Je kunt blijven praten over Afghanistan
Geef de Talibaan politieke mogelijkheden.
Laten we maar weer eens bijeenkomen om over Afghanistan te praten. Na Bonn (2001), Tokyo (2002), Kabul en Dubai (2003), Berlijn (2004), Londen (2006), Rome (2007), Parijs (2008) en Den Haag (2009) is eind deze maand Londen weer aan de beurt.
Los van de mooie woorden, hoopvolle beloften en financiële toezeggingen is het zeer de vraag wat nu werkelijk het nut van deze jaarlijks terugkerende internationale bijeenkomsten is. Iedere keer klinkt de roep om ontwikkeling, goed bestuur, versterkte overheidsinstellingen en de noodzakelijke middelen opdat de Afghanen zelf de problemen op het gebied van veiligheid en ontwikkeling kunnen oplossen.
Vier jaar geleden werd in Londen het ‘Afghanistan Compact’ aangenomen, een politiek vijfjarenplan om eind 2010 serieuze vooruitgang geboekt te hebben. Het Compact kreeg in navolging van de conferentie de dubieuze ondertitel ‘Building on Success’ mee. Anno 2010 is het zeer de vraag op welk succes toen voortgeborduurd kon worden. Als men de drie belangrijkste pilaren van het akkoord in ogenschouw neemt, ten eerste veiligheid, ten tweede economische en sociale ontwikkeling, en ten derde goed bestuur, rechtshandhaving en mensenrechten, kan de conclusie alleen maar zijn dat Afghanistan zeker niet vooruit en in sommige gevallen zelfs hollend achteruit is gegaan. We hoeven slechts naar drie factoren binnen de beleidsprioriteiten te kijken om aan te tonen dat Afghanistan in algemene zin niet of nauwelijks resultaten boekt: de strijd tegen de Talibaan, corruptie en de illegale opiumeconomie
We weten inmiddels dat de strijd tegen de Talibaanbeweging niet op het slagveld gewonnen zal worden. Maar de militaire retoriek houdt aan binnen een militaire missie die steeds verder veramerikaniseert. Gelukkig is er steeds meer aandacht voor een politieke oplossing, waarbij de Afghaanse regering direct contact zoekt met de leiders van de verschillende lokale Talibaangroeperingen. De recente aanslagen in Kaboel bevestigen dat de Talibaan in staat zijn tot professionele, gecoördineerde aanslagen in het hart van de nieuwe Afghaanse democratie ondanks de aanwezigheid van ISAF-troepen in de hoofdstad. Het militaire machtsvertoon van de internationale troepen heeft hier sinds 2005 niets aan kunnen veranderen.
Corruptie is het modewoord in Afghanistan. Na de frauduleuze presidentsverkiezingen van vorig jaar ging de internationale gemeenschap het corruptieprobleem eindelijk serieus nemen terwijl er op alle bovengenoemde conferenties reeds over gepraat was. Halsoverkop organiseerde de Afghaanse regering eind 2009 een driedaagse conferentie over corruptie. De VN brachten zojuist een vernietigend rapport uit over de stand van zaken. Hierin staat onder andere dat het in Afghanistan goedkoper is een rechter om te kopen dan een advocaat in dienst nemen. Alleen Somalië scoort in 2009 slechter op de corruptie-index van non-gouvernementele organisatie Transparency International, terwijl Afghanistan in 2005 nog 68 plaatsen hoger stond.
De illegale drugseconomie bereikte een hoogtepunt in 2007 en ook de afname van papaverteelt en opiumproductie in de afgelopen twee jaar hebben nauwelijks iets kunnen veranderen aan de allesoverheersende invloed van deze illegale industrie. Meer dan anderhalf miljoen Afghanen zijn economisch direct afhankelijk van de illegale papaverteelt, indirect nog veel meer. De Talibaan haalden tussen 2005 en 2008 jaarlijks gemiddeld ruim 85 miljoen euro uit de opiumeconomie om hun strijd te financieren. De VS gaven in de zomer van 2009 eindelijk toe dat het in Afghanistan sinds 2002 gevoerde drugsbeleid gefaald heeft en bovendien arme boeren in de handen van de Talibaan gedreven heeft. Een structurele oplossing is er echter nog steeds niet.
We zullen er tijdens de conferentie in Londen weer van alles over horen. De corruptie zal nu definitief aangepakt worden. Goed bestuur zal bij de nieuwe regering Karzai beginnen. De drugshandelaren zal opnieuw de oorlog verklaard worden. De strijd tegen de Talibaan zal opgevoerd worden als de internationale gemeenschap tenminste bereid is om militair bij te springen en het Amerikaanse offensief wil steunen. Respect voor de mensenrechten zal met hernieuwd elan verdedigd gaan worden. De verantwoordelijkheid zal de komende jaren nu eindelijk echt overgedragen worden aan de Afghaanse autoriteiten. Kortom, het zal weer een mooie en lange lijst van beloften worden die vervolgens volgend jaar ergens anders in een Europese hoofdstad weer herhaald en nogmaals bekrachtigd kan worden.
In het algemeen is er in Afghanistan een structurele verschuiving nodig van militair naar economisch ontwikkelingsbeleid, waarbij het eerste het tweede daadwerkelijk ondersteunt. De inzet van militairen wordt nog steeds vaak losgekoppeld van economische vooruitgang en de noodzaak om de situatie van de Afghanen zo snel mogelijk te verbeteren. De strijd tegen de Talibaan is slechts op twee fronten te winnen. Ten eerste moet er veel meer geïnvesteerd worden in werkgelegenheid en scholing voor de zogenaamde angry young men, de grote groep jonge Afghanen die momenteel geen kansen hebben in de maatschappij en die voor de Talibaan een bodemloze recruteringsbron vormt. Ten tweede moet er met directe inspanningen van de internationale gemeenschap gewerkt worden aan een politieke oplossing, waarin het legitieme deel van de belangen en de huidige ontevredenheid van de Talibaan vertaald wordt in politieke mogelijkheden voor de beweging.
Het Westen moet een actieve rol gaan spelen bij de onderhandelingen met de Talibaan, zoals minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) voorstaat. Door gebruik te maken van de ervaring, kennis en het contactennetwerk in Uruzgan, kan Nederland bijvoorbeeld een belangrijke bijdrage leveren aan de verzoeningspogingen met de gematigde krachten binnen de Talibaan in het gebied.
Jorrit Kamminga is beleidsmedewerker van de International Council on Security and Development (ICOS), voorheen de Senlis Council en werkte de afgelopen vier jaar in de Afghaanse provincies Helmand, Kabul en Kandahar.
