ARCHIEF

Archief Film & Video
Rock'n Roll Junkie
Regie: Eugène van den Bosch, Jan Eilander, Ton van der Lee en Frenk van der Sterre


Met: Herman Brood

Zanger overwint met speed weerzin tegen gezelligheid; Ach ja, dat is Herman Brood

HESTER CARVALHO
De makers van de documentaire Rock 'n Roll Junkie vinden muzikant/schilder Herman Brood een groot kunstenaar. Ze noemen hem 'van net zo'n belang voor de Nederlandse cultuur als de Vijftigers of Karel Appel'. De vier makers zijn bovendien sinds hun tienerjaren liefhebber van de muziek van Herman Brood. Daarom werd het tijd voor een biografie (met ook de naam Rock 'n Roll Junkie) door Jan Eilander en een gefìlmd portret van de man die zich de enige 'echte' rock 'n' roll-ster van Nederland mag noemen.

Herman Brood combineert namelijk de twee voor een 'rock 'n' roll-ster' noodzakelijke kwaliteiten: hij spéélt rock 'n' roll en hij lééft rock 'n' roll; Brood tart zijn gestel met drank en drugs, zwerft, steelt en houdt zich nooit aan afspraken. Rock 'n Roll Junkie laat deze aspecten zien aan de hand van vier hoofdthema's: Brood als muzikant, als kunstschilder, Brood privé, en Brood door de ogen van sleutelfiguren uit zijn omgeving.

Jan Eilander (redactie/interviews), Frenk van der Sterre (geluid), Ton van der Lee (produktie) en Eugène van den Bosch (camera) filmden in drie jaar tijd dertig uur materiaal dat door Menno Boerema werd teruggebracht tot een film van negentig minuten. De geselecteerde opnamen zijn uiteenlopend in kwaliteit, maar dat stoort niet. Er is archiefmateriaal en er zijn kwalitatief goede concertregistraties, er zijn de strak gekaderde interviews en de bewegende, van de schouder gefilmde beelden van een over straat schuimende Brood.

De afwisseling van stijl heeft een mooi ritme, en de afwisseling in onderwerpen is onderhoudend. Brood staat op een brug in de Jordaan een smartlap te zingen met vrouwen uit de buurt, vergelijkt wonden met een oude zwerver of zit thuis aan zijn met verf besmeurde piano. Tussendoor vertelt moeder Brood hoe hij vroeger in trance raakte van de Peer Gynt-suite, en noemt Nina Hagen hem haar 'eternal love'.

Van zijn verschillende identiteiten wordt die van Brood als egomanische loner het meest benadrukt. Brood vertelt interviewer Jan Eilander niet veel over zijn drijfveren bij het muziekmaken, of wat het schilderen voor hem betekent. Des te meer komt zijn speedgebruik aan de orde en zijn hekel aan gewone mensen-dingen als in de rij staan bij Albert Heijn, de belastingman ontvangen, of zelfs maar de telefoon opnemen.

Over zijn speedverslaving (twee gram per dag) praat Brood inzichtelijk en zonder mystificatie. Hij vertelt hoe het hem helpt zijn weerzin tegen 'gezelligheid' te overwinnen. Dat hij zich na een dosis speed beter kan handhaven in gezelschap en ook zelf meedoet met het 'slappe gelul'. Protesten van zijn lichaam worden gepareerd met melk drinken en een paar uur niet spuiten. ,,Het lijkt allemaal heel sprookjesachtig maar het is eigenlijk heel simpel,'' zegt hij.

Manager Koos van Dijk is er ook praktisch over; hij koopt de speed per voorraad in, zodat Brood zelf 'niet te veel tijd kwijt is met scoren'. Vriendinnen zijn minder laconiek. Ex-vrouw Xandra vertelt dat drugs hem 'kil' maakt, anderen blijken bij het ultimatum 'het spul eruit of ik eruit' aan het kortste eind te hebben getrokken.

Of hij in de loop der jaren niet erg veel vrouwenharten heeft gebroken, vraagt ergens Jan Eilander. Ja, hoewel hij altijd verkondigd 'niemand pijn te willen doen', komt het daar wel op neer. Maar Brood kan zich natuurlijk 'niet permitteren een schuldgevoel met zich mee te slepen'. Net zo goed als hij het niet kan opbrengen zijn dochtertje Lola naar school te brengen: dan valt hij onderweg van de fiets, of brengt haar naar de kermis. Of zoals hij zijn bandleden niet persoonlijk kan vertellen dat ze ontslagen zijn, en dat maar aan zijn manager overlaat.

Herman Brood is als mens niet sympathiek. Hij is misschien een charmante gek, hij heeft creatieve kwaliteiten, en houdt ongetwijfeld veel van zijn dochtertje. En toch wordt het krediet dat Brood in zijn omgeving geniet bij het zien van Rock 'n Roll Junkie niet navoelbaar. Brood laat zich op geen andere manier kennen dan als een ongeneerde egoïst. Niemand die aan de film heeft meegewerkt zal dat ontkennen. Maar men blijft vergoelijken: ,,Ach ja, dat is Herman.'' Die tweespalt laat bij de kijker een ambivalent gevoel achter; zo'n dierbaar portret van iemand die dat zo weinig verdient.




NRC Webpagina's (c) NRC Handelsblad (12 juni 1995 / web@nrc.nl)

Voorpagina Film archief