Quotum voor topvrouwen is volstrekt onnodig

Door Barbara Baarsma

Afdwingen van topfuncties door verplichte quota leidt tot excuustruzen. Beter is meer flexibele arbeid, zodat partners huishouden en werk kunnen delen.

Net als je denkt dat het voorbij is, duikt-ie weer op: de roep om een wettelijk quotum voor vrouwen aan de top. Volgens het Quota-Manifest zouden bedrijven en publieke organisaties verplicht moeten worden om 40 procent vrouwen in hun raden van commissarissen en hun raden van bestuur te benoemen. Eerder werd deze wens uitgesproken door PvdA en FNV.

Een wettelijk quotum voor vrouwen aan de top is paternalisme ten top en levert geen topvrouwen. Nederlandse vrouwen werken in deeltijd. Gratis kinderopvang, een Taskforce ‘Vrouwen naar de top’ of een Taskforce ‘Deeltijd Plus’ – het helpt niet om vrouwen voltijds aan de slag te krijgen. Dat een samenleving beperkt maakbaar is, blijkt ook hier weer.

Om een baan aan de top te krijgen is voltijds werken een van de vereisten. De cijfers spreken voor zich. Nederland staat binnen de EU op de derde plek als het gaat om arbeidsdeelname van vrouwen: 7 van de 10 vrouwen tussen de 15 en 65 jaar verrichten betaald werk. Maar Nederland staat tegelijk op eenzame hoogte als het gaat om vrouwen met een deeltijdfunctie. Van de Nederlandse vrouwen die werken, werken er 3 op de 4 in deeltijd; in de EU werken gemiddeld 3 op de 10 vrouwen in deeltijd. Daarnaast blijken deeltijdbanen van Nederlandse vrouwen vaak erg kleine banen zijn: gemiddeld 25 uur per week tegen gemiddeld bijna 35 uur in de EU.

Het vorig jaar uitgebrachte Eurostat-onderzoek waaruit bleek dat „slechts” een kwart van de Nederlandse managers vrouw is en dat dat in de rest van Europa gemiddeld eenderde is, laat dus juist zien dat Nederlandse vrouwen het naar verhouding goed doen. Uit de Emancipatiemonitor 2008 blijkt dat er tussen voltijds werkende Nederlandse mannen en vrouwen nauwelijks verschillen zijn als het gaat om het aandeel in leidinggevende functies. De Nederlandse top is met andere woorden een prima afspiegeling van de deelname in voltijdsbanen.

Als vrouwen niet voltijds willen werken, is dat hun eigen individuele keuze. Het is pas problematisch als ze wel voltijds zouden willen werken, maar er een barrière is – het ‘glazen plafond’ – die hen daarvan weerhoudt. Uit SCP- onderzoek uit 2008 blijkt dat culturele opvattingen bepalen dat de ideale arbeidsduur voor vrouwen met kinderen ongeveer 20 uur is.

Als er al een glazen plafond is, dan ligt dat breed in de maatschappij, maar niet in bedrijven. Voorkeuren van mensen beïnvloeden door fiscale stimulering in plaats van aanrechtsubsidies is te verkiezen boven paternalistisch beleid als een wettelijk quotum. Verder is tijd nodig. Vrouwen werken nog maar sinds kort in wat groteren getale in management- en andere hogere functies. Het duurt even voordat zij doorstromen naar RvB’s en RvC’s.

De discussie over vrouwen aan de top is verworden tot een toonbeeld van politieke correctheid. Elk bedrijf dat mooie sier wil maken in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemerschap gaat ermee aan de slag. Dat is allemaal prima als dat leidt tot gelijke kansen voor mensen met gelijke talenten en beschikbaarheid, maar niet als het leidt tot positieve discriminatie. In dat geval leidt de weg niet naar de top maar naar de status van excuustruus: ‘Zit je hier omdat je vrouw bent of omdat je goed bent?’

Bedrijven die diversiteit als speerpunt hebben zouden op flexibiliteit van werktijden moeten inzetten, niet op een quotum voor de top. De werkweek in overleg verdelen over 7 dagen en avonden maakt voltijds werken mogelijk, zonder dat dit afbreuk doet aan bestaande voorkeuren ten aanzien van combinatie werk en zorg.

Prof.dr. Barbara Baarsma is directeur SEO Economisch Onderzoek te Amsterdam.

Gepubliceerd in:
Opinie