Hoe later, hoe hoger de AOW, met de 100 procent ergens tussen de 65 en 70 jaar, zodat het pensioen zo goed mogelijk spoort met levensverwachting en arbeidsvermogen.

Minister Donner sprak onlangs in De Rode Hoed over de AOW. Dit zei hij over de levensverwachting:

„Volgens TNO kunnen mensen in de toekomst 120 jaar worden. Gaan we dan nog steeds met 65 met pensioen om nog 55 jaar van de AOW te genieten?”

„Het is asociaal om de problemen te ontkennen. Wie dat doet, steekt de kop in het zand. Dan is ons systeem van sociale zekerheid op drijfzand gebouwd.”

Marcel Olde Rikkert is hoogleraar geriatrie en afdelingshoofd geriatrie, UMC St Radboud, Nijmegen.

Reageer op nrc.nl/expert

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie