NIEUWS
[ TV | Opinie | Agenda | Zpeil | Supplement | Archief | Service | Treffers | Adverteerders ]
zaterdag 25 november 1995
LUX et LIBERTAS

Geen weg terug


AAN DE VOORAVOND van de twintigste verjaardag van de Surinaamse onafhankelijkheid, die vandaag wordt herdacht, sprak een meerderheid van de Surinamers zich in een opiniepeiling uit voor een hechtere band met Nederland. Een op de drie respondenten was zelfs voorstander van een complete terugkeer van het land in het Koninkrijk der Nederlanden. Dit sentiment is ook in het voormalige moederland niet onbekend, getuige de hardnekkige bespiegelingen over een Gemenebest.

Aan deze kant van de oceaan komen dergelijke geluiden vooral uit politieke hoek, meer in het bijzonder VVD-leider Bolkestein. Het is zeer de vraag of de Nederlandse ,,man in the straat'' dit gevoelen deelt.

In Suriname ligt het precies omgekeerd. Terwijl het volk droomt over een Gemenebest maakt de politieke klasse zich daar juist zorgen over een verborgen agenda van Nederland: een ,,overname of overheersing'', zoals president Venetiaan het heeft genoemd.

De actuele verhoudingen worden, kortom, gekenmerkt door onbestemdheid. En die gaat terug tot de soevereiniteitsoverdracht. Suriname heeft deze in 1975 min of meer toegeschoven gekregen in plaats van hem zelf te veroveren. Er hoefde zelfs geen referendum over te worden gehouden.

Suriname was toen onderling verdeeld. Het was Nederland dat er van af wilde. Zij het dat ook hier de motieven uiteen liepen van principieel anti-kolonialisme tot een pragmatische zorg over de toestroom van migranten.

De onafhankelijkheid is voor dat laatste in elk geval niet echt een oplossing gebleken. Ruim eenderde van de Surinamers woont nu in Nederland. Zij vormen de grootste minderheid in ons land en - ook los van hun bijdrage aan het Nederlandse voetbal, dat beeld dat inmiddels een cliché is geworden - zeker niet de minst succesvolle minderheidsgroep.

Er is voor deze Surinaamse migranten mede daarom niet werkelijk een weg terug, ook al blijft de band met Switi Sranang sterk.

Omgekeerd steekt in de Nederlandse politiek telkens weer de neiging de kop op om Suriname, zoals het is genoemd, onder een ,,politiek vergrootglas'' te leggen. Intussen koestert de politieke elite in Suriname zelf de onzekerheid over de Nederlandse bedoelingen graag als een alibi om onaangename keuzes voor zich uit te schuiven. ,,Consumentisme'' heeft nu eenmaal een sterke traditie in de twintigjarige republiek.

OOK ANDERSZINS IS ER geen weg meer terug. De sterkste redenen daarvoor liggen in Suriname zelf. Het ,,machtsvraagstuk'' - de rol van het leger na de militaire dicatuur - is opgelost. Dat is geen geringe prestatie van een politiek systeem dat kort na zijn herstel door een simpele ,,telefooncoup'' uit het lood kon worden geslagen. In macro-economisch opzicht is een lang-verbeide sanering nu op gang gebracht. De etnische spanningen, die zo kenmerkend zijn voor Suriname, worden tegenwoordig ook redelijk in bedwang gehouden.

Natuurlijk is er een keerzijde. Het nieuwe staatsbestel berust nog steeds op de ,,oude (etnische) politiek''. Dat blijft een wankel evenwicht. Suriname heeft de periode van militaire dictatuur achter zich gelaten, maar het is niet echt duidelijk wie de overwinnaars zijn. De endogene ,,cultuur van het zwijgen'' (of althans de halve waarheid) blokkeert ook een afrekening met zowel de decembermoorden als de niet te onderdrukken aanwijzingen over een Surinaamse drugsconnectie, beiden met de voormalige bevelhebber Bouterse als centrale figuur.

President Venetiaan heeft bij herhaling laten weten dat hij de confrontatie niet zoekt. Maar dat biedt geen blijvende oplossing voor zijn land, al was het alleen maar omdat Bouterse zich nu aandient als politiek alternatief in de komende verkiezingen. Is Suriname vergeten hoe het onder zijn militair dwangbewind verloederde of telt alleen het snel rijk worden zonder lastige vragen?

WAT BETEKENT dit nu voor Nederland? De afgelopen twintig jaar hebben geleerd dat Nederland een functie houdt als noodrem. Al was het alleen omdat andere mogendheden ons in deze rol dwingen.

Maar de toekomst van Suriname ligt in de regio en niet in Den Haag. Dat vraagt om afstand en niet om een Gemenebest. Suriname heeft zojuist eindelijk de stap gemaakt naar het lidmaatschap van Caricom, de economische gemeenschap van het Caraïbisch gebied. Maar de voortgezette hulp die Nederland in het Raamverdrag van 1992 heeft beloofd wanneer het ontdooide stuwmeer is uitgeput, zou, als de geschiedenis niet bedriegt, wel eens een grotere aantrekkingskracht kunnen hebben.

Die kant moeten we niet op nu Suriname eindelijk een paar redenen heeft twintig jaar onafhankelijkheid te vieren.

Alleen dit hoofdredactionele commentaar verwoordt de mening van de krant


NRC Webpagina's (c) NRC Handelsblad (1 JULI 1995 / web@nrc.nl)

Voorpagina Opinie Nieuws