Vrouwen doen niet mee in Afghanistan

Door Asifa Khalil

De miljarden aan internationale hulp voor Afghanistan, ook vorige week weer toegezegd, zijn bedoeld voor de Afghaanse man.

Om het land weer op te bouwen en veilig te maken is volgens de Afghaanse president Karzai nog tien tot vijftien jaar steun uit het buitenland nodig, zo zei hij vorige week bij de conferentie over Afghanistan in Londen. Hij sprak echter niet over gelijkberechtiging van vrouwen om die wederopbouw mogelijk te maken. Dat is tekenend.

Veel Afghaanse vrouwen hebben een universitaire opleiding genoten, maar hun stem telt niet meer mee. In de jaren tachtig hadden Afghaanse vrouwen veel vrijheid. Zij konden gaan en staan waar ze wilden. Vrouwen waren buschauffeur of tramconducteur, vrouwen werkten als politie en in het leger, waren parachutist – er was een vrouw die chirurg en generaal was. De helft van de docenten en artsen was vrouw. Vrouwen konden een echtscheiding aanvragen en een gedwongen huwelijk weigeren. Het was verboden om echtgenotes te slaan.

Maar wat doet Karzai? Hij ondertekent een wet over het familierecht, de segha, die bepaalt dat vrouwen niet naar buiten mogen zonder toestemming van hun echtgenoot, dat een vrouw binnen het huwelijk seks niet mag weigeren en drie keer per week seksueel beschikbaar moet zijn, en die bepaalt dat mannen als zij wat langer van huis zijn een tijdelijk huwelijk bij een moellah kunnen sluiten met een alleenstaande vrouw die in ruil daarvoor geld ontvangt.

Waarom kennen wij de first lady van Afghanistan niet, waarom hebben wij haar nooit gezien? Waarom wordt zij achter de gesloten deuren van het presidentiële paleis gehouden en mag zij geen rol van betekenis spelen terwijl de vrouwen van de vorige presidenten en de koningen belangrijk maatschappelijk werk deden en een voorbeeld waren voor vrouwen?

Is de wereld vergeten dat de vrouwenemancipatie in Afghanistan begon in 1919 ten tijde van koning Amanullah? Het dragen van de sluier was niet langer verplicht – koningin Soraya gaf als eerste in 1920 het voorbeeld en gooide haar sluier af – en de toen al strenge islamitische geestelijkheid werd door de koning overtuigd hoe ook volgens de Koran vrouwen naar school moeten kunnen gaan. Onderwijs werd voor alle kinderen verplicht. Meisjesscholen werden overal in het land geopend.

Karzai zou daarom meer hoogopgeleide vrouwen in de top van de overheid moeten opnemen. Nu laat hij zich omringen door mannen met een dubieus verleden. Aan de handen van vrouwen kleeft geen bloed en het geld dat zij ontvangen kan gebruikt worden voor de opleiding van hun kinderen en voor hun eigen levensonderhoud. Wij hebben zelf ervaren hoe machteloos vrouwen in Afghanistan zijn. Een van ons, Parwin Zamani, verloor haar man, die door de Mujahedeen in Kabul werd vermoord. Vervolgens raakte zij haar werk kwijt en is zij met vier kleine kinderen naar Nederland gevlucht. Zij heeft alles verloren, ook haar politieke stem. Naar de helft van de bevolking van Afghanistan wordt opnieuw niet geluisterd. Zijn wij soms niet belangrijk? Is de wereld de Afghaanse vrouwen vergeten?

De slechte positie van vrouwen onder het Talibaanregime was, naast vergelding voor de terreuraanvallen van september 2001, een belangrijk argument voor de Amerikaanse president Bush om Afghanistan binnen te vallen. Maar de positie van vrouwen is in de afgelopen acht jaar niet verbeterd.

Op de Afghanistanconferentie in Londen probeerde Karzai opnieuw miljarden los te peuteren bij de internationale gemeenschap voor de ontwikkeling van zijn land. Miljarden die niet ten goede zullen komen aan de positieverbetering van de helft van de Afghaanse bevolking. Sterker nog: de vrouwelijke parlementariërs in Kabul krijgen een bonus om in het parlement te zwijgen. Bij Malalai Djoya, een van de weinige vrouwen die in het parlement wel haar mond open durft te doen, wordt de microfoon in het parlement dichtgedraaid als zij spreekt. Dit heeft niets met democratie te maken maar alles met machtsmisbruik om vrouwen hun stem te ontnemen.

Asifa Khalil en Parwin Zamani, universitair geschoolde vrouwen, vluchtten in de jaren negentig naar Nederland. Ruth de Kanter is voorzitter van de Stichting Ariana, een studiefonds voor Afghaanse vrouwen.

Gepubliceerd in:
Opinie