TEGENSPRAAK-BRIEFterug naar actuele discussie
Hier kunt u deelnemen aan actuele discussies. De redactie selecteert en behoudt zich het recht voor bijdragen te redigeren.
naar DOSSIER SURINAMESURINAME: AANHALEN OF LOSLATEN?
In Suriname zijn op 23 mei algemene verkiezingen gehouden voor het parlement en de regionale bestuursraden. Ze werden gezien als de spannendste verkiezingen sinds de onafhankelijkheid van het land in 1975. Het regerende Nieuw Front in Suriname verloor bij de verkiezingen de absolute meerderheid in het parlement. De Nationale Democratische Partij (NDP) van voorzitter Desi Bouterse won enkele zetels, maar onvoldoende om een politieke machtsfactor te worden.Vóór de verkiezingen werd rekening gehouden met een monsterzege van de NDP, die inspeelt op onvrede onder de bevolking. Desi Bouterse werd al genoemd als nieuwe president. Bouterse, belast met de erfenis van de staatsgreep van 1980, de decembermoorden van 1982 en verdacht van internationale drugshandel, ziet die droom nu hoogstwaarschijnlijk in rook opgaan.
Twee vragen:
- Zal Bouterse zijn nederlaag accepteren?
- Hoe kan Nederland Suriname helpen?
Wat vindt u? Reacties naar suriname@opinie.nrc.nl
Reacties
W. van der Kamp betoogt dat Bouterse, ondanks zijn verleden, voor vol moet worden aangezien.
Iwan Brave vindt dat Nederland weinig keus heeft als Bouterse eerlijk wordt gekozen. Den Haag moet zijn beleid wel zeer kritisch volgen. Volgens Lucien Falkenburg kan Nederland Suriname beter loslaten. Dan kan het land het eens alleen proberen. Dat vindt ook Kaspar Smoolenaars: Nederland heeft Suriname niet nodig. S. Sietaram vindt de gedachte aan Bouterse als gesprekspartner voor Den Haag ethisch moeilijk te verkroppen. Hij vreest dat zakelijke argumenten toch de boventoon zullen krijgen boven ethische.
Herman Groot Beumer wijst erop dat Bouterse de "gewone man" aanspreekt met zijn kritiek op Nederland. Laten we hem zijn zin geven en Suriname eens met rust laten, vindt hij. Ingrid H. Morroy vindt dat Nederland Bouterse absoluut moet afwijzen. Niet alleen heeft hij een dictatoriaal verleden, hij heeft zich volgens haar ook verrijkt op kosten van de Surinaamse bevolking.
Rob Berlijn, die drie jaar in het land heeft gewoond, ziet de toekomst van Suriname niet somber in: het land is rijk aan natuurlijke hulpbronnen, de bevolking is bekwaam en werkwillig. Hier moet alles mogelijk zijn, meent hij, en daaraan kan ook Nederland een bijdrage leveren. Volgens R. Bansraj hoeft Nederland zich niet te verbazen over de sympathie van veel Surinamers voor Bouterse: ze steunen diens NDP uit bittere noodzaak. Rene Jokhan vindt dat de oude politici in Suriname er niets van terecht hebben gebracht. Dat wil nog niet zeggen dat Nederland Bouterse moet accepteren als hij wint - een gesprek moet van twee kanten komen.
Eelco Houwink vindt dat Nederland, ondanks alle mooie woorden, nooit een concreet Suriname-beleid heeft ontwikkeld, en van dat falen plukken we nu de wrange vruchten. Bart Roessingh vindt dat Nederland geen zaken moet doen met Bouterse: eens een boef, altijd een boef. Liske Roessingh is dat niet met hem eens: Nederland moet normale banden onderhouden met Suriname. Dat kan per slot van rekening ook met Indonesië, waar onder Soeharto meer mensen zijn vermoord dan bij de decembermoorden in Suriname.
Brian Bosch vindt dat Nederland Suriname - een vruchtbaar land, tenslotte - direct moet loslaten. J. Zwiauer vindt dat de problemen van Suriname niet door Nederland maar in een groter verband moeten worden opgelost, bijvoorbeeld door de Europese Unie. Tjeerd Jellema vindt dat Suriname niet afhankelijk moet worden gemaakt van buitenlandse geldstromen. Het beste voor de economische opbouw van het land zijn volgens hem multilaterale relaties, en toezicht door het IMF.