In de gemeenten zijn nog echte sociaal-democraten

Door Ella Vogelaar

Al dat gedoe over hoofddoeken, boerka’s en handenschudden is Haags. Lokale afdelingen van de PvdA kennen veelal een andere integratiekoers. Benzakours oproep om niet op de PvdA te stemmen is daarom onverstandig.

Ik had maandag in Groningen net geluisterd naar de prachtige oratie van PvdA-voorman Jacques Wallage over het integratievraagstuk, toen ik in NRC Handelsblad het advies van Mohammed Benzakour en enkele andere spraakmakers las om straks ‘progressief’ te stemmen.

Wat progressief inhoudt, wordt niet nader ingevuld, maar in elk geval betekent het: niet PvdA, want die partij maakt een knieval voor de onderbuikgevoelens van het rechtse populisme.

Ik begrijp de onvrede over de opstelling van de PvdA in het integratiedebat die de aanleiding vormt tot deze stellingname. Net als de schrijvers geneer ik me regelmatig voor de standpunten die de partijleiding en leden van de Kamerfractie innemen of vaak juist niet innemen als Wilders of, in zijn voetspoor andere populisten, weer eens een van hun haatzaaiende luchtballonnen oplaten. Toch vind ik hun oproep om niet op de PvdA te stemmen onverstandig.

Het gaat op 3 maart om gemeenteraadsverkiezingen. We weten dat de landelijke politiek een grote rol speelt bij het stemgedrag van veel kiezers bij deze lokale verkiezingen. Dat is de tragiek van veel lokale bestuurders en gemeenteraadsleden, ze kunnen het nog zo goed hebben gedaan de afgelopen vier jaar, ze worden gestraft of beloond voor het beleid van hun landelijke partij.

In de periode dat ik minister voor onder andere Integratie was, heb ik juist een enorme kloof geconstateerd tussen de ‘Haagse discussie’ over integratie en de lokale werkelijkheid. Vaak kwam ik wethouders van de PvdA tegen die verzuchtten: ‘Ella, we vinden de wijze waarop je probeert tegenwicht te bieden aan dat hyperige en polariserende Haagse debat rond integratie een verademing. Al dat gedoe over hoofddoeken, boerka’s, handenschudden, gescheiden inburgering scherpt tegenstellingen onnodig aan en werpt ons in onze lokale aanpak gericht op emancipatie van migranten en in onze inzet om de boel een beetje bij elkaar te houden regelmatig terug.’

Mijn stelling is, dat voor het realiseren van een progressieve lokale politiek ook bestuurlijke stabiliteit nodig is. Zeker in tijden waarin de kiezers zo op drift zijn. De PvdA is daarvoor van groot belang, het is immers in veel opzichten en zeker in de gemeentelijke politiek wel degelijk een echte progressieve, sociaal-democratische partij, een partij bovendien met grote bestuurlijke ervaring. Natuurlijk is ervaring alleen niet voldoende reden om op een partij te stemmen: het beleid moet ook deugen op een cruciaal onderdeel als de omgang met minderheden.

In de PvdA bestaat gelukkig een sterke stroming die hierover standpunten heeft, vergelijkbaar met die van Benzakour c.s. Het lijkt mij daarom ook veel verstandiger om de PvdA te dwingen weer terug te gaan naar een integratiekoers die past bij de traditie van een sociaal-democratische partij. Het zou goed zijn als Wouter Bos ook op dit punt zijn dwalingen erkent. Integratie draait om emancipatie en verzet tegen intolerantie en polarisatie.

Die koers impliceert: scherp stelling nemen tegen Wilders’ opvattingen, investeren in onderwijskansen voor migrantenkinderen, doorgaan met de verbetering van de wijken, investeren in talentontwikkeling van migrantenvrouwen, concrete maatregelen om onderwijssegregatie tegen te gaan, door woningtoewijzing voorkomen dat er nieuwe wijken ontstaan met een cumulatie van probleemgezinnen, en een banenplan voor migranten.

En vóór alles: getuigen van het besef dat, in de woorden van Wallage tijdens zijn inauguratie als bijzonder hoogleraar integratie en openbaar bestuur, het debat zoals het nu wordt gevoerd wel eens beperkend zou kunnen werken op de mogelijkheden tot succesvol integreren: ‘de eenzijdige oriëntatie op wat mis gaat, de afwezigheid van gemeenschappelijk gevoelde idealen, een evident migranten-onvriendelijk klimaat, het doet zonder twijfel de integratie geen goed (..) De vrijheid van de één om te zeggen wat hij denkt kan makkelijk de vrijheid van de ander beperken om te kunnen zijn wie hij is.’

Zolang deze opvattingen nog consequent worden uitgedragen door grote aantallen lokale PvdA-ers, is het de moeite waard om binnen de partij voor zo’n benadering ook de partijleiding te winnen. Daags na mijn gedwongen aftreden zei Wouter Bos op een partijbijeenkomst in Groningen ‘ze blijft onze Ella’, dat klonk een beetje ongemakkelijk uit zijn mond. Maar ik zou wel wensen dat ook migranten met mij kunnen blijven zeggen ‘het blijft onze PvdA’.

Ella Vogelaar was minister voor Wonen, Wijken en Integratie voor de PvdA


Reageer op nrc.nl/opinieblog

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie