Schietpartijen in de Bijlmer worden te makkelijk in verband gebracht met hiphop

Door Saul van Stapele

Maandag werd weer iemand neergeschoten in de Bijlmer. Politici én rappers moeten clichés achter zich laten om tot een oplossing te komen.

Jan-Willem speelt in zijn vrije tijd met zijn vrienden in een gitaarband in een schuurtje in de tuin. Van hun eerste optreden in clubhuis De Bolderkar hebben Jan-Willem en zijn vrienden een filmpje op YouTube gezet, zo trots waren ze. Een week later rijdt Jan-Willem tegen een boom op. Zou dan in de krant staan: ‘Rockzanger verongelukt?’

Nee, natuurlijk niet. Maar dat is precies wat er is gebeurd in de nasleep van de moord op een 19-jarige jongen maandag in Amsterdam-Zuidoost. ‘Schietpartij kost rapper (19) leven’, meldde De Telegraaf. ‘Dood rapper Gumbs schrikt Bijlmer op’, kopte het AD. ‘Neergeschoten rapper Weezy herdacht’, berichtte de Amsterdamse zender AT5. En in de nieuwsrubrieken op tv werden beelden vertoond uit een YouTube-filmpje waarin de vermoorde jongen met wat vrienden rappend te zien is.

Toevallig had Het Parool de jongen al eens geïnterviewd toen hij 18 was. Niet als rapper, maar als inwoner van de stad. ‘Student/werkzoekende’ stond er toen bij hem achter het kopje ‘beroep’. In dat interview vertelt hij dat hij het leuk vindt om te rappen en wordt gesuggereerd dat hij beroemd wil worden om als rapper zijn moeder financieel te ondersteunen. Het is een droom, net zoals Jan-Willem in het schuurtje in de tuin een droom heeft.

Was deze jongen, die nooit een officiële plaat uitbracht, in de media ook ‘rapper’ genoemd, als hij, zeg, de Nobelprijs gewonnen had? Het ligt niet voor de hand. Hiphop en geweld zijn een geliefd mediaonderwerp. Toen in 2005 rappers Kimo en Baas B op de vuist gingen omdat de één het zusje van de ander had gevingerd (of zoiets), werd ik plat gebeld door shownieuwsrubrieken die vroegen of er „nu ook in Nederland een hiphopoorlog aan de gang was”.

Ook gezagsdragers zien graag een oorzakelijk verband tussen rap en vuurwapengeweld. Vorige maand koppelde de Amsterdamse korpschef Welten het toenemende aantal schietpartijen in Amsterdam-Zuidoost – dit jaar al 22, met drie dodelijke slachtoffers – aan de hiphopcultuur. Volgens Welten lopen jongeren in de wijk met vuurwapens rond omdat ze het machogedrag van rappers willen kopiëren. Diverse hiphoppers reageerden woedend en stelden dat artiesten die over het straatleven rappen, de harde realiteit om hen heen beschrijven, waar traditionele media geen aandacht voor hebben.

Beide standpunten zijn clichés die de discussie verstikken. Door de oorzaak van een complex pakket problemen bij hiphop te leggen, leidt Welten de aandacht af van wat in de wijk werkelijk aan de hand is. Dat geldt overigens ook voor politici als SP-raadslid Evert Hartog, die sprak over een ‘primitieve holbewonercultuur’ die in de wijk zou overheersen.

Wat zeggen inwoners van de wijk zelf? Zij vertellen dat het wapenbezit in Zuidoost schrikbarend is toegenomen. Wie met wapens loopt, haalt er ook makkelijker een tevoorschijn. Bijvoorbeeld bij ‘een ruzie over een vrouw’, zoals in het geval van het laatste dodelijke slachtoffer gemeld werd. Daarnaast geven inwoners aan dat de economische crisis de bewoners hard raakt en meer mensen in hun omgeving hun heil zoeken in de criminaliteit.

Bronnen in het criminele circuit laten me weten dat schaarste op de drugsmarkt in Zuidoost, gepaard gaat met een toenemend aantal ripdeals. In plaats van te eenduidig een link te leggen met hiphopcultuur, zouden politie, politici en media hun aandacht primair op dergelijke factoren moeten richten.

Toch zouden ook Nederlandse hiphoppers kritischer naar zichzelf mogen kijken. Het is niet waar dat rappers alleen verslag uitbrengen van de harde realiteit om hen heen. Dat gebeurt, en is belangrijk, maar net zo vaak is de pose van harde gangster, net als in de VS, een manier om fans aan te spreken die dat wel spannend vinden, of ze nou in Zuidoost wonen of in Wassenaar. Harde persoonlijke beledigingen en fysieke bedreigingen, in raps maar ook bijvoorbeeld op YouTube, worden niet geschuwd. Natuurlijk is dat een afspiegeling van een machocultuur die op straat langer bestaat dan hiphop; de suggestie van Welten dat jongeren met ‘grote revolvers’ zijn gaan rondlopen omdat ze dat op MTV zien, is bespottelijk.

Maar rappers maken zich er op hun beurt te makkelijk vanaf door erop te wijzen dat in bijvoorbeeld films ook geschoten wordt. Een acteur roept buiten de context van een speelfilm niet dat hij zijn vijanden wil doodschieten. En je muziek mag bestaan uit de meest ronkende pistolenpraat – heerlijk! – niemand houdt je tegen om daarnaast een genuanceerder verhaal te houden over geweld en armoede in je buurt. Rappers kunnen jongeren in hun buurten bereiken zoals niemand anders. Je kiest er niet voor een rolmodel te zijn; dat ben je.

Of de jongen van 19 die deze week stierf, echt de rapper had kunnen zijn die hij wilde zijn, zullen we nooit weten. Maar echt, wie wat wil doen aan het geweld dat hem zijn leven kostte, heeft niet het recht zich te verschuilen achter clichés.

De 19-jarige Ishmael, van Antilliaanse afkomst, werd maandagavond in Amsterdam-Zuidoost neergeschoten voor de ogen van zijn jonge vriendin. De pasgeboren baby lag in de kinderwagen.

Het CDA in Zuidoost wil dat er een samenscholingsverbod en een avondklok komt in het hele stadsdeel, zo berichtte de Amsterdamse tv-zender AT5 gisteren. De politie vindt geregeld wapens in de wijk.

Saul van Stapele is medewerker van nrc.next en schrijver van boeken over hiphop en straatcultuur.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie