Een internationaal excuus voor Geert Wilders is aardig maar hopeloos
Een organisatie van o zo aardige mensen excuseert zich via Facebook voor degenen die op Wilders stemden. Dat werkt niet.
Op Facebook kon je lid worden van de pagina met de tekst ‘We apologize for the 1,5 million Dutch people that voted for Geert Wilders’. Ik werd onmiddellijk lid, omdat het zo makkelijk was: een druk op de knop. Bovendien kon ik het doorsturen naar vrienden in India die mij vroegen wat er nou weer met ons aan de hand was. Toen ik in de tijd van Pim Fortuyn in India woonde en hij Nederland wereldberoemd maakte met de woorden ‘we have guests who are trying to take over the house’, werd mij ook gevraagd wat ons bezielde. Ik antwoordde dat elk land zo zijn clowns heeft. Ze hoorden mijn optimisme meewarig aan.
En nu Geert Wilders. Clowns komen en gaan, en toch bekroop mij dit keer een gevoel van cynisme: het bewijs voor Neerlands hopeloosheid was geleverd.
Ik wilde weten hoe men op het idee op Facebook was gekomen en liet een bericht achter bij de oprichter, Michiel Heinicke. Hij nodigde me uit voor de eerste bijeenkomst van de twaalf mensen die de pagina beheerden. Er waren namelijk al 30.000 (nu ruim 90.000) volgelingen die druk discussieerden over politiek, paniek en plaatsvervangende schaamte.
Na de verkiezingen zat Michiel zich achter zijn computer af te vragen wat men in de buitenwereld over Nederland moest denken. Op de sites van CNN en BBC werd de grote winnaar kortweg aangeduid als ‘racist’ en ‘extreemrechts’. Dus deed Michiel wat ze in Amerika na de overwinning van Bush ook hadden gedaan: zo’n boodschap met ‘sorry’. Daar moest een plaatje bij, want dit was Facebook, een sociaal netwerk op internet waar men vooral foto’s uitwisselt. Michiel typte op Google het woordje sorry, en kreeg de afbeelding van een hamstertje met een bloempje in de pootjes.
Een uur later hadden vijftig mensen op het knopje ‘join group’ op Facebook gedrukt. Dat was veel. Michiels zus Leonie besloot het te melden op NU.nl. Het aantal leden nam toe. ‘Misschien halen we wel de duizend’, zei ze optimistisch. Tegen het eind van de middag waren het er drieduizend.
De volgende ochtend kregen ze telefoontjes van het ANP en de Wereldomroep. Ze stelden lastige vragen: wat de bedoeling precies was, of er vervolgacties kwamen. Vervolgacties? Ze hadden niet eens door dat dit een actie was!
Maar het was waar, ze moesten nadenken over wat ze met de pagina wilden bereiken en voorkomen dat het zou ontaarden in gescheld. Als vrijheid van meningsuiting een huis is, is internet de riolering. Dus werd uitdrukkelijk gemeld dat het hier niet letterlijk ging om een verontschuldiging, maar om een platform waar men zijn hart kon luchten, van gedachten kon wisselen met gelijk- en minder-gelijkgestemden, onder voorwaarde dat het netjes bleef.
Dat was makkelijk gezegd, de teller stond al op 30.000. Uit de vrijwilligers die zich meldden werd een groepje van twaalf beheerders gevormd, uit verschillende delen van Nederland, met uiteenlopende achtergronden en gewoonten. Zo is er één ‘de nachtbraker’ die de nachtelijke berichten in de gaten houdt.
Het is bijna een dagtaak, zeggen ze tijdens deze eerste lijfelijke ontmoeting, afgelopen vrijdagavond in grand café De Jaren in Amsterdam. De extreme uitingen, van ‘dood aan Wilders’ tot ‘hij is maar een misselijk ventje’, zijn makkelijk: die worden zonder pardon verwijderd. Ook verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog zijn uit den boze. Maar als iemand met een islamitische naam een lang en verder keurig betoog houdt, om te eindigen met de regel ‘het doel heiligt alle middelen’? Dan wordt meteen een chatvenster geopend onder de beheerders en snel een besluit genomen. In dit geval werd het bericht verwijderd.
„Het is een beweging geworden”, zeggen ze hier in De Jaren, „een hedendaagse variant op de vroegere sit-in.” Michiel houdt van The Beatles, omdat zijn moeder altijd vertelt dat het toen zo’n mooie tijd was, met dat gemeenschapsgevoel. „Dit is ook zo’n gemeenschap, al noemen we het een internetcommunity.”
Inderdaad zijn de tijden veranderd. Er zijn geen stencilmachines en er hoeven geen affiches door weer en wind te worden geplakt op muren en bomen. En de vergaderingen zijn niet in kelders, maar in de prettig verlichte bovenverdieping van een grand café. Maar hoe bepalen ze wat kan en wat niet, als er geen expliciete spelregels zijn? Ze gaan af op hun intuïtie en op common sense. Soms kan een betoog redelijk klinken, zijn er geen scheldwoorden, geen beledigingen, maar is de toon toch ongepast. Dat is een kwestie van aanvoelen.
Ik vraag of uitgesproken VVD’ers ook beheerder mogen worden van de site en meebeslissen over wat gepast is en wat niet. „Natuurlijk”, zegt één van de beheerders.
„Maar niet als die een coalitie met de PVV voorstaat”, zegt een ander.
„Nou, dat moet toch kunnen?” zegt de eerste weer.
Oei, dat wordt een lange chat-sessie.
Tegen de tijd dat ik het grand café verlaat zegt een beheerder, turend naar haar telefoon met internet: „Nog honderd en we passeren de honderdduizend.”
Er is gejuich. Er is optimisme. De cynicus in mij wint het makkelijk van optimisten, omdat ik meer bewijs heb, maar optimisten zijn echt veel aardiger.
