Kritiek op viroloog Ab Osterhaus is terecht

Door Joost Smiers

Intuïtief voelen we aan dat er iets niet klopt nu hoogleraar virologie Ab Osterhaus een prijs krijgt van een miljoen euro. En daar is alle reden toe.

De NGI Valorisation Award, een prijs van zes ministeries, is hem toegekend vanwege zijn "uitmuntendheid in het sluiten van contracten met de industrie". En ons op die manier een onnodig griepvaccin in de maag gesplitst heeft? Hoewel, de reden van verbijstering over deze prijs ligt fundamenteel dieper dan de, in dit geval, mogelijke belangenverstrengeling.

Waar Ab Osterhaus kennelijk goed in is heet met een duur woord kennisvalorisatie: universitair onderzoek kan niet meer plaats vinden zonder dat de industrie er aan bijdraagt en er waarde van maakt. Wie zou daar tegen kunnen zijn? We willen toch allemaal het beste van het beste voor onze gezondheid en voor ons leven op deze planeet? Wat is er op tegen als de industrie daar z’n steentje aan bijdraagt? Hoe vanzelfsprekend dit ook lijkt, er zijn te veel redenen om universitair onderzoek en industrie op afstand te houden. Laten we er enkele opsommen.

Allereerst, vroeg of laat komt de vrijheid van onderzoek in het geding als universiteit en bedrijfsleven te veel tegen elkaar aan schurken. Wie betaalt bepaalt. Als tweede, ondanks dat we al meer dan een kwart eeuw weten dat ons milieu groot gevaar loopt, heeft de industrie nauwelijks een vinger uitgestoken om het tij te keren. Is kennis bij hen wel in goede handen? Als derde, van al die kennisvalorisatie zijn de armen in deze wereld – en dat zijn er nogal wat – geen zier wijzer geworden. Als vierde, de industrie pot grote hoeveelheden kennis op waarvan ze maar een fractie gebruikt; dat wat commercieel van nut is. We kunnen dus beter spreken van kennisdevaluatie.

Als vijfde, door het systeem van patenten – intellectueel eigendom – zijn wij als samenleving uitgesloten van de beslissingsmacht over de ontwikkeling van kennis en het gebruik van die kennis die wij met z’n allen, in het verleden en ook nu, vergaard hebben. Toch moeten we niet vergeten dat wij, als burgers, het zijn die die processen betalen, door de universiteiten te financieren, en door de producten van de industrie te kopen. Zouden we dan niet beter kunnen zeggen dat wij de eigenaren zijn van die kennis, en dat we maar beter zelf kunnen beslissen hoe die ontwikkeld en aangewend wordt? Intellectueel eigendom klinkt wel mooi, maar als samenleving komen we er erg bekaaid mee af.

De enige vraag die dan nog rest is of wij, als samenleving, iets niet kunnen dat de industrie wel kan. Ik zou niet weten wat. Laten we als voorbeeld de farmaceutische industrie en haar patenten nemen. Als we naar de apotheek gaan zitten in de prijs van het medicijn drie kostenposten verscholen. Een minuscuul bedrag is bestemd voor het vervaardigen van het medicijn. Het grootste portie gaat naar de marketing van de farmaceutische industrie; onder meer die ergerlijke doktersbezoeken. Wat rest is voor onderzoek. Een substantieel deel van de verworven kennis blijft vervolgens op de plank liggen, want is niet commercieel interessant, en mag door niemand anders aangewend worden. Kortom, als burgers betalen we voor zeer veel waar we geen nut van hebben; we mogen het niet gebruiken want de industrie is de eigenaar van die kennis. Hebben we ooit een zottere vorm van eigendom gezien? Kennis die mensenlevens kan redden, en die door ons betaald is, blijft ongebruikt.

Dat gaan we dus anders aanpakken. Wat we bij de apotheek zouden betalen voor een medicijn – minus de prijs voor het vervaardigen ervan – gaat in publieke onderzoeksfondsen die op afstand van de overheid bestuurd worden door mensen uit de medische wereld en door vertegenwoordigers van sociale belangengroepen. Zij bepalen voor welke ziektebeelden onderzoek gedaan gaat worden om medicijnen te ontwikkelen. Universitaire en commerciële laboratoria kunnen daar op in tekenen. Bij voorkeur wordt onderzoeksgeld gegeven aan twee of drie laboratoria om te voorkomen dat één aanpak tot niets leidt. Gaande de rit van het onderzoek wisselen de laboratoria voortdurend bevindingen uit. Vervolgens zijn alle uitkomsten van onderzoek voor ieder vrijelijk beschikbaar en aanwendbaar. Nu gaan we weer naar de apotheek en betalen daar alleen de maakprijs van het medicijn. Belangrijker is dat wij als samenleving weer heer en meester zijn over de kennisvalorisatie en daar optimaal gebruik van kunnen maken. Waarom zouden we dat over laten aan de aandeelhouders van, in dit geval, farmaceutische industrieën?

Het is duidelijk dat wat ik voorstel in een land als Nederland alleen niet gerealiseerd kan worden, maar we kunnen er wel voor ijveren dat het een plek verwerft op de Europese agenda. Mondiale afstemming moet plaats vinden binnen de Wereld Gezondheidsorganisatie, de WHO. Als we een vastgeroest en vercommercialiseerd patroon van “kennisvalorisatie” op de schop nemen vraagt dat uiteraard nader onderzoek. Wij, als mondige burgers van onze samenleving, hebben daar veel bij te winnen.

Joost Smiers is co-auteur van Adieu auteursrecht, vaarwel culturele conglomeraten


U kunt hier reageren op dit artikel

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
New Articles
Opinie