Nederland moet ophouden narcostaat te willen zijn
Bijna alle Nederlandse hennep is bestemd voor de export. Georganiseerde misdaad gaat dus gewoon door.
In 1996 schreef de Franse senator Masson – doelend op Nederland – dat Europa het zich niet kon veroorloven ‘een narcostaat’ op zijn grondgebied te dulden. Premier Kok (PvdA) en andere Nederlandse politici reageerden verontwaardigd. Toch zal een ieder die de feiten bestudeert, moeten concluderen dat er een kern van waarheid zit in de opmerking van Masson. De fiscus haalt jaarlijks zo’n 400 miljoen euro aan belastingen op bij de circa 700 coffeeshops in Nederland (het precieze bedrag wil de fiscus niet vrijgeven). Ook het drugstoerisme levert aardig wat op. Alleen al de stad Amsterdam trekt jaarlijks 1 miljoen coffeeshoptoeristen. Het meeste geld verdient ‘narcostaat Nederland’ aan de export van supersterke nederwiet. Volgens schattingen van de politie wordt er in Nederland aan het exporteren van wiet minstens 2,2, miljard euro op jaarbasis verdiend.
Nu bepleiten Bolkestein c.s. (NRC Handelsblad,18 mei) om nog een stap verder te gaan. Volgens de ondertekenaars van het manifest ‘Red het land, sta drugs toe’ moet de overheid gaan toezien op de productie en verkoop voor de binnenlandse markt van illegale drugs als cannabis, cocaïne, ecstasy en heroïne. In Bolkesteins Brave New World levert het van overheidswege verstrekken van deze verdovende middelen meer geld, meer veiligheid en een betere volksgezondheid op.
Je zou bijna denken dat het een grap is. Toch is dit inderdaad de weg die de bestuurlijke elite voor ons land heeft uitgestippeld. Het Trimbos-instituut adviseerde het ministerie van Volksgezondheid in 2008 dat de "bestrijding van de georganiseerde criminaliteit en de beperking van overlast in verband met de productie en handel in cannabis het meeste gebaat is bij een regulering van de aanvoer van cannabis voor eigen gebruik." (Cam-risicoschattingsrapport-cannabis-2008) Ook kandidaat-premier Cohen (PvdA) heeft zich al lovend uitgelaten over het plan de drugstoevoer te gaan ‘reguleren’.
Laten we daarom de plannen serieus nemen en kijken of ze inderdaad zullen voorzien in hetgeen ze beloven. Zullen ze inderdaad zorgen voor besparingen, minder drugscriminaliteit en een betere volksgezondheid? Het antwoord daarop is driemaal nee. In de plannen wordt uitsluitend gesproken over de bevoorrading van de Nederlandse markt, terwijl het overgrote deel van de drugsproductie in narcostaat Nederland naar het buitenland gaat. Volgens onderzoek van de politie is tachtig tot negentig procent van de illegale Nederlandse hennepteelt niet bestemd voor de coffeeshops, maar voor cannabisgebruikers over de grens. Het effect van het reguleren van de binnenlandse markt op de georganiseerde misdaad zal dan ook minimaal zijn. Criminelen zullen in de door de Nederlandse overheid gecertificeerde drugs van topkwaliteit bovendien lucratieve handel zien. Er zullen extreem grote inspanningen nodig zijn aan de kant van bestuur, politie en justitie om de verkoop van deze drugs aan buitenlanders en minderjarigen enigszins in de hand te houden. Van een besparing zal met andere woorden ook al geen sprake zijn. Veel belastinggeld zal nodig zijn om te voorkomen dat dit doldrieste experiment niet geheel ontspoort.
Ook aan het veronderstelde heilzame effect op de volksgezondheid moet ernstig getwijfeld worden. Van door de overheid gecertificeerde drugs gaat namelijk het verkeerde signaal uit. Als de overheid zelf zou toezien op de productie en de verkoop van drugs denken jongeren dat drugs onmogelijk heel slecht voor je kunnen zijn. Bolkestein c.s. stellen echter dat dit niet het geval is en wijzen daarbij op het Nederlandse gedoogbeleid. In ´repressieve landen´ zou het drugsgebruik een stuk hoger liggen dan bij ons. In de landen die vervolgens genoemd worden – Engeland, Frankrijk en de Verenigde Staten wordt de facto echter al vaak een gedoogbeleid gevoerd- mede vanwege de niet te stuiten export van drugs vanuit narcostaat Nederland. In een land als Zweden dat een drugsvrije samenleving nastreeft en drugs daarom streng verboden heeft, zien we echter het laagste drugsgebruik van de gehele Europese Unie. Het gedoogbeleid heeft op het gebied van de volksgezondheid meer pijnlijke mislukkingen dan klinkende successen voortgebracht. Terwijl in gedogend Nederland relatief veel jongeren drugs gebruiken en erdoor in de problemen komen, wordt er in repressieve landen als Roemenië en Griekenland amper gebruikt.
Gemeten naar de eigen maatstaven van succes, is het plan om de drugsaanvoer te reguleren kortom hoogst onwenselijk. De vraag is wat dan wel een goed beleid zou zijn. De Nederlandse drugsexperts stellen dan, zoals ook weer in het artikel van Bolkestein c.s. gedaan wordt, dat drugsgebruik iets is wat wij niet weg kunnen verbieden, omdat ‘het er altijd zal zijn’. Drugsgebruik wordt zo voorgesteld als een natuurverschijnsel waar we machteloos tegenover staan. In de politiek is het natuurlijk een oude truc om idealen te aan te kleden als onvermijdelijkheden. Maar zouden we werkelijk niets beters tegen drugsgebruik kunnen doen dan de gebruikers de drugs gewoon geven? Waarom doen we dan wel van alles om het roken van sigaretten en het drinken van alcohol tegen te gaan? Voor sigarettenrokers lijkt immers geen maatregel te ver te gaan. Een meerderheid in de Tweede Kamer eiste in maart 2007 in een spoeddebat zelfs dat het rookverbod in de horeca niet van kracht moest zijn in coffeeshops, zozeer zijn wij tégen roken maar vóór drugs gebruiken. Eenzelfde manier van denken speelt een rol in het artikel van Bolkestein c.s., waarin gesteld wordt dat alcohol en sigaretten veel grotere schade toebrengen aan de volksgezondheid dan de illegale drugs.
Deze manier van denken, waarin drugsgebruik als iets relatief onschuldigs wordt voorgesteld, heeft ons land veel schade toegebracht. Het heeft er niet alleen toe bijgedragen dat de georganiseerde misdaad in Nederland tot ongekende hoogte heeft kunnen stijgen, maar heeft er ook toe bijgedragen dat veel Nederlandse jongeren makkelijk met drugs beginnen. Velen komen daardoor in de problemen, en een flink aantal komt er nooit meer bovenop.
Om een beter drugsbeleid te ontwikkelen, zullen we daarom allereerst ergens mee moeten stoppen. We zullen moeten ophouden met het bagatelliseren van de ernst en de omvang van de problemen die door drugs worden aangericht. We zullen moeten stoppen met het geloven in schadelijke mythen. Pas als we doorhebben dat cannabis geen ‘softdrug’ is, dat de jeugd niet noodzakelijkerwijs hoeft te experimenteren met drugs en dat het gedoogbeleid niet iets is om trots op te zijn, kunnen we gaan nadenken over hoe we nu voor eens en altijd een einde maken aan ‘narcostaat Nederland’.
Yoram Stein is filosofiedocent, schrijver en ex-cannabisverslaafde. Van zijn hand verscheen onlangs bij Nieuw Amsterdam ‘Stoppen met blowen: de mythen, de gevaren en je laatste joint’
