Het geheim van Geert Mak

Door Meindert Fennema

Is het alleen aan de ontzuiling te wijten dat verpleegsters, meesters en handarbeiders zich door de PvdA vernederd voelen? En komt dat werkelijk doordat zich tussen de bestuurders een nieuwe consultantkaste gewrongen heeft, zoals Mak beweert? Ik wil hem zo graag geloven. Maar de werkelijkheid is anders.

Geert Mak geeft een verklaring voor de neergang van de PvdA en de opkomst van Geert Wilders.Aan de hand van een vergeelde foto uit 1941 en van een aantal gesprekken in het Cafe ‘Het Wapen van Baarderadeel’ te Jorwerd. In die verklaring speelt Oom Petrus een heldhaftige rol als schoolmeester. ‘Ik bekijk de foto nog eens goed. Zijn collega’s, de gedreven gezichten, de ogen. Het waren meesters op de lagere school maar ze kenden hun klassieken, ze lazen en discussieerden over alles wat los en vast zat, ze waren vaak van eenvoudige komaf – zijn vader, mijn overgrootvader, was aan het eind van zijn leven bakkersknecht – maar ze hadden zich uit de geestdodendheid van de armoede een weg naar boven gevochten. Ze voelden zich voorhoede, maar tegelijkertijd hadden ze een heilig ontzag voor de arbeid, voor het gewone werk dat dag na dag moet worden gedaan.’

Men vraagt zich af hoe Geert Mak dat allemaal weet want even verder vermeldt hij dat hij tot een andere zuil behoorde, die van de gereformeerden, en dat zijn moeder zich doodschaamde als ze Oom Petrus op 1 mei in een optocht zag lopen. Maar laten wij aannemen dat Mak het bij het rechte eind heeft en dat hij de opvattingen van Oom Petrus en zijn collega’s kan veralgemeniseren tot de opvattingen van de meerderheid van schoolmeesters van vlak na de oorlog. Maar met de verpleegsters en de handarbeiders van weleer die volgens Mak de bezielende leiding van de schoolmeesters beloonden met een stem op de partij van hun zuil ARP oof de KVP krijgen wij wel een héél roze beeld van de jaren vijftig.

Maar laten we – for the sake of the argument - aannemen dat de verpleegsters, de handarbeiders en de schoolmeesters in de jaren 50 allemaal op de PvdA, de ARP of de KVP stemden omdat de schoolmeesters hun klassieken kenden en dat zij door studie hogerop wilden komen of tenminste wilden dat hun kinderen het beter kregen. Is het alleen aan de ontzuiling te wijten dat diezelfde verpleegsters, meesters en handarbeiders zich nu door de PvdA – en naar ik aanneem ook door het CDA, al noemt Mak deze partij niet één maal – vernederd voelen? En komt dat werkelijk doordat zich tussen de bestuurders een nieuwe kaste gewrongen heeft, zoals Mak beweert? Een kaste van ‘opgeblazen types die zichzelf tooien met titels als consultant of interim-manager, die zich vorstelijk laten belonen, die dol zijn op procedures en prestatiemodellen maar zelden goed op de hoogte zijn van het feitelijk werk, en die allang weer verdwenen zijn als de gevolgen van hun daden merkbaar worden.’

Ik ken ze ook, deze consultants en interim managers, maar ze zijn lang niet allemaal zo slecht als Mak beweert, net zoals de verpleegster, de handarbeiders en de schoolmeesters van weleer niet allemaal zo nobel waren als Mak suggereert. ‘De mensen die Nederland hebben opgebouwd worden kapot gemaakt’ zegt een bejaardenverzorgster die Mak met instemming citeert. Zij ziet veel te veel managers en veel te weinig handen aan het bed. En Mak concludeert met treurnis: ‘Ja, die verzorgster stemde Wilders.’

Pardon? Waarom zou die bejaardenverzorgster Wilders stemmen om de redenen die Mak opsomt? Zou het niet meer voor de hand liggen dat zij om die redenen voor Agnes Kant kiezen? De argumentatie die Mak opbouwt in zijn nostalgisch essay leidt helemaal niet naar de PVV maar naar de SP. Dat impliceert Mak ook zelf als hij over de stamgasten van ‘Het Wapen van Baarderadeel’ zegt: ‘Zij stemmen vaak nog PvdA, meer uit gewoonte dan uit overtuiging en niet zelden vooral om Wilders tegen te houden.’

Nu wil het toeval dat ik tussen 1973 en 1987 in Baard gewoond heb, drie kilometer verwijderd van Maks stamcafé, waar ik toen wel eens kwam. Vandaar dat ik de mensen die hij in zijn beroemde boek over Jorwerd prachtig beschreven heeft bijna allemaal gekend heb. Ook de stamgasten van Het Wapen van Baarderadeel’. Soms aardige mensen, daar niet van. Maar de PvdA-ers waren daar sterk in de minderheid en vaak waren dat welzijnswerkers die zich, net als Geert Mak meester gemaakt hadden van een arbeiderswoning of een boerderijtje. De minderstand en de arbeiders waren – samen met God – uit Jorwerd verdwenen. De overgebleven boeren stemden Fryske Nasjonale Partij of VVD. Mijn buurman - een overtuigde VVD-er – vertrouwde mij 25 jaar geleden al toe: ‘Ze moesten een atoombom op Amsterdam gooien’ Dat leek hem de enige oplossing van het drugsprobleem en de buitenlanders die de hoofdstad ook toen al onveilig maakten. ‘Ik weet wel’, zei hij, ‘de goeden moeten dan onder de kwaden lijden, maar ik zie geen andere oplossing’. Er was toen nog geen sprake van Wilders of van Fortuyn, alleen Janmaat deed van zich spreken, maar daar stemde in Baard toen niemand op. Wel vond de SRV man ten tijde van de treinkaping bij De Punt in 1977 dat we ze állemaal tegen de muur moesten zetten. Onduidelijk was of dat alleen de kapers gold of alle Molukkers.

De aantrekkingskracht van het stuk van Geert Mak is dat het stemmen op zijn naamgenoot niet verklaard wordt door vreemdelingenhaat maar door het falen van de politieke elite. Het volk is goed, de eer is gered. Maar daarmee de PvdA nog niet. En het is sterk de vraag of de analyse van Mak – die overigens ook die van Minister Eberhard van der Laan is (de Volkskrant 17 oktober 2009) – helpt bij het reden van die partij.

In dezelfde tijd dat mijn buurman Amsterdam met een atoombom wilde elimineren om toevloed van immigranten te keren, spraak Marcus Bakker een congres toe van de CPN. In zijn toespraak verklaarde hij met nadruk ‘De Nederlandse arbeider IS niet racistisch’. Er volgde een luid en langdurig applaus. Ik was daarbij en ik weet nog dat ik dacht: wishful thinking. Maar ik klapte mee, want ik wilde het, net als al die andere aanwezigen, zo vreselijk graag geloven. Het was volgens Bakker niet de schuld van de arbeiders dat zij xenofoob waren, maar van Hans Janmaat en van die verderfelijke reformisten van de PvdA die niet meer voor de arbeidersbelangen opkwamen.

Dat was het geheim van Marcus Bakker: wij wilden hem zo graag geloven. Daarom werd in 1991 – twee jaar na de val van de muur die Bakker altijd verdedigd had - een vergaderzaal naar hem vernoemd. En dat is ook het geheim van Geert Mak.

Op de dag van het verschijnen van zijn stuk was ik Wenen om in een internationaal gezelschap van economen, sociologen en politicologen te praten over ‘Solidariteit en de crisis van het kapitalisme’. Een bont gezelschap van linkse wetenschappers die het over één ding eens waren: het lag aan de politieke elite dat ‘de populisten’ overal in Europa aan de winnende hand zijn. Nog vóór mijn vliegtuig weer landde op Schiphol was ik al op de hoogte van het stuk van Geert Mak. Hij had ons wéér een hart onder de riem gestoken. ‘De verpleegster, de onderwijzer, de handarbeider, zij voelen zich vernederd door de PvdA’ kopte Opinie & Debat op 17 oktober.

De werkelijkheid is anders. Wij weten dat in ieder geval vanaf 1994 - als er betrouwbare cijfers beschikbaar zijn - de meerderheid van de Nederlandse bevolking voor beperking van de immigratie is en dat diezelfde meerderheid van de immigranten eist dat zij zich aan onze cultuur aanpassen. De politieke partijen waren echter van mening dat de integratie van immigranten kon plaatsvinden ‘met behoud van eigen identiteit’. De eis van assimilatie werd beschouwd als een vorm van racisme. In 1988 werd in VVD-nota voorgesteld het leren van Nederlands verplicht te stellen. Dat werd dit door de directeur van het Centrum voor Buitenlanders, Mohammed Rabbae als ‘racistisch’ betiteld en Hans van Mierlo beschouwd de nota als ‘rabiaat rechts’. Toen Frits Bolkestein in 1990 tijdens een reis naar Alma Ata aan Hans van Mierlo, Thijs Wöltgens en Elco Brinkman voorstelde om de integratie van etnische minderheden op de politieke agenda te zetten gaven de fractieleiders niet thuis. Toen Bolkestein in 1991 in de Volkskrant van 12 september waarschuwde voor het anti-liberale karakter van de Islam was het Binnenhof te klein. Bolkestein werd uitgemaakt voor al wat lelijk was. Nog in1997 werd Hans Janmaat veroordeeld omdat hij zich tegen de multiculturele samenleving keerde. De opvatting van een meerderheid van de Nederlandse bevolking werd strafbaar beschouwd. Deze meerderheid voelde zich monddood gemaakt door ‘de linkse kerk’ die in Nederland de macht van de oude kerken had overgenomen. Een oud-redactrice van NRC-Handelsblad vertelde me naar aanleiding van het stuk van Geert Mak dat zij meer dan15 jaar geleden een artikel schreef over Marokkaanse jeugdbendes en toen geweldig op haar kop kreeg van haar mederedacteuren. Het woord Marokkaan mocht zij niet gebruiken in verband met criminaliteit. Dat vond de redactie niet fatsoenlijk.

En toen kwam 9/11, en daarna de moord op Fortuyn en vervolgens de moord op Theo van Gogh. De eerste moord werd gepleegd door een linkse milieu activist die zijn motieven nooit heeft willen openbaren. De tweede moord was een geloofsuiting van een Moslim radicaal. De aanleiding was de vertoning van de film ‘Submission’ die Van Gogh samen met Ayaan Hirsi Ali gemaakt had. Die film bevatte een onprettige boodschap: de Koran predikt geweld tegen vrouwen die zich niet onderwerpen aan hun man. In die film werd volgens de moordenaar Allah beledigd. Ook Geert Mak veroordeelde ‘Submission’ omdat hij gemaakt zou zijn volgens de methode Goebbels. Het pamflet waarin hij die uitspraak deed bevatte een onprettige boodschap: Mensen die kritiek uiten op de islam verzieken het politieke klimaat en hebben het terrorisme over ons uitgeroepen. Het is een argumentatie die in de VS wordt omschreven als ‘blaming the victim’. Het lijkt me dat Maks analyse eerder een onderdeel van het probleem is dan een oplossing. Die oplossing begint met het respecteren van de mening van alle burgers en die van de Wilders aanhangers niet reduceren tot frustaties die door consultants en interim managers veroorzaakt zouden zijn. Het is veeleer zo dat tot 2001 in de politieke arena geen partij toegelaten werd die de opvattingen van een substantiële minderheid vertegenwoordigde.

Meindert Fennema is hoogleraar Politieke Theorie van Etnische Verhoudingen

Discussieer mee op nrc.nl/expert

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie