Dertig jaar CDA

Ruud Lubbers

Veel mensen verbazen zich als hun verteld wordt dat het CDA pas 30 jaar bestaat.

Het was inderdaad pas in 1980 dat het na moeitevolle en langdurige voorbereiding daadwerkelijk tot het CDA kwam.

Daar waren zeg 15 jaar voorbereiding aan vooraf gegaan.

Met name in de zestiger jaren van de vorige eeuw werd het duidelijk dat er dwingende redenen waren niet langer gescheiden door te gaan met KVP, ARP en CHU.

De afkalvende electorale aanhang, vooral bij de KVP, leek onmiskenbaar structureel.

Daar was 20 jaar eerder de “Doorbraak” aan vooraf gegaan.

De “Doorbraak” na en door de bevrijding ging om het “vernieuwde” Nederland, zoals de toenmalige Koningin Wilhelmina dat noemde en bepleitte.

En inderdaad, velen braken door naar met name de Partij van de Arbeid. De aantallen bleven echter beperkt.

Er kwam pas echt beweging in de zestiger jaren.

Terugkijkend wil ik twee herinneringen markeren.

Enerzijds kwamen er de Europarlementariërs en anderen uit KVP, ARP en CHU die zich beijverden om de Europese Gemeenschap gestalte te geven. Tijdens hun reizen naar Straatsburg-conferenties en vergaderingen begonnen zij zich verbonden te voelen.

Dat vond plaats in een sfeer van steeds grotere kerkelijke openheid en oecumene.

Mensen van mijn generatie zijn gevormd door de openheid van het tweede Vaticaans Concilie, dat ver buiten Rome ook in protestantse kring mensen in beweging zette - naar elkaar toe, over grenzen heen.

Anderzijds was er de Nacht van Schmelzer, die het denken over andere, nieuwere en progressieve vormen van christelijke, evangelische politiek in beweging zette. Binnen mijn partij, de KVP, waar enkele leden van de toenmalige KVP-Tweedekamerfractie zich afscheidden; maar ook binnen de ARP, waar na de verkiezingen van 1967 en de nieuwe keus voor centrum-rechts een groep jongere ARP-ers er toe bracht zich eerst “spijtstemmers” te noemen en vervolgens zich met gelijkgezinde KVP-ers en CHU-ers te organiseren tot Christenradicalen met een heus eigen Manifest.

Dat cumuleerde in een historische vergadering in Terminus in Utrecht, waar de Christen-radicalen met de kleinst mogelijke meerderheid besloten tot de oprichting van de PPR, de Politieke Partij Radicalen, terwijl de grootst mogelijke minderheid er de voorkeur aan gaf in eigen partij door te gaan; ikzelf dus in de KVP.

Het voornaamste motief om aan het CDA te gaan werken waren echter de slechte verkiezingsuitslagen, vooral voor de toenmalige KVP.

Dat alles kwam in een stroomversnelling in de zeventiger jaren van de vorige eeuw.

Het was Piet Steenkamp, Professor en Rode Piet, die het CDA bewerkstelligde.

Dries van Agt was toen premier; ikzelf fractievoorzitter. Dan spreken wij dus over 1980.

In de jaren daarvoor hadden de fractievoorzitters van de KVP, ARP en CHU het elkaar erg moeilijk gemaakt.

Uiteindelijk was er een actie van onderop, de actie “Wij horen bij elkaar” van Ans van der Werf van het Roode Koper in Leuvenum, nodig om het schip weer vlot te trekken.

Vervolgens kwam het tot het befaamde “Wij buigen niet naar links, wij buigen niet naar rechts” van Dries van Agt.

Het was ongetwijfeld Piet Steenkamp, de Godfather, die toen de hoofdrol speelde bij de totstandkoming van het CDA.

Het is goed vandaag stil te staan bij de enorme bevlogenheid die van het proces, de vorming van het CDA dus, uitging; oversloeg op de eerste plaats naar de leden en bestuurders van de drie partijen zelf, en naar de leden; ook naar de rechtstreekse leden, naar hen die zich niet geworteld wisten in de traditionele partijen, maar wel enorm aangesproken werden door de grondslag en de Christendemocratische idealen.

Het Christen-Democratisch Appèl vitaliseerde niet alleen de oude partijen; het gaf ook kracht aan de jong instromende generatie.

Wat waren en werden wij geïnspireerd.

Let op. Die eerste 10 jaar van het jonge CDA was nog de tijd van de Koude Oorlog en de vorming van de Europese Unie.

De Euro-sclerose waarmee wij de tachtiger jaren ingingen werd overwonnen; en evenzeer betekende de enorme inzet om een nucleaire wapenwedloop te voorkomen het einde van de Koude Oorlog.

Dat waren dynamische jaren.

En in 1989 kwam het ook nog eens tot het eerste integrale Natuur- en Milieubeleidsplan. Dat was toen nog met twee vooraanstaande liberalen; Ed Nijpels en Neelie Kroes. Dat was rentmeesterschap nieuwe stijl.

Bij de verkiezingen in 1989 haalde het CDA, net als in 1986, andermaal 54 zetels.

In 1994 zaten mijn 21 jaar in de landelijke politiek er op, waarvan zeven jaar op weg naar het CDA en veertien jaar met en voor het CDA.

Intussen had het CDA - zo bleek in 1994 - een te grote mond gekregen en was zelfgenoegzaam geworden.

Dat leidde toen tot Paars en jaren van bezinning, waarbij het Wetenschappelijk Instituut een cruciale rol ging spelen in de uitdaging aan te geven wat Christendemocratie in de moderne tijd kon en moest betekenen.

Hoe verder met onze samenleving, hoe verder met Europa, hoe verder in en met de wereld.

Zo hervond en ontplooide het CDA zich ideologisch onder de twee kabinetten Kok; en zo was Jan Peter Balkenende - zelf oud-medewerker van ons Wetenschappelijk Instituut - er klaar voor daarna Minister-president te worden.

Dat begon - ik roep het in herinnering - met Pim Fortuyn en het vermogen van Jan Peter hem respectvol tegemoet te treden.

Toen Pim Fortuyn vermoord werd dachten velen, ook ik, dat zijn gedachtegoed eenmalig was. Niet dus.

In zekere zin werd hij opgevolgd door Rita Verdonk, die overigens van een heel ander kaliber was; en toen zij het veld had moeten ruimen door Geert Wilders.

Het is nu de PVV die het electoraat mobiliseert tegen de vreemdeling, met name de Moslim-vreemdeling, en tegen de bestuurlijke elite.

Dat heeft het CDA met Minister-president en lijsttrekker Jan Peter Balkenende geweten : dubbel en dwars.

Na acht goede jaren (als Minister-president) ging het CDA, net als in 1994, “kopje onder”.

Hoe nu verder ?

Ik heb, zoals bekend, op ons congres enkele weken geleden tegengestemd.

Maar wij gaan samen door als Eenheid in Verscheidenheid.

Vanaf hier gaat het erom : enerzijds integer het kabinet (VVD-CDA met PVV-gedoogsteun) te steunen en slechts tegen te stemmen als maatregelen, voorgesteld om misbruik en misstanden uit te bannen, praktisch zouden betekenen dat mensen ongelijkwaardig behandeld gaan worden.

Anderzijds als CDA met een nieuwe partijvoorzitter en een nieuw Wetenschappelijk Instituut investeren en onze plaats weer innemen als een brede volkspartij. Niet met vluchtig populisme, maar met een overtuigende eigen visie door Christendemocratische beginselen toe te passen op de eigentijdse uitdagingen.

Dus én betrouwbare partners van het huidige kabinet én voluit bouwen aan die brede volkspartij die wij willen zijn; met een vrijmoedige partijvoorzitter en vrijmoedige rapporten van ons Wetenschappelijk Instituut.

Én, én; dat kan, dat moet.

Die overtuigende visie op eigentijdse uitdagingen zal vooral gaan om diversiteit - de kracht kleurrijk te zijn - én om duurzaamheid; rentmeesterschap nieuwe stijl.

Kleurrijk en duurzaam passen weer uitstekend in een sociaal-economische hervormings-agenda van een vergrijzend participerend Nederland.

Eerst een woord over de vraag : Hoe Christendemocraten, hoe het CDA zich verhoudt tot de Islam.

Mijn eerste advies is Moslims als potentiële bondgenoten te zien; net als andere mensen die zich religieus of spiritueel willen laten inspireren.

Natuurlijk, ons CDA kent en waardeert al jarenlange leden die zich Moslim én democraat weten. Echter, die openheid is te weinig doordacht en doorleefd.

Daarom die vraag hoe wij, hoe het CDA zich tot de Islam wil verhouden.

De Islam is hoe dan ook een wereldgodsdienst. Iedere godsdienst heeft in zich het risico zich boven de democratie te stellen; dat geldt ook voor de Islam.

Maar zelf katholiek en opgegroeid met het vermoeden en de verdenking bij mijn mede-burgers dat Rome, de Paus, de hoogste baas voor iedere katholiek is, weet ik uit de totstandkoming van het CDA hoe moeilijk het is voor andersdenkenden die obsessie - het ultieme gezag voor Rooms-katholieken is de Paus - voorbij te komen; en ik weet ook dat de SGP doorgaat democratisch te worstelen met de vraag hoe democratie zich tot het woord Gods verhoudt.

Het zou dus bizar zijn de mogelijkheid uit te sluiten dat Moslims zich kunnen ontwikkelen tot politieke bondgenoten.

Sterker, die dialoog aan te gaan kan onze eigen inspiratie vitaliseren, zoals dat eerder gebeurde tussen KVP, ARP en CHU en al diegenen die het verlangen ontwikkelden rechtstreeks lid te worden van ons Christen-Democratisch Appèl en zich zeker niet meer thuis gevoeld zouden hebben bij één van de traditionele partijen. Het ging die rechtstreekse leden om het Democratisch Appèl en het doorgaand belang van een grondslag die in zijn kern betekent dat “mensen de woorden in Gods Verhaal zijn”.

Mensen zijn de woorden in Gods Verhaal is evenzo een literaire vertaling van wat de Koran Moslims aanreikt.

Wereldwijd, maar ook in Nederland.

Tot zover de opdracht van het CDA hoe zich tot de Islam te verhouden.

De kern is dat het CDA leeft en werkt vanuit de gedachte dat je om een goede democratische burger te zijn je je geloof niet terzijde hoeft te leggen. Integendeel; en dat geldt evenzeer voor de Islam en Moslims.

De vraag is dan hoe daar vorm aan te geven. Ieder van ons en samen.

Het is hoog tijd dat te gaan doen.

Daarmee is in ons land een wereld te winnen; en dat in een wereld waarin iedere nieuwe nederzetting in het Middenoosten bijdroeg aan de haatgevoelens van een hele generatie jonge Moslims.

Het ligt niet voor de hand eerst in Nederland een Moslim-Democratisch Appèl te bepleiten; maar er is wel alle redenen te bevorderen dat er een dialoog komt met die Moslims die vorm willen geven aan hun eigen noodzaak tot Democratisch Appèl te komen en daarbij hun Moslim-zijn niet verloochenen; precies zoals Christendemocraten dat doen.

Tenslotte, als Christendemocraat veroorloof ik mij er op te wijzen dat de weerzin tegen politieke samenwerking met Katholieken nu nog maar één generatie geleden bij mijn protestante vrienden even groot was als de nu onder CDA-ers constante moeite met ons wezensvreemde Molsims en hun Koran; en intussen groeide Wilders in zijn pleidooi voor een kleurarm Nederland, zonder Moslims, zonder Koran, door.

Mijn tweede advies is met Moslims een dialoog te beginnen hoe participatie in de Nederlandse samenleving bevorderd kan worden.

Hoe worden Moslims en Moslima’s belangrijk voor de Nederlandse samenleving; en hoe gaan zij de Nederlandse samenleving belangrijk vinden.

De derde uitdaging is hoe gemeenschappelijk een weg te vinden inzake de human dignity, de waardigheid van de vrouw. Vrouwen voor Vrouwen; of preciezer gezegd vrouwen die zich Christendemocraat weten in gesprek en actie met Moslima’s die zich democraat weten.

Mij ontbreekt de tijd hier en nu in te gaan op al die dimensies in de Moslimtraditie die de waardigheid, de human dignity, van de vrouw betreffen.

Daarvoor moet een gesprek van de Christendemocratie met de Nederlandse Moslims worden aangegaan. Maar dat gesprek zal vruchtbaarder zijn als het een gesprek van Vrouwen voor Vrouwen wordt.

Dan de jongeren. Hoe te bereiken dat zij kansen zien in de Nederlandse samenleving. Maar dan moeten lanterfantende jongeren, zeker als zij overlast gaan veroorzaken, niet getolereerd worden. Dat betekent streng optreden van de politie gesteund door moeders die het niet pikken uitgescholden te worden.

En daar waar de jongeren structureel de fout ingaan verdient een aanpak als “Een nieuwe kans” in Rotterdam - een 24-uurs aanpak dus - serieuze overweging.

Tot zover de mogelijkheid het Christendemocratisch appèl als de volkspartij voor diversiteit, participatie en respect weer te laten herleven. Denk nog maar eens aan Jan Peter’s “Fatsoen moet je doen !”

Intussen vind ik het tragisch vast te moeten stellen dat Jan Peter Balkenende er juist goed in geslaagd was ons land succesvol door de wereldwijde financiële crisis te loodsen, maar dat hij daar in de verkiezingen absoluut niet voor beloond is.

Sterker, ons verkiezingsprogram werd vooral gekenmerkt door verdere modernisering van onze economie. Wij zouden van 65 naar 67 jaar gaan, de WW zou van 3 jaar tot 1 jaar worden bekort en het ontslagrecht gemoderniseerd.

Echter, niets van dat alles !

De verkiezingen werden verloren en het VVD-CDA kabinet met PVV-gedoogsteun nam niet alleen afscheid van Jan Peter Balkenende, maar ook van deze modernisering van onze economie. Dat is spijtig en ernstig.

Zo is er geen sprake van hervorming van de economie en dreigt er bij de pensioenfondsen een verlammende negatieve spiraal.

De gepensioneerde zal door het getreuzel bij het gaan van 65 naar 67 jaar de rekening betalen in kortingen op zijn pensioen.

Dit wordt nog eens vergroot door bij de voor de pensioenfondsen vereiste dekkingsgraad te moeten rekenen met een te lage rekenrente in plaats van een overheid die het daarheen leidt dat de financiering van de Staatsschuld bij voorrang gebeurt door pensioenfondsen waarbij 4% rendement over dat deel van de pensioenreserve verzekerd wordt.

Is Nederland dat na alles wat gebeurd is niet verplicht aan zijn ouderen en zal niet snel blijken dat dit de Staat vrijwel geen extra geld kost ?

Intussen maakt het kabinet “van de ferme wil” overigens wel een te waarderen dynamische start met een bevlogen Minister-president Mark Rutte.

Het goede nieuws is ook dat “Innovatie” nu nadrukkelijk genoemd wordt. Wij hebben immers een Minister voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, onze Christendemocraat en Vicepremier Maxime Verhagen.

Innovatie is vandaag de dag goeddeels gerelateerd aan de CO2-arme economie van morgen.

Recentelijk noemde ik bij de Kees Lunshoflezing naast diversiteit en participatie ook duurzaamheid.

Inderdaad, ik ben er van overtuigd dat de Nederlanders, en zeker zij die zich Christendemocraat noemen, voor duurzaamheid willen gaan; voor een land dat zorgt voor een goed milieu, voor leven in harmonie met de natuur, voor een CO2-arme economie; kortom voor een land en een wereld met economieën waarmee ook generaties na ons uit de voeten kunnen.

Als Rotterdammer weet ik dat zulk een inspanning niet in mindering komt op een gezonde economische ontwikkeling. Integendeel.

Omdat wij daar in Rotterdam voor gingen, draait de haven en de economie daar goed.

En er zijn verdere mogelijkheden. Rotterdam zal een grote Bio-massa haven worden en de Nederlandse economie zal in brandstoffen voor transport, in co-firing bij het opwekken van elektriciteit, maar vooral bij de modernisering van onze chemische industrie zodat die meer en meer bio-based wordt, in de wereld voorop lopen.

Dat is allemaal mogelijk, of je het nu links-groen of rechts-groen noemt.

Hier ligt toekomst. Hier liggen mogelijkheden voor inspiratie en voor appèl.

Maar, de Christendemocratie heeft het tot nu toe wel goeddeels laten liggen.

Het CDA van morgen zal Kleurrijk en Duurzaam moeten zijn.

Alleen dan zal het weer inspirerend en appellerend zijn; en alleen dan weer een brede volkspartij.

Duurzaamheid is niet alleen een nieuw woord voor rentmeesterschap, het is ook volop innovatie.

Als het CDA vooral zijn wortels heeft buiten de grote steden is dat met het oog op de broodnodige innovatie geen nadeel. Het is juist een voordeel; ook omdat onze landbouw sterk innovatief is; denk maar eens aan de duurzame kassen en de onmiskenbare gang naar een bio-based economie.

Vrienden, CDA-ers, Partijgenoten, nadat ik 21 jaar vooraanstaand in het CDA was, waarvan 12 jaar Minister-president, heb ik het voorrecht gehad over de grenzen van de politiek te gaan. Zo werd ik Handvest van de Aarde man.

Nadat het in de jaren tachtig van de vorige eeuw tot een einde van de Koude Oorlog was gekomen gaat het nu om een multipolaire wereld waarin volkeren zich met elkaar en met de natuur verbonden weten, moeten weten, in een gemeenschappelijke lotsbestemming; solidair met de generaties na ons; levend in en met diversiteit van culturen en godsdiensten; en waarin tenslotte allerlei vormen van spiritualiteit relevant zijn gebleken in een overigens wel seculiere samenleving.

Precies deze waarnemingen hebben geleid tot het Handvest van de Aarde.

Dat zou geen buitenissigheid moeten zijn, maar de kern van een toekomstgericht CDA, van een volkspartij die compassie de kern weet van zijn appèl en rol in de samenleving.

Wat is een moderne samenleving, of beter gezegd wat zou die moeten zijn ?

Ik kan het niet beter zeggen dan als volgt : Wij, de burgers van Nederland, zijn verantwoordelijk voor onze rijk geschakeerde samen-leving, die gebaseerd is op de beginselen van vrijheid, gelijkheid, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en duurzaamheid. Ons land is een open, democratische en pluriforme rechtstaat, en maakt deel uit van een sterk en bezield Europa.

Te midden van een schitterende verscheidenheid van culturen en levensvormen maken wij deel uit van één wereldwijde gemeenschap van volkeren en weten wij ons lotsverbonden met al wat op de Aarde leeft.

In zulk een samenleving van de 21ste eeuw blijkt steeds meer dat bestuur - het bewerkstelligen van veranderingen - alleen doeltreffend is als de regering, burgers, civil society en bedrijfsleven samenwerken.

Deze grondslag voor onze samenleving krijgt een bijzondere kleuring als wij haar toepassen op het CDA.

Wij weten immers dat “mensen de woorden in Gods verhaal zijn”. Precies dat wijst ons de weg naar respect, compassie, participatie en dialoog met andersdenkenden; in het bijzonder met hen die weigeren die ene God af te schaffen of te negeren.

Als wij ons dan lotsverbonden weten met al wat op aarde leeft en met generaties na ons dan zullen wij innovatie en duurzaamheid als meer dan een technische opdracht zien.

Dan zullen diversiteit, participatie - dat is de kern van sociaal zijn - en duurzaamheid onze mission statement, ons appèl zijn.

En zo kan het komen tot een toekomstgerichte invulling van gespreide verantwoordelijkheid, solidariteit, gerechtigheid en rentmeesterschap.

Inderdaad, tot een vernieuwd Christen-Democratisch Appèl, dat uitnodigt tot harmonie en “de vreugdevolle viering van het leven”.

Zoals nu 30 jaar geleden het CDA tot stand kwam - mensen in beweging zette naar elkaar toe over grenzen heen, zo gaat het nu weer om positieve bevlogenheid.

Het vernieuwd Christen-Democratisch Appèl zal Kleurrijk, Duurzaam, Sociaal zijn.

Gepubliceerd in:
Opinie