De zorgelijke zestigste verjaardag van de VVD
De VVD doet wel eens wat verongelijkt, alsof ze permanent en eenzaam tegen de klippen op moet varen. Maar eigenlijk mag de partij niet klagen. Sinds de VVD op 24 januari 1948 werd opgericht, heeft ze ruim veertig jaar meegeregeerd. Slechts 18 jaar zat ze in de oppositie. Met uitzondering van de laatste twee kabinetten-Drees (1952-1958) duurde dat bovendien nooit langer dan één periode. Toen in de jaren zestig de verzorgingsstaat werd opgetuigd, was de VVD er bijna zonder onderbreking bij.
Vandaag viert de VVD die succesvolle zestigjarige geschiedenis met een feest in Amsterdam. Maar vooruitkijkend is er minder reden voor vreugde. Na zestig jaar lijkt de VVD niet meer blind te weten waarom ze bestaat. Ze weet zich daarmee geen raad. Partijleider Rutte spreekt te vaak op schelle toon. Voorgangers als Oud, Wiegel en Bolkestein, die ook leiding gaven in de oppositie, waakten daar wel voor. Rutte’s gretigheid deze week om te debatteren over de kredietcrisis getuigde niet van bezonken staatsmanschap.
De VVD is in 1948 opgericht om alle liberalen, van conservatief en economisch tot vrijzinnig en cultureel georiënteerd, onder één dak te brengen. De komst van D66 leidde weliswaar weer tot het aloude schisma tussen conservatieven en progressieven, en intussen heeft GroenLinks ook liberale trekjes, maar daarvan had de VVD geen last. Integendeel. Na 1966 werd ze juist een volkspartij die zich richtte op de ondernemende én arbeidende burger. Dankzij de VVD is het liberalisme in Nederland nooit een zaak geworden van patriciaat of haute finance. Daarin was zij zestig jaar lang uniek. Bijna nergens heeft het liberalisme zo’n bestendige electorale basis verworven als in Nederland. Als er al liberale partijen bestaan, zoals in Engeland en Duitsland, dan zijn die gedoemd tot een bijrol of wippositie. In België is het succes van recente datum.
De VVD heeft die uitzonderlijke machtspositie bovendien niet verworven en behouden door opportunisme. Hoewel ze zich nooit onledig heeft gehouden met ideologisch gepalaver en maakbaarheidsillusies, heeft de VVD altijd een paar pijlers in ere gehouden. Te weten: juridische striktheid, sociaal-economische terughoudendheid en een zeker cultureel conservatisme. Afhankelijk van tijdgeest en omstandigheden helde de VVD wat meer over naar de behoudende dan wel de vrijzinnige kant. Maar altijd stond het rechtstatelijk denken fier overeind. Individuele vrijheid kan immers alleen gedijen in de context van wettelijke gelijkheid. De Staat moet dus de voorwaarden scheppen voor een optimale scheppende kracht van de burger, maar is voor het overige terughoudend.
Door de scheuringen in de VVD van afgelopen drie jaar staat deze consensus onder druk. De PVV van Wilders heeft openlijk en onbekommerd lak aan de constitutionele gelijkheid in gelijke omstandigheden, het eerste Grondwetsartikel dat Nederland mede aan de liberalen te danken heeft. De beweging TON van Verdonk vertoont met haar leiderschapscultus anti-politieke trekjes waarvoor juist liberalen in het verleden altijd kwetsbaar zijn geweest.
In de VVD duikt als reactie een soort maakbaarheidsliberalisme op dat niet meer spoort met de uitgangspunten van de partij. Zo heeft het wetenschappelijk bureau vorig jaar de vloer aangeveegd met de beginselen die nog in 2005 in het liberale manifest Om de vrijheid waren herijkt. De integratienotitie van parlementariër Kamp illustreerde afgelopen najaar een vergelijkbare wankelmoedigheid, met de zinsnede dat de VVD de Grondwet niet meer als „vaststaand feit” ziet omdat „wijzigingen immers mogelijk” zijn. En bestuurlijk is de partij intern ook al in het ongerede.
Met CDA en PvdA is de VVD een van de constituerende partijen in de Nederlandse democratie. Maar de liberalen moeten beseffen dat de partij, nu die van buiten wordt aangevreten, zich beter niet van binnenuit kan uithollen. In die zin is er geen reden voor feest en had de VVD er beter aan gedaan het zich moeilijker te maken. De VVD staat op een tweesprong. Óf de partij blijft zwalken óf ze probeert de bronnen van 1948 intelligent te herwaarderen.
