Villa kroonprins is juist goed voor Mozambique

Overstromingen in Caia in Centraal-Mozambique in 2007.
Door Gerbert van der Aa

Afrika heeft investeringen juist nodig.

Investeren in Afrika is een van de beste manieren om armoede te bestrijden. Bedrijven genereren economische groei en banen, waardoor het gemiddeld inkomen stijgt. In de discussie over de villa van kroonprins Willem-Alexander in Mozambique is opmerkelijk weinig aandacht voor dit punt. Een vastgoedproject, waarvan de villa onderdeel is, is immers ook een investering. Critici suggereren dat investeren in ontwikkelingslanden vooral negatieve gevolgen heeft. Dat minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) en het IMF zich grote zorgen maken over teruglopende buitenlandse investeringen in Afrika, lijkt bijna iedereen te vergeten.

„Het is zeer ongelukkig om voor zo’n arm land als Mozambique te kiezen”, zei de voorzitter van de Bond van Oranjeverenigingen in de Volkskrant. „Ik zou de afgelasting van het hele project zeer waarderen.” De SP steunde die oproep. Ook oud-senator Jan Vis van D66 keerde zich tegen het project, dat in totaal ruim honderd villa’s en een hotel behelst. De tegenstanders weigeren de voor- en nadelen zorgvuldig tegen elkaar af te wegen. Alsof een aantal negatieve bijeffecten – een schietincident en gerommel met geld – belangrijker zijn dan de gevolgen van het geheel staken van het project. Het is ongelukkig dat de toezichthouder niet onafhankelijk is, zoals NRC Handelsblad vorige week onthulde, maar het zou nog steeds zwaar overtrokken zijn als de kroonprins zich terugtrekt.

Investeren in ontwikkelingslanden gaat bijna per definitie gepaard met zaken die we in Nederland niet gewend zijn. Corruptie is wijdverbreid, de democratische rechtsstaat is slecht ontwikkeld. In vrijwel alle Afrikaanse landen krijgen buitenlandse investeerders te maken met louche figuren, die vaak niet al te zuivere bedoelingen hebben. Succesvolle buitenlandse bedrijven in Afrika, zoals FrieslandCampina en Heineken uit Nederland, hebben daarmee om leren gaan.

Waar het om gaat is dat buitenlandse investeerders zo eerlijk en zuiver mogelijk zaken proberen te doen in Afrika. Dat er af en toe wat mis gaat, is niet te voorkomen. Nederlandse politici die Willem-Alexander hard aanvallen op de minder mooie kanten van het project, laten zien dat ze niet in staat zijn zich te verplaatsen in situaties waar andere standaarden gelden dan in Nederland. Vinden zij soms dat Nederlandse bedrijven helemaal niet meer mogen investeren in Afrika? Hun redenatie volgend zou dat een logische conclusie zijn.

Sommige linkse kringen in Nederland hebben een haast natuurlijke afkeer van investeren in ontwikkelingslanden. Ondernemers hebben immers een winstoogmerk. Geld verdienen in landen waar een groot deel van de bevolking onder de armoedegrens leeft, druist in tegen hun solidariteitsprincipes. Deze critici vergeten dat alleen steun aan microkrediet, onderwijs en ziekenzorg niet voldoende is om ontwikkelingslanden echt vooruit te helpen.

Anderen klagen dat de bouw van een vakantiepark geen bijdrage levert aan structurele economische ontwikkeling in Mozambique. Investeren in een industrieel bedrijf of infrastructuur zou nuttiger zijn. Misschien is dat zo, maar dat neemt niet weg dat Willem- Alexander zijn nek uitsteekt. Een succesvol vastgoedproject is vrijwel zeker een stimulans voor toename van buitenlandse geldstromen naar andere economische sectoren in Mozambique. Als het pad eenmaal is geëffend, volgen nieuwe ondernemers vanzelf.

Waarschijnlijk zijn er weinig landen in Afrika waar investeren zo loont als in Mozambique. Na jarenlange burgeroorlog heeft het land de afgelopen vijftien jaar indrukwekkende vooruitgang geboekt. Een groot deel van de bevolking leeft onder de armoedegrens, maar de omstandigheden voor economische groei zijn gunstig. Donoren prijzen het land voor zijn goede bestuur. Volgens Transparency International is Mozambique aanzienlijk minder corrupt dan de meeste andere landen op het continent.

Investeren in Afrika is pionierswerk, waar relatief grote risico’s aan kleven. De meeste ontwikkelingslanden hebben een instabiel politiek klimaat. Niet zelden breken opstanden uit, die ontaarden in plundering. Als het goed gaat zijn de winstmarges vaak groot, maar de kans is altijd aanwezig dat buitenlandse investeerders al hun geld en bezittingen kwijt raken. Gelukkig zijn er nog steeds Nederlanders die de gok willen wagen. Meer sympathie voor het project van Willem-Alexander is op zijn plaats.

Gerbert van der Aa is historicus en journalist. Hij schreef Nigeriaanse toestanden (2005) en Dwars door Soedan (2007).

Reageer op nrc.nl/expert

Gepubliceerd in:
Opinie