Wat uit kinderkeeltjes komt is altijd goed

Door Louis van Overbeek

Vorige week besloot minister Cramer dat de geluidsnormen niet gelden voor schoolpleinen en kinderspeelplaatsen. De buren zijn de klos.

De ongelukkige die in Nederland het lot treft om naast een school te wonen, hoeft zich vanaf vorige week geen illusies meer te maken. Kindergeschreeuw wordt vanaf 1 januari 2010 vrijgesteld van de geluidsnormen, heeft minister Cramer (VROM, PvdA) besloten.

Niet dat het veel uitmaakt. Want ieder die het waagt zich te beklagen over het geschreeuw en gegil op het speelplein, wordt weggezet als een zeur. Kinderen zijn immers per definitie schattig, hoeveel kabaal ze ook produceren en hoe ongemanierd ze ook zijn.

Zelfs je eigen, door de overlast blijkbaar reeds geheel afgestompte buren reageren in zo’n geval vaak: „Als je niet tegen het geluid kunt dat die lieve kindjes maken had je maar niet naast een school moeten gaan wonen. En trouwens: een fatsoenlijke hardwerkende Nederlander is overdag niet thuis en heeft er dus ook geen last van.’’

Feit is dat de geluidshinder afkomstig van schoolpleinen sterk is toegenomen. Niet alleen zijn Nederlandse scholen de afgelopen decennia steeds groter geworden door de samenvoeging van kleuter- en basisonderwijs, het beleid van opheffen van kleine scholen en het aanmoedigen van fusies. Ook het traditionele speelkwartier, waarbij kinderen eenmaal daags gedurende een beperkte tijd buiten speelden, is iets van vroeger geworden. Schoolklassen hebben nu ieder op een verschillend tijdstip een eigen speelpauze, zodat er nu de gehele dag door kinderen buiten spelen en het de hele dag door ‘speelkwartier’ is.

Daarnaast kennen we sinds enige tijd de voor scholen verplichte voor-, na- en tussenschoolse opvang, waardoor het geschreeuw nu van half acht ’s morgens non-stop tot half zeven ’s avonds doorgaat.

En alsof dit alles niet zou volstaan om omwonenden van scholen horendol te maken, zijn de kinderen in de loop der jaren steeds luidruchtiger geworden. Ze lijken niet meer te kunnen spelen zonder aan één stuk door te gillen en in een voortdurende staat van razernij van rennen, slaan en schoppen te verkeren, een ontwikkeling, waarvoor filosofe Paula Kuitenbrouwer vorig jaar een plausibele verklaring had. Doordat ‘socialisering’ in grote groepen in kinderdagverblijven en op scholen als de beste vorm van opvoeding wordt beschouwd, hebben kinderen al vanaf jonge leeftijd alleen leeftijdgenootjes als rolmodellen. In een dergelijke omgeving krijgen ze geen moment rust, zodat het geen wonder is dat ze aan gedragsstoornissen gaan lijden. Zo’n systeem van kinderopvang is wel handig voor hun op werk gefixeerde ouders, maar de kinderen zelf worden er niet socialer van. Meer rustige uren in huiselijke kring en selectiever omgang met vriendjes is beter voor de ontwikkeling, aldus Kuitenbrouwer.

Gelukkig bestaat er op Europees niveau wel aandacht voor de geluidsoverlast zoals bleek uit de in 2005 gestarte Europese campagne Stop that noise! van eurocommissaris Spidla, waarbij ook nadrukkelijk werd ingegaan op het probleem van het kinderkabaal. De Europese normen voor geluidsoverlast op scholen en kinderdagverblijven mogen de 87 decibel niet overschrijden.

Geheel in strijd met dit Europese besef is echter het geluid dat minister Cramer al vorig jaar liet horen, die volgens het Nederlands Dagblad van 20 november 2008 verklaarde: „Kinderen moeten in het speelkwartier op het schoolplein naar hartelust kunnen schreeuwen. Als regels tegen geluidshinder dat onmogelijk maken, moeten die worden aangepast.”

Gesteund door een Kamermeerderheid wijzigde zij dan ook het Activiteitenbesluit: zelfs schoolpleinen die geheel door woningen worden omsloten, hoeven niets te doen aan geluidsoverlast. Met omwonenden, die numeriek natuurlijk te onbeduidend zijn om electoraal enig gewicht in de schaal te leggen, hoeven scholen dus geen rekening meer te houden.

Kunnen getergde omwonenden dan niet bij de rechter aanvoeren dat het Nederlandse beleid in strijd is met Europese normen? Nee, de Europese normen zien slechts toe op arbeidsomstandigheden en hebben alleen tot doel om het gehoor van werknemers, in dit geval de juffen en meesters, te beschermen. Omwonenden vallen daar niet onder.

Ook zou men zich kunnen afvragen of de Nederlandse overheid door omwonenden van scholen in het geheel niet tegen de geluidshinder te beschermen niet in strijd met artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens handelt, dat een verbod op foltering inhoudt, en zich feitelijk schuldig maakt aan geestelijke marteling op grond waarvan men wellicht ook een rechtszaak zou kunnen starten?

En ten slotte valt ook van het meest sympathieke middel, een beroep op gewone redelijkheid, weinig te verwachten. De suggestie terug te keren naar het oude regime van één gezamenlijk speelkwartier, of het voorstel een poging te ondernemen kinderen te laten beseffen dat ze ook kunnen spelen zonder voortdurend te schreeuwen en zich te laten realiseren dat mensen in hun omgeving ook oren hebben, wordt door school- en gemeentebesturen afgewimpeld als totaal wereldvreemd.

Louis van Overbeek is freelance publicist. Lees hier het artikel van Paula Kuitenbrouwer.

Discussie: Moet er geluisterd worden naar omwonenden die zich storen aan gekrijs op het schoolplein?

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie