In Tegenspraak kunnen lezers deelnemen aan actuele
discussies.
De redactie selecteert en behoudt zich het recht voor
bijdragen te
redigeren.
terug naar actuele discussie
Is Nederland een narco-staat?
(Uit uw brieven blijkt dat de discussie over dit onderwerp nog lang niet voltooid is)
De Franse kritiek op het Nederlandse drugsbeleid is opnieuw verscherpt. In een deze week verschenen rapport van de Franse senator Paul Masson wordt Nederland aangeduid als een "narco-staat". Volgens Masson kan Europa zich niet ,,de luxe veroorloven van een narco-staat op zijn grondgebied''. Een andere Franse senator heeft opgeroepen tot een boycot van Nederlandse produkten als kaas en tulpen. Grenscontroles moeten - in weerwil van het verdrag van Schengen - worden verscherpt.
In Den Haag is verontwaardigd gereageerd op de nieuwe kritiek. Minister van Mierlo (buitenlandse zaken) vindt dat Frankrijk de kwalificatie "drugsstaat" moet terugnemen. De Tweede Kamer sprak deze week haar steun uit aan het gedoogbeleid.Twee vragen:
Volgens Marc Chavannes heeft het rapport-Masson het niveau van een scriptie van een opgewonden eerstejaars-student. Frankrijk is volgens hem geïrriteerd doordat de medisch-sociale benadering van het drugsprobleem in Nederland in veel opzichten beter werkt dan de Bromsnor-aanpak. Warna Oosterbaan suggereert dat de Fransen, als ze dan Nederlandse produkten willen weren, beter onze nederwiet kunnen boycotten dan onze kaas.
- Is Nederland een "narco-staat"?
- Hoe moeten we reageren op de Franse kritiek?
Bastiaan Bommeljé vindt dat Nederland zich, soms in walmen van eigenwaan, te veel op de borst klopt over het "succesvolle" drugsbeleid. Het is moeilijk uit te maken of de balans van 25 jaar gedogen wel zo positief is, oordeelt hij.
Het Frans-Nederlandse misverstand heeft inmiddels wel venijnige vormen aangenomen, concludeert Marc Chavannes.
Uit een recent rapport blijkt overigens dat Fransen de grootste gebruikers ter wereld zijn van legale pillen met een psychische werking.Wat vindt u?
Reacties naar drugs@nrc.nl
Reacties
Niek Holtzappel wijst erop dat al in de achttiende eeuw eeuw een groot verschil bestond tussen de Franse en Nederlandse bestuurscultuur. Dirk-Willem Poot vindt dat, als Nederland een "narco-staat" is, Frankrijk het etiket "terro-staat" verdient.
Volgens Matthijs T. Huijgen stelt Frankrijk zich mede zo fel op omdat het onder druk staat van de Amerikaanse War on Drugs. Eric Johnson uit Reno (die twee jaar in Nederland heeft gewoond) roept Den Haag op tot een krachtig verweer tegen de verbale agressie van de `cry-baby French'.
Ook Jeroen B. van Dam kan zich in Canada niet indenken dat Nederland een narco-staat is geworden: in Canada neemt het drugsprobleem zonder gedoogbeleid alleen maar toe. Gerard Giebels kan zich de Franse kwalificatie w`el voorstellen: kijk maar naar de enorme hoeveelheden narcotica die de politie de afgelopen jaren heeft doorgesluisd. Ook Harry Mock vindt dat Nederland zichzelf teveel feliciteert: het veelgeprezen onderscheid tussen soft en hard drugs is volgens hem een "studeerkamer-onderscheid".
H.F.R. Schoeyer vindt dat we de Franse woede maar het beste kunnen negeren: ze luisteren daar nu toch niet. Hans Vles merkt op dat Nederlanders drugs nu nodig hebben om hun ergernis over Frankrijk te onderdrukken. Paul Bakers maakt bezwaar tegen de cijfers in het stuk van Bastiaan Bommeljé.
Dick Kniep vindt dat de keus om jezelf schade toe te brengen met drugs in een vrije samenleving bij het individu moet liggen. Paul Ecker vraagt zich af of het niet mogelijk is soft drugs nooit aan buitenlanders te verkopen - dan zijn we meteen van het gezeur af. Ook Marc A. Veuger vindt dat soft drugs alleen moeten worden verkocht aan klanten met een Nederlands paspoort. En waarom begint de overheid geen staatsboerderijen voor de hennepteelt?
Roel Jonkman zag in Kansas (VS) een documentaire over het Nederlandse drugsbeleid en viel van de ene verbazing in de andere: alle sprekers werden afgeschilderd als criminelen.
Henny Helmich raadt Nederland aan vooral kalm te blijven. Niet verontwaardigd zuchten, maar het drugsbeleid professioneel promoten.
Ruud Kwakkenbos vindt dat Nederland de Franse kritiek moet zien als een uitnodiging om het drugsprobleem internationaal aan te pakken. Bert Vester vindt de Franse kritiek hypocriet: veel soft drugs worden via Frankrijk geïmporteerd.
Volgens Flip Hoedemaeker uit Canada zou het buitenland het Nederlandse drugsbeleid graag overnemen - maar durven ze gewoon niet. Bregtje Hartendorf volgt de Frans-Nederlandse ruzie met stijgende verbazing in haar woonplaats New York. Kunnen beide landen niet ophouden elkaar te verketteren en de problemen echt aanpakken? Volgens Jan-Willem Bomhof heeft de huidige situatie, ondanks alle Franse klachten, ook veel voordelen voor het land: die drugstoeristen vertrekken toch naar Nederland?
Mark Tuinstra verklaart de "bezetenheid" van Chirac uit diens persoonlijke ervaring met drugsverslaving. Nederland narco-staat - goed idee, vindt Peter Knijnenburg. Daar kunnen we nog wat mee verdienen, en die internationale drugsverdragen kunnen we best eenzijdig opzeggen.
Jeroen Schaap waarschuwt dat Nederland zich niet gek moet laten maken door de internationale kritiek. We kunnen het drugsbeleid beter stapje voor stapje verbeteren, vindt hij - te beginnen met gecontroleerde productie. Verder isJeroen Schaap het oneens met Harry Mock: de misstanden waar hij op wijst staan los van het onderscheid tussen soft en hard drugs. Nederland is misschien een narcostaat, vindt Ellie Cijvat, maar dat komt dan door de wet van vraag en aanbod. Met de Franse politici valt daar kennelijk niet redelijk over te praten.
Henk Heijnis vindt het ironisch dat Nederland binnen Europa zoveel kritiek krijgt; in Australi"e geldt ons drugsbeleid juist als een goed voorbeeld. Verschillende staten bereiden wetgeving voor om het bezit van soft drugs uit de criminele sfeer te halen. Pepijn M. Helgers vindt dat Nederland de "staatgreep" van conservatieve krachten op drugsgebied moet weerstaan.
Volgens Jeroen Bonenkamp kan Nederland Frankrijk het beste wat tegemoet komen met scherpere grenscontroles, om de kritiek op de rest van ons drugsbeleid te ontkrachten.
Annemiek Kootstra is het niet eens metde Franse kritiek, maar vindt de Nederlandse aanpassing van de drugsnota buitengewoon slap. Chirac toont tenminste ruggegraat. Het tumult over het drugsbeleid zal wel weer overwaaien, meent J. Zwiauer, net als de commotie over de Franse atoomproeven.