Zorg voor de jeugd: het kind niet met het badwater weggooien
Zorg voor de jeugd moet beter. Ja natuurlijk! Moet het dan maar helemaal naar de gemeenten? Nou, nee. Dat is te simpel gesteld.
Toch staat dit in een aantal verkiezingsprogramma’s en ook het demissionaire kabinet is die mening toegedaan, zo blijkt uit zijn onlangs naar de Tweede Kamer gestuurde visie ‘Perspectief voor Jeugd en Gezin’. Maar het gaat in deze discussie niet om wie de jeugdzorg aanstuurt, maar om de best mogelijke hulp zodat het kind niet in de knel komt. Blind de visie van het kabinet volgen, leidt tot meer versnippering binnen de jeugdzorg en dat was nu juist niet de bedoeling.
In 2005 was de laatste stelselherziening en werden de provincies verantwoordelijk voor een groter deel van de jeugdzorg. Er bleef versnippering, want de geestelijke gezondheidszorg (ggz) voor de jeugd en de zorg voor licht verstandelijk gehandicapten (lvg) kwamen niet mee. In de afgelopen vijf jaar is niettemin veel verbeterd; dat blijkt ook uit de evaluatie van de Wet op de jeugdzorg. Maar er zijn ook knelpunten. In het evaluatierapport staat dat er nog teveel verschillende partijen verantwoordelijk zijn voor de aansturing van de jeugdzorg. En die versnippering zorgt ervoor dat de belangrijkste doelstellingen van de Wet op de jeugdzorg nog steeds niet zijn gerealiseerd. De toegang tot jeugdzorg en de uitvoering van die zorg zelf moeten bijvoorbeeld nog integraler worden: kinderen moeten gelijke kansen op de juiste jeugdzorg hebben, ongeacht hoe ze binnenkomen.
De vraag is hoe de knelpunten op te lossen. Daarbij is het van belang alle bereikte verbeteringen te behouden en vanuit de huidige situatie naar de oplossing te zoeken. Dat is ook de kern van de afspraken die provincies via hun koepel, het Interprovinciaal Overleg, voor 2010 en 2011 met minister Rouvoet hebben gemaakt.
De visie van het kabinet draagt niet bij aan het oplossen van de knelpunten. Integendeel: waar de Wet op de jeugdzorg meer samenhang en integraliteit heeft gebracht, leiden de ideeën van minister Rouvoet tot versnippering en inefficiency. Regelrecht zorgwekkend zijn de plannen voor de aanpak van kindermishandeling. In de kabinetsvisie zullen signalen van professionals over mogelijke kindermishandeling voortaan binnenkomen bij de Meldpunten Huiselijk Geweld. Voor nader onderzoek neemt de Raad voor de Kinderbescherming het over. En als er dan zorg moet worden geboden in het vrijwillig kader dan moet dit weer naar één van de 500 gemeentelijke Centra voor Jeugd en Gezin (CJG’s). Justitiële hulp moet via een nog op te richten regionaal centrum. Juist waar snelheid geboden is, vertraagt het kabinet.
Een ander punt van zorg: in Nederland bieden ruim 50 organisaties jeugdzorg. In de visie van het kabinet worden die straks niet meer aangestuurd door 12 provincies en 3 stadsregio’s maar door 430 gemeenten. De gemeenten moeten van het kabinet samenwerken in 25 regio’s. Maar waarom zo ingewikkeld, als er al provincies zijn? Er ontstaat een kennisgat en een onnodige toename van de bureaucratie. Tegelijkertijd zou de uitvoering van de jeugdbescherming weer worden losgekoppeld van de vrijwillige jeugdzorg, waarmee een belangrijke verworvenheid sinds 2005 ongedaan wordt gemaakt. De verkokering tussen jeugdzorg, jeugd-ggz en lvg wordt door het kabinet nauwelijks aangepakt. Wij pleiten al jaren voor actie; en dat komt ook terug in de wetsevaluatie.
Naast de kritiek bevat de kabinetsvisie ook elementen waar de provincies zich achter kunnen stellen. Het gaat dan onder meer om versterking van preventie, vereenvoudiging van de indicatiestelling en meer vormen van ambulante hulp overhevelen naar de CJG's. De rol van de gemeenten bij de preventie moet zeker worden versterkt. De overdracht van vormen van ambulante jeugdzorg naar gemeenten en de realisatie van goed functionerende CJG’s zijn daarvoor belangrijke eerste stappen. Als dat de zorg beter maakt zullen wij aan verdere ontwikkelingen graag meewerken. Maar laten we het vervolg beoordelen als én nadat we eerst dit hebben gedaan en het resultaat kennen.
Woordvoerders jeugdzorg in de Tweede Kamer hebben zich in deze vraagstukken verdiept en zijn bezig om antwoorden te formuleren op de in het evaluatierapport genoemde knelpunten. De commissie onder leiding van Kamerlid Heijnen presenteert in mei haar bevindingen. Wij hopen dat ze niet over de werkelijkheid van vandaag naar verre eindbeelden springen. Want dat is wat het pleidooi voor een stelselherziening van dit demissionaire kabinet doet: het stelsel totaal op de schop nemen zonder de duidelijk herkende en breed gedeelde resterende problemen op te lossen. Wij pleiten voor het omgekeerde. Want het kind met het badwater weggooien druist tegen alle wetten van goede jeugdzorg in.
John Bos (PvdA), Tonny van de Vondervoort (PvdA), Hans Esmeijer (CDA) zijn
gedeputeerden van Flevoland, Zuid-Holland en Gelderland
Discussieer
mee op nrc.nl/opinieblog
