Partijvernieuwingsdiscussie

Voorstellen voor de

Bijzondere Algemene Vergadering

 

 

‘Minder partij, meer maatschappij’

 

v10/ 3 oktober 2002

 

Inhoud

 

I Inleiding: Minder partij, meer maatschappij 3

 

II Analyse: Hoe spreken we de kiezer (weer) aan? 5

 

III Doelstellingen partijvernieuwing 10

 

IV Voorstellen voor de Buitengewone Algemene Vergadering 11

 

V Niet overgenomen voorstellen 28

 

VI Tot slot 29

 

Bijlagen 30

 

 

 

C O LO F O N

De bundel ‘Minder partij, meer maatschappij’ werd opgesteld door het hoofdbestuur. De tekst en de voorstellen zijn gebaseerd op de uitkomsten van de vernieuwingsdiscussie die van juni - september 2002 werd gevoerd in de werkgroep Partijvernieuwing en die met de leden van de VVD werd gevoerd tijdens de Ideeëndag op 21 september 2002.

 

I Inleiding: Minder partij, meer maatschappij

 

We moeten (weer) veel dichter bij de kiezer staan, met twee benen midden in de maatschappij. En met ‘we’ wordt in dit geval de gehele VVD bedoeld; politici, maar ook bestuurders en ‘gewone’ leden. Het hoofdbestuur zoekt al geruime tijd naar een antwoord op de vraag hoe we dat aan moeten pakken.

Er is in de laatste decennia veel veranderd. We leven tegenwoordig in een maatschappij vol mondige burgers, die zich bovendien bij veel zaken de vraag stellen ‘what’s in it for me?’. Daarnaast is het medialandschap totaal veranderd, er is sprake van een mediademocratie. Hoe moet een politieke partij met dit soort zaken omgaan?

Reeds in het Jaarplan 2000 - "Open Vensters" getiteld - is door het hoofdbestuur een aanzet gegeven voor vernieuwing van de partij. Begin 2001 is vervolgens een groot marktonderzoek gehouden naar de profilering en herkenning van de VVD. Er werden antwoorden gezocht op de vraag hoe de VVD goed kan functioneren als een eigentijdse partij, klaar voor de 21e eeuw. Op basis van de onderzoeksresultaten werd een aantal acties ondernomen. Enerzijds met betrekking tot zaken die het hoofdbestuur en/of de politieke lijn betreffen (opgenomen in het Jaarplan 2002), anderzijds met betrekking tot zaken die de visie op de toekomst van de partij betreffen. Voor de uitwerking van de toekomstvisie is in februari 2002 de Commissie Toekomstvisie ingesteld.

Levendig intern debat

De teleurstellende verkiezingsuitslag op 15 mei 2002 gaf een extra impuls om het vernieuwingsproces te versnellen. Meteen na de verkiezingen heeft het hoofdbestuur daarom het initiatief genomen voor een zeer uitgebreide discussie over partijvernieuwing. Daartoe is een ambitieus tijdpad opgesteld. Om te beginnen is in juni en juli een viertal regionale discussiebijeenkomsten georganiseerd en in juli een extra vergadering van de Partijraad. Voorts is gediscussieerd in diverse partijgremia, waaronder bijvoorbeeld het POK, maar ook binnen vele afdelingen is uitvoerig van gedachten gewisseld over de vernieuwingsproblematiek. Daarnaast hebben vele leden hun gedachten op papier gezet en bij het hoofdbestuur onder de aandacht gebracht. Deze notities zijn allemaal op de website van de VVD gepubliceerd. Verder heeft het hoofdbestuur een 50-koppige Werkgroep Partijvernieuwing ingesteld, die alle ideeën heeft gebundeld in de notitie "Goed, Beter, Best". Deze gold als uitgangspunt voor de Ideeëndag die op zaterdag 21 september werd gehouden.

Kortom: er kan met recht worden gesteld dat de afgelopen maanden een levendig intern debat is gevoerd om de noodzakelijke verandering en vernieuwing door te voeren. Om met elkaar inzichtelijk te krijgen wat er moet veranderen,om beter in contact te treden met leden en kiezer, om onze boodschap op een duidelijke en heldere wijze over te brengen.

 

Concrete vernieuwingsvoorstellen

Belangrijk uitgangspunt van het vernieuwingstraject is telkens geweest dat iedereen aan deze discussie kan meedoen. Het hoofdbestuur hecht eraan om goed te luisteren naar alle ideeën en wensen van leden. Van alle opmerkingen die zijn gemaakt tijdens discussiebijeenkomsten, die zijn gepubliceerd in diverse vernieuwingsnotities, die zijn geopperd door de werkgroep partijvernieuwing of zijn geuit tijdens de Ideeëndag is met zeer veel interesse kennis genomen. Op basis van al deze kennis en met als belangrijke input het 15-puntenplan dat tijdens de Ideeëndag is geformuleerd, heeft het hoofdbestuur concrete vernieuwingsvoorstellen ten behoeve van de Algemene Vergadering opgesteld. Deze treft u in de voorliggende notitie aan.

Het woord is nu wederom aan de leden. Nadat binnen afdelingen en centrales over deze voorstellen is gesproken, beslist op 23 november de Algemene Vergadering wat er gaat veranderen. Kiezen we met elkaar inderdaad voor een ‘one man, one vote-systeem’? Moeten leden de lijsttrekker direct verkiezen? Is het noodzakelijk de rol van het POK en de Partijraad te herzien en zo ja, op welke wijze? Het woord is aan u. U kunt als lid uw stem laten horen en meepraten over de toekomst van onze partij.

Verandering

Het is tot slot goed om nogmaals te benadrukken dat partijvernieuwing niet stopt na de Algemene Vergadering. Dan begint het veranderingsproces eigenlijk pas echt. Dan moeten alle voorstellen die door de Algemene Vergadering worden aangenomen immers in de praktijk worden toegepast. Dan moeten al die ideeën worden gerealiseerd en moeten in de structuur en de cultuur van de partij daadwerkelijk dingen gaan veranderen. Dit vraagt erom dat alle betrokken VVD-ers elkaar de komende jaren scherp houden. Bovendien zet de reeds in februari 2002 ingestelde Commissie Toekomstvisie haar missie dan voort en ook het hoofdbestuur blijft zich bezighouden met het verbeteren van belangrijke taakopdrachten als het selecteren van goede volksvertegenwoordigers en het organiseren van debat over interessante, aansprekende onderwerpen.

Eén ding is inmiddels al wel duidelijk geworden: de focus zal veel meer bij de leden en de kiezer komen te liggen. Politici, bestuurders en leden van onze partij moeten veel dichter bij de kiezer staan. Zij houden zich bezig met die zaken die iedereen, de hele maatschappij, bezighouden. Minder partij, meer maatschappij!

 

 

LEESWIJZER

Deze notitie + bijlagen dient als achtergrond materiaal voor de voorstellen die worden voorgelegd aan de Buitengewone Algemene Vergadering op 23 november 2002. Deze 18 voorstellen zijn opgenomen in hoofdstuk IV. Alleen deze voorstellen in dit hoofdstuk IV zijn amendeerbaar voor de Algemene Vergadering.

 

 

II Analyse: Hoe spreken we de kiezer (weer) aan?

 

Inleiding

In de laatste decennia is veel veranderd, zo werd in hoofdstuk I al aangegeven. Ter illustratie noemen wij u enkele trends in de samenleving:

Dit heeft gevolgen voor de manier waarop politiek wordt bedreven én – mede vanwege het feit dat elke kiezer vele keuzemogelijkheden heeft om naar de politiek te kijken en te luisteren - de manier waarop dit door de kiezer wordt ervaren. Waar de de VVD in 1980 nog als duidelijk, onafhankelijk (in positieve zin), kritisch en vertegenwoordigend werd ervaren, bestempelde de kiezer de VVD in 2000 als vaag, compromis gericht, volgend en onafhankelijk (in negatieve zin).

De maatschappij is veranderd. Het beeld van de VVD is veranderd. Het is dus een logisch gevolg, dat binnen de VVD het besef groeide dat er iets moest veranderen. In het voorjaar van 2001 is een groot marktonderzoek uitgevoerd om erachter te komen wat de motivaties of barrières zijn van leden en kiezers om op de VVD te stemmen en/of om lid te worden of te blijven. De uitkomsten dienden als eerste stap naar het vernieuwen van de partij. Door de VVD werd de huidige en de gewenste kernwaarde geformuleerd. Hoe worden we nu ervaren door de kiezer en – veel belangrijker - hoe willen we over 5 jaar worden ervaren ?

Gewenste kernwaarde

In één woord samengevat staat de VVD voor vooruitgangsoptimisten. Als liberale partij weerspiegelt de VVD de gedrevenheid van individuen om vooruit te komen. Persoonlijke groei, individuele keuzevrijheid, het realiseren van ambities. Vooruitgangsoptimisten maakt de VVD uniek en heeft een belofte in zich: stimuleren en kansen zien. Het is inspirerend, vriendelijk, sympathiek, menselijk. Vooruitgangsoptimisten bouwen voort op VVD-kernwaarden en geven een nieuw elan aan de bindende kracht van de VVD.

Onderscheidende elementen van de VVD ten opzichte van andere partijen zijn: oprecht liberaal, gedreven door vooruitgang, financiële degelijkheid, interne stabiliteit, zeggen wat je vindt en een positieve insteek. Het karakter van de VVD laat zich vatten in de woorden betrokken, durf, ondernemend, gedreven, inspirerend, sprankelend en betrouwbaar.

Missie

Op basis hiervan formuleerde het hoofdbestuur in het Jaarplan van 2002 de volgende missie: "De Volkspartij voor Vrijheid en Democratie wil de meest invloedrijke politieke organisatie worden, mede door een groeiend aantal aanhangers. Een partij, die op inspirerende wijze vormgeeft aan een liberale maatschappij en aan een kansrijke toekomst. Maar ook een partij waar inhoud en professionaliteit belangrijk zijn. De VVD toont optimisme en vertrouwen in de kracht van het individu en de vooruitgang. Een partij die door haar leden, kiezers en belangstellenden wordt ervaren zoals zij is: open, eerlijke, betrokken en betrouwbare partij."

Het verwezenlijken van ideeën

Het doel van iedere partij, ook de VVD, is het verwezenlijken van ideeën. Het gaat om het vertolken van de gevoelens van de bevolking en het kanaliseren van die gevoelens in een programma wat aanspreekt bij de bevolking.

Dat doel heeft voor de VVD een abstract aspect, namelijk het liberalisme, en een concreet aspect, namelijk het oplossen van problemen. Die oplossingen voor problemen zijn dan te onderscheiden in haalbare en onhaalbare oplossingen. Een kernprobleem anno 2002 van de VVD is dat de oplossingen onvoldoende herkenbaar voortvloeien uit de liberale ideologie.

De politiek moet dus staan voor het vermogen om problemen te voorzien van begrijpelijke oplossingen, voortvloeiend uit een ideologische overtuiging. De lijsttrekker die vervolgens dat programma uitdraagt, is degene die met zijn charisma de belangrijkste overtuiging overbrengt op de kiezer. Kortom, programmatisch en charismatisch leiderschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Anno 2002

Helaas is de VVD er tot nog toe onvoldoende in geslaagd om deze missie te verwezenlijken en om ideeën op heldere, duidelijke wijze aan de kiezer over te brengen. Anno 2002 wordt de VVD als volgt ervaren:

De betrokkenheid van het grootste gedeelte van de achterban (zowel leden als niet-leden), zo blijkt uit het bovenstaande, is waarschijnlijk niet erg groot. De partij is gesloten en heeft (te) weinig personen waarin de kiezer zich herkent. De VVD, en andere politieke partijen, staan tegenwoordig ver van de samenleving af. ‘In Den Haag weten ze niet wat er speelt’ is een veelgehoorde klacht, de partij komt in de media niet duidelijk over. Het verhaal is goed, maar wordt te vaak abstract gebracht waardoor ‘de gewone man’ het niet begrijpt. De communicatie tussen samenleving en partij laat te wensen over.

Verkiezingen 2002: een extra impuls

Het verloop van de verkiezingen, de aanloop daar naartoe en de verkiezingscampagnes waren dus geen aanleiding tot de vernieuwingsdiscussie, maar gaven een extra impuls om het vernieuwingsproces te versnellen. Er is een aantal lessen te trekken uit deze campagnetijd en de voorbereidingen hierop.

Ook uit de aanloop naar de verkiezingen zijn lessen te trekken:

Hoe spreken we de kiezer (weer) aan?

Om door de achterban herkend te worden, bij de achterban betrokkenheid op te bouwen en de kiezer dus (weer) aan te spreken, zijn diverse zaken van belang:

Waar staat de VVD met de vernieuwing?

Op basis van de missie en profilering zijn in de afgelopen periode reeds diverse vernieuwingen ingevoerd. Sommige daarvan zijn al zichtbaar, voor andere zijn de besluiten genomen maar ze worden pas de komende tijd zichtbaar. Een overzicht van de reeds genomen besluiten, op grond van het Jaarplan van de VVD voor 2002:

Kortom

Tot slot van dit hoofdstuk een korte samenvatting van de belangrijkste issues in de vernieuwing van de VVD:

De VVD kan de volgende verkiezingen (weer) winnen. Maar dan moet ze inhoudelijk bij haar kernwaarde blijven. Herkenbaar zijn als een duidelijke, taboedoorbrekende liberale VVD. Een VVD die aandacht trekt en het verschil maakt. Een VVD die vooral naar kiezers luistert en niet vanuit een Haagse reflex redeneert.

Met lijsttrekkers die charmant zijn, authentiek en geloofwaardig, mediageniek en voor inhoudelijk nieuws zorgen. Sterke persoonlijkheden die de emotie van de kiezers raken.

De VVD moet laten zien bezig te zijn met de maatschappij waarin we allemaal leven. Het motto voor de partijvernieuwing is dan ook:

Minder partij, meer maatschappij.

 

III Doelstellingen partijvernieuwing

 

De belangrijkste onderwerpen in de vernieuwing van de VVD zijn, zoals samengevat in het vorige hoofdstuk:

Aan deze onderwerpen worden de volgende doelstellingen verbonden:

Discussie en het optreden in de maatschappij:

Voorstellen gericht op debat en optreden in de maatschappij, hebben tot doel om van de VVD (weer) de partij te maken die de politieke agenda bepaalt en het maatschappelijk debat meer naar zich toetrekt. De VVD discussieert voortdurend over het liberale gedachtegoed in de context van actuele ontwikkelingen en inhoudelijke thema’s. Dat moet ertoe leiden dat de VVD inhoudelijk goed, eensgezind, uitgedacht, onderscheidend en met goed beleid komt om het vertrouwen van de kiezer te herwinnen. De VVD voert dat debat publiekelijk en geeft daarmee blijk open te staan voor geluiden van buiten de partij.

Volksvertegenwoordigers

Met voorstellen gericht op het debat en de wijze van kandidaatstelling wordt beoogd dat volksvertegenwoordigers agenda settend werken en de partij hen daartoe inspireert en aanmoedigt. Een vernieuwde wijze van kandidaatstelling heeft tot doel, dat zich meer aansprekende en betere volksvertegenwoordigers verkiesbaar stellen, die in staat zijn zelfstandig kiezers aan zich te binden en daarmee de VVD als geheel een verhoogde electorale aantrekkingskracht geven. Bovendien moeten de leden meer invloed krijgen op de kandidaatstelling en op de volgorde op de lijst, om zo de band tussen partijleden (kiezers) en gekozenen te verstevigen.

Lidmaatschap en betrokkenheid

Met een verbetering van de mogelijkheden voor de leden wordt beoogd, dat er meerdere mogelijkheden zijn dan alleen het huidige lidmaatschap om de betrokkenheid met de VVD te tonen. Bovendien moet iedere vorm van lidmaatschap of betrokkenheid meerwaarde bieden voor de leden en voor de partij als geheel. Meer waarde voor mensen zit in invloed op het beleid en betrokkenheid bij discussies in de maatschappij.

Partijorganisatie

Voorstellen gericht op de partijorganisatie hebben tot doel om een duidelijke transparante partijorganisatie te laten ontstaan, die voor alle leden snel inzichtelijk is en inzicht geeft in de wijze van besluitvorming. Daarin kunnen vrijwilligers efficiënt kunnen werken en anderen kunnen motiveren / inspireren/ stimuleren. In de partijorganisatie wordt ook duidelijk welke verwachtingen de verschillende geledingen van elkaar hebben.

IV Voorstellen voor de

Buitengewone Algemene Vergadering

(NB: Dit hoofdstuk is amendeerbaar)

 

Tijdens de Ideeëndag op 21 september zijn de ideeën besproken die in de bundel ‘Goed, beter, best’ van de Werkgroep Partijvernieuwing waren opgenomen. De discussies tijdens de dag leidden aan het eind tot het opstellen van een 15-punten "Hoe spreken we de kiezer (weer) aan". Dit 15-puntenplan is opgenomen in de bijlage.

Het 15-puntenplan, de ideeënbundel en uitkomsten van discussies in de werkgroep partijvernieuwing, zijn voor het hoofdbestuur aanleiding geweest (met inachtneming van de reeds in gang gezette acties) om concrete voorstellen voor de Algemene Vergadering te formuleren. Tenzij anders vermeld hebben de voorstellen in principe hun werking in alle lagen (afdelingen, centrales, landelijk) van de VVD.

Dat betreft de volgende 18 voorstellen; deze zijn amendeerbaar voor de Buitengewone Algemene Vergadering van 23 november 2002:

Voorstel 1: One man, one vote

Inleiding

In het 15-puntenplan was als conclusie opgenomen: "Leden moeten directe invloed op de besluitvorming in alle lagen van de VVD krijgen. Dit betekent ook individueel stemrecht in de Algemene Vergadering."

In dit voorstel heeft het hoofdbestuur dit als volgt vertaald:

Op dit moment hebben we in de VVD, als het gaat om de besluitvorming in algemene vergaderingen, een situatie van ‘gedelegeerd vertrouwen’. We stellen voor naar een situatie te gaan, waarin leden meer te zeggen hebben. Een situatie met meer transparantie en betrokkenheid. Een situatie ook waarin leden rechtstreeks toegang hebben tot de besluitvorming op dat niveau wat hen het meest interesseert.

Aan het systeem van ‘one man, one vote’ kleven voor- en nadelen. Onder de nadelen bijvoorbeeld dat het makkelijker wordt om (georganiseerd) besluitvorming naar de hand te zetten. Toch kiest het hoofdbestuur onverkort voor ‘one man, one vote’, omdat de voordelen volgens het bestuur opwegen tegen de nadelen. Met name de grotere aantrekkelijkheid van algemene ledenvergaderingen voor álle leden speelt daarbij een rol. Maar om aan de nadelen tegemoet te komen, wordt dus voorgesteld om enerzijds een correctie mogelijk te maken op ledenraadplegingen en anderzijds over het verkiezingsprogramma te besluiten op de ‘oude manier’. Zie in dit verband overigens ook voorstel 5, wat voorstelt om leden aan het begin van het proces van het schrijven van een verkiezingsprogramma meer invloed te geven.

Voorstel

STATUTEN

  1. In de statuten wordt overal waar dat van toepassing is de term "algemene vergadering", "jaarlijkse algemene vergadering" vervangen door respectievelijk: "algemene ledenvergadering" en jaarlijkse algemene ledenvergadering".
  2. Artikel 2: Begripsbepaling:
  3. a. Algemene ledenvergadering

    De vergadering van leden van de VVD als geregeld in de artikelen 19 t/m 22

  4. Artikel 16.2
  5. De gewone leden hebben stemrecht in de ledenvergadering van de afdeling waartoe zij behoren en de algemene vergadering. Dit stemrecht is persoonlijk en niet overdraagbaar.

  6. Artikel 21.2
  7. De bijeenroeping geschiedt op een termijn van tenminste één maand door bekendmaking van de tijd en plaats van de vergadering en de te behandelen onderwerpen. Deze publicatie vindt plaats door verzending van de oproeping aan het bestuur van de afdelingen en centrales en door het publiceren van de oproeping via het internet.

     

  8. Artikel 21.3
  9. Het hoofdbestuur is verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn niet langer dan twee maanden, indien ten minste tien afdelingen, die tezamen tenminste één tiende van het totale aantal VVD-leden omvatten, daartoe schriftelijk verzoeken.

  10. Artikel 22.1

a. De gewone leden die tenminste zes maanden vóór de algemene vergadering als lid zijn geregistreerd, hebben stemrecht in de algemene vergadering. Dit stemrecht is persoonlijk en niet overdraagbaar. Bepalend voor het lidmaatschap is de datum van registratie in de centrale ledenadministratie.

b. Om gebruik te kunnen maken van het toekomende stemrecht, dienen leden zich tenminste één maand vóór de algemene vergadering te registeren op een door het hoofdbestuur te bepalen wijze.

  1. Artikel 22.2
  2. Wijzigen in:

    Afgevaardigden worden benoemd door de ledenvergadering van de desbetreffende afdeling. Hiervan wordt tijdig opgave gedaan aan het hoofdbestuur. Als een ledenvergadering geen afgevaardigden heeft benoemd, treden de bestuursleden van de afdeling als zodanig op.

  3. Artikel 22.3

Ieder lid en iedere afgevaardigde stemt in de algemene ledenvergadering zonder last, naar vrije overtuiging.

  1. Artikel 24.3
  1. Bij huishoudelijk reglement kan een ledenraadpleging worden mogelijk gemaakt.
  2. Een algemene ledenvergadering kan met gekwalificeerde meerderheid het besluit van een voorafgaande ledenraadpleging wijzigen.
  3. Een algemene ledenvergadering waarin een onderwerp ter discussie staat waarover in een voorafgaande ledenraadpleging is besloten, wordt uitsluitend op basis van schriftelijke wijzigingsvoorstellen van de ledenvergaderingen van ten minste tien afdelingen, die tezamen tenminste één tiende van het totale aantal VVD-leden omvatten en/of van het hoofdbestuur een nieuw besluit genomen.
  4. In deze algemene ledenvergadering hebben ten aanzien van dat onderwerp uitsluitend de afgevaardigden van afdelingen stemrecht.
  1. Artikel 24.4
  2. In een algemene ledenvergadering waarin het verkiezingsprogramma voor de Tweede Kamer wordt vastgesteld, hebben uitsluitend de afgevaardigden stemrecht.

    HUISHOUDELIJK REGLEMENT

  3. In het huishoudelijk reglement wordt overal waar dat van toepassing is de term "algemene vergadering", "jaarlijkse algemene vergadering" vervangen door respectievelijk: "algemene ledenvergadering" en jaarlijkse algemene ledenvergadering".
    1. In het huishoudelijk reglement wordt overal waar dat van toepassing is de term "beschrijvingsbrief" vervangen door "agenda".
    2. Artikel 2: Begripsbepaling:
    3. a) Algemene ledenvergadering

      De vergadering van leden van de VVD als geregeld in de artikelen 19 t/m 22 van de statuten

    4. Artikel 23.1 wijzigen
    5. Het hoofdbestuur deelt elk jaar uiterlijk vóór 1 oktober aan de besturen van de afdelingen en centrales en via het internet aan de leden mede……(rest artikel ongewijzigd)

    6. Artikel 23.4 wijzigen
    7. De aankondiging van het tijdstip en de plaats van een algemene ledenvergadering, een beknopte weergave van het programma alsmede de verkrijgbaarheid van de agenda, wordt tijdig via het internet gepubliceerd.

    8. Artikel 26.4 wijzigen:
    9. Indien elektronisch wordt gestemd, moet een lid of een afgevaardigde een gemaakte vergissing kunnen herstellen, voordat de stemming definitief is.

    10. Artikel 27 (nieuw)

27.1

Een ledenraadpleging kan plaatsvinden:

a. op initiatief van het hoofdbestuur

b. op initiatief van een schriftelijk verzoek aan het hoofdbestuur van ten minste tien afdelingen, die tezamen tenminste één tiende van het totale aantal VVD-leden omvatten.

27.2

Het hoofdbestuur stelt de procedure voor een ledenraadpleging vast. De procedure wordt bekend gemaakt via het internet en aan de besturen van afdelingen en centrales.

27.3

Een ledenraadpleging kan plaatsvinden over zaken en over personen. In geval van kandidaatstelling van personen wordt dit bij door de algemene ledenvergadering vast te stellen reglement geregeld.

27.4

Elk gewoon lid dat tenminste zes maanden voor de ledenraadpleging lid is, is gerechtigd aan de raadpleging deel te nemen. De datum van registratie in de centrale ledenadministratie is bepalend voor het lidmaatschap.

27.5

Een ledenraadpleging besluit met gewone meerderheid van stemmen.

Voorstel 2: Zichtbaar in het debat, leidend over maatschappelijke thema’s

Inleiding

De VVD is voortdurend zichtbaar in het maatschappelijk debat en steekt de nek uit met discussie over thema die in de maatschappij leven. De VVD luistert naar kiezers en geeft antwoorden op de gevoelens van kiezers met liberale standpunten. De VVD is vooral bezig met de maatschappij waarin alle inwoners van Nederland leven.

Het verkiezingsprogramma is geen momentopname eens in de vier jaar, maar wordt voortdurend getoetst aan de dynamiek van de samenleving. Discussie in een partij en met de samenleving is een teken van kracht. De VVD moet daarom niet bang zijn om het onderling oneens te zijn. Een fractie wordt verkozen en gaat het door de partij vastgestelde verkiezingsprogramma uitvoeren. Tijdens de zittingsperiode stelt moet ook de partij voortdurend discussiëren over politieke onderwerpen. Een fractie geeft aan wat ze met de aan de orde gestelde thema’s doet in de politiek en bepaalt vanzelfsprekend zelf haar standpunt. Discussie in de VVD geldt voor een fractie met name als steun in de rug, om ook binnen een regeerperiode ideeën uit te wisselen over belangrijke vraagstukken die ofwel niet in het verkiezingsprogramma staan, ofwel onvoldoende uitgewerkt zijn in het verkiezingsprogramma, ofwel een nieuwe visie verlangen gelet op ontwikkelingen in de maatschappij.

In relatie tot voorstel 12 over een nieuwe rol voor de Partijraad, is het goed om het verschil tussen Partijraad en Algemene Vergaderingen te realiseren. Op de Algemene Vergadering, twee keer per jaar, kunnen in beginsel alle onderwerpen worden geagendeerd door de afdelingsvergaderingen. De Algemene Vergadering neemt een langere voorbereidingstijd dan de Partijraad. De Partijraad komt vaker bij elkaar, is naar zijn aard actueler en zal vaker thematisch opgezet zijn.

Voorstellen

  1. Jaarlijks geeft de VVD in het Jaarplan aan hoe en wanneer de inhoudelijke discussie in de partij wordt georganiseerd.
  2. Jaarlijks geeft de VVD in het Jaarplan concreet aan hoe het contact met kiezers vorm krijgt.
  3. Twee keer per jaar komen tijdens de Algemene Vergadering politieke onderwerpen aan de orde. Tijdens Algemene Vergaderingen kunnen de leden zich uitspreken over resoluties en moties. Deze resoluties worden opgesteld door partijcommissies, ad hoc ingestelde werkgroepen of afdelingen. De resoluties en moties worden in de ledenvergaderingen van afdelingen vooraf besproken.
  4. De uitkomsten van de Algemene Vergadering worden aan de fracties van de Eerste en Tweede Kamer en het Europees Parlement meegegeven. De leden van deze fracties discussiëren in de Algemene Vergadering mee, maar overheersen of bepalen deze niet. De fracties kunnen na aanneming van een resolutie of motie aangeven wat zij ermee doen. Mochten zij de wens van de landelijke Algemene Vergadering niet over willen nemen, dan dienen ze dit beargumenteerd aan te geven.
  5. Gedurende de verkiezingsperiodes zal voor het interne debat minder ruimte aanwezig zijn, het verkiezingsprogramma uitdragen staat dan centraal.

Voorstel 3: Ruimte voor debat in de partij

Voorstel

  1. Het debat in de VVD krijgt alle ruimte, met name ‘bottom up’.
  2. Landelijk organiseert het Hoofdbestuur enkele themadagen per jaar, bij voorkeur te combineren met Partijraadvergaderingen.
  3. Decentraal geeft het Hoofdbestuur alle ruimte en stimuleert dat afdelingen, kamercentrales en groepen leden die dat wensen het debat over politieke onderwerpen organiseren.
  4. Als stimulans voor dit debat is in facilitaire zin de mogelijkheid beschikbaar om aankondigingen te doen via de website van de VVD en ThorbeckeWeb.

 

Voorstel 4: De Teldersstichting

Voorstel

  1. De Teldersstichting draagt bij aan het entameren van de politieke meningsvorming. De Teldersstichting werkt onderwerpen wetenschappelijk uit waarna ze kunnen worden gecondenseerd in beknopte notities die breder in de VVD worden verspreid.
  2. Daarnaast neemt de Teldersstichting het voortouw in een voortdurend debat in de VVD over de vraag wat het betekent een liberale partij te zijn in deze tijd.
  3. Alle rapporten van de Teldersstichting worden in beginsel in het politiek-inhoudelijke debat in de VVD aan de orde gesteld.

 

Voorstel 5: Inspraak in het verkiezingsprogramma

 

Voorstel

Bij de start van het proces om tot een nieuw verkiezingsprogramma Tweede Kamer te komen, meteen na de instelling van de commissie die het verkiezingsprogramma schrijft, wordt de inbreng van de achterban gevraagd. Dat wil zeggen:

  1. Er vindt een ledenraadpleging plaats over de vraag wat leden de belangrijkste onderwerpen vinden voor het programma,
  2. Leden en kiezers kunnen via internet hun ideeën aandragen
  3. De inbreng van de partijcommissies wordt gevraagd.
  4. De programmacommissie betrekt deze inbrengen bij het schrijven van het verkiezingsprogramma.

 

Voorstel 6: Leden denken mee

Inleiding

Het is van groot belang dat politici regelmatig signalen uit de samenleving, van de "gewone man op straat", krijgen. Wat leeft er, waar maakt men zich druk over, welke problemen ervaart men?

Tevens is gebleken dat binnen de VVD een grote behoefte is aan meer debat. Leden willen graag meedenken en leden willen betrokken zijn bij de liberale politiek. Hier moet beter gebruik van worden gemaakt. Analoog aan al gestarte en succesvolle initiatieven van enkele politici (ledenpanel, denktank van 100) wordt voorgesteld dit op grotere schaal in te voeren. Primair met en door de leden van de Tweede-Kamerfractie, maar zoveel mogelijk gevolgd door leden van andere vertegenwoordigende organen.

De partij stelt voor dat elk Tweede-Kamerlid met een zekere regelmaat (twee à drie keer per jaar) een ad hoc panel (vier tot acht personen) creëert, die samen met het Kamerlid nadenken over een bepaald onderwerp waarvoor het Kamerlid in de Kamer woordvoerder is. Zo mobiliseert een Kamerlid op een efficiënte wijze denkkracht, houdt goed voeling met wat er over een bepaald onderwerp onder de leden leeft en een grotere groep leden dan nu wordt actief bij de partij betrokken. Door het kortstondige karakter onderscheidt zo’n ad hoc commissie zich van de partijcommissies. De partij herkent de eigen verantwoordelijkheid van de politici in deze.

Voorstel

  1. De partij verwacht van ieder Tweede-Kamerlid dat hij/zij op een eigen wijze te vormen organiseert waarbij "leden kunnen meedenken".

 

Voorstel 7: Zichtbare Kamerleden

Inleiding

VVD-politici zijn het gezicht van de VVD, direct in de maatschappij en via de media. Politici moeten zichtbaar zijn, er moet voldoende binding zijn met achterban in de regio of bij specifieke doelgroepen. Politici moeten meer inhoud geven aan het contact met kamercentrale(s) en contact met maatschappelijke organisaties, door geregelde aanwezigheid en aanspreekbaarheid.

Voorstel

  1. Van Kamerleden wordt verwacht dat zij aanwezig zijn bij de ‘eigen kamercentrale(s)’-vergaderingen, bij vergaderingen van het bestuur van die Kamercentrale(s). Niet alleen om te vertellen wat er in Den Haag gebeurt, maar vooral ook om te luisteren naar de politieke en bestuurlijke signalen en de problemen uit de regio.
  2. Aan de Kamerleden wordt gevraagd het contact met Kamercentrales en overige achterban inzichtelijk te maken.
  3. Een actief contact van politici met maatschappelijke organisaties is wenselijk. Politici moeten op de hoogte zijn van de maatschappelijke problemen en belangen, maar moeten ook zichtbaar en aanspreekbaar zijn.

 

 

Voorstel 8: Individuele gesprekken met politici

 

Voorstel

  1. Het hoofdbestuur houdt zo mogelijk jaarlijks, maar in ieder geval halverwege de zittingstermijn, individuele gesprekken met volksvertegenwoordigers in Tweede Kamer, Eerste Kamer en Europees Parlement.
  2. In deze gesprekken komen in ieder geval taakopvatting en taakinhoud, taakvervulling, werkomstandigheden, samenwerking en ontwikkelingsmogelijkheden aan de orde, alsmede liberale stellingnamen, herkenbaarheid en bereikbaarheid voor kiezers en VVD-leden.
  3. Ook afdelingen en kamercentrales wordt geadviseerd om dergelijke gesprekken te houden met raads- en statenleden

 

Voorstel 9: Nieuwe kandidaatstellingsprocedure (landelijk)

Inleiding

De opgave uit het 15-punten plan is helder. De werving en selectie van kandidaten moet professioneler. Kandidaten moeten daadwerkelijk komen uit de doelgroepen waaruit de VVD-kiezers komen. Ze moeten herkenbaar zijn voor de achterban. Bij de manier waarop we de volksvertegenwoordigers kiezen is het credo: "Leden aan het stuur". Dat betekent een rechtstreekse verkiezing (one man, one vote) van de lijsttrekker, geen koehandel over plekken op de lijst meer en principieel invloed in welke vorm dan ook van de leden op de samenstelling van lijst.

De werving en selectie om kandidaten te vínden moet professioneler, vanaf het moment dat er kandidaten zijn moet er een transparante procedure zijn waarin de leden aan het stuur zitten.

N.B. In de partijvernieuwingsdiscussie is geregeld het begrip ‘politiek leider’ aan de orde gekomen. De VVD kent wel een lijsttrekker en een fractievoorzitter, maar niet de officiële term partijleider of politiek leider.

De volgende voorstellen zijn de vertaling van deze uitgangspunten.

De voorliggende ideeën worden hier achtereenvolgens ter besluitvorming aan de algemene vergadering voorgelegd. Pas daarna worden de reglementaire tekstuele aanpassingen van het kandidaatstellingsreglement zorgvuldig geconcipieerd, die aan de JAV in mei 2003 ter besluitvorming worden voorgelegd.

Onderstaande procedure is van toepassing op de kandidaatstelling voor

 

Voorstel

  1. De kandidaatstellingscommissies die per afzonderlijke verkiezing werden ingesteld, worden vervangen door een permanente scoutingscommissie. De taak van deze commissie, die voor zes jaar wordt benoemd, is het scouten, werven en begeleiden van talentvolle kandidaat-volksvertegenwoordigers voor alle (landelijke) verkiezingen in deze termijn. De scoutingscommissie verricht de werkzaamheden in nauwe samenwerking met de Haya van Somerenstichting, Stuurgroep Talentmanagement en kamercentrales. Potentiële kandidaten worden in overleg met de Haya van Somerenstichting van een goede opleiding en voorbereiding voorzien.
  2. Kandidaten voor landelijke verkiezingen worden evenals nu gekandideerd door de ledenvergaderingen van afdelingen. Dit proces kan (i.o.m. punt 9.1) doorlopend gebeuren (een zgn. permanente groslijst).
  3. Naast de kandidering door afdelingen plaatst het hoofdbestuur voor landelijke verkiezingen ook oproepen in de media om kandidaten van buiten het partijcircuit te vinden. Deze kandidaten worden onder de aandacht gebracht van de scoutingscommissie. Deze commissie verstrekt het hoofdbestuur een gefundeerd oordeel over de capaciteiten van de betreffende kandidaat.
  4. Het model van de topkadertraining van de Haya van Somerenstichting biedt mogelijkheden om talent/kandidaten te beoordelen. Leden van de scoutingscommissie kunnen van meet af aan die topkadercursussen bijwonen om kandidaten tegen het licht te houden. De beoordelingen kunnen vervolgens weer als input dienen voor de gesprekken met de kandidaten. Desgewenst worden aanvullend assesment centers georganiseerd.
  5. Op de algemene ledenvergadering in het voorjaar van het jaar voorafgaand aan (reguliere) landelijke verkiezingen, wordt de lijsttrekker gekozen door de leden. Ieder aanwezig lid, dat minimaal zes maanden lid is, heeft daarbij een stem. Het hoofdbestuur draagt daartoe één of meerdere kandidaat-lijsttrekkers voor; ieder ander VVD-lid kan door zijn of haar afdeling mede-kandidaat worden gesteld. (deze procedure geldt alleen voor de Tweede Kamer). Vanaf het moment van verkiezing is de lijsttrekker tevens adviseur van het hoofdbestuur.
  6. Op de algemene ledenvergadering in het voorjaar van het jaar voorafgaand aan (reguliere) landelijke verkiezingen wordt tevens het profiel van de nieuwe fractie bepaald. Dit gebeurt door het vaststellen van het technisch advies, wat naar zijn aard dan meer sturend zal zijn dan thans het geval is.
  7. Vóór 1 oktober in het jaar voorafgaan aan (reguliere) landelijke verkiezingen stelt het hoofdbestuur de groslijst op van de voorlopige kandidaten. Deze lijst bevat de informatie overeenkomstig het door het hoofdbestuur beschikbaar te stellen kandidaatstellingsformulier.
  8. Het hoofdbestuur laat zich door de scoutingsscommissie adviseren omtrent de capaciteiten van de individuele kandidaten. Mede gebaseerd op deze kennis én het door de algemene ledenvergadering vastgestelde technisch advies stelt het hoofdbestuur vervolgens een voorlopige ontwerp-kandidatenlijst vast.
  9. Vervolgens wordt een ledenraadpleging georganiseerd, waarbij ieder lid zich individueel, uit kan spreken over de ontwerp-kandidatenlijst. De persoon van de lijsttrekker is geen onderwerp van de ledenraadpleging, aangezien deze reeds door de algemene ledenvergadering is benoemd.
  10. Het besluit (de definitieve ontwerp-kandidatenlijst) van de ledenraadpleging wordt voorgelegd aan een algemene ledenvergadering.
  11. Zowel het hoofdbestuur als de ledenvergaderingen van ten minste tien afdelingen, die tezamen tenminste één tiende van het totale aantal VVD-leden omvatten hebben vervolgens de mogelijkheid schriftelijke wijzigingsvoorstellen te doen op de definitieve ontwerp-kandidatenlijst. Een wijzigingsvoorstel dient betrekking te hebben op de vervulling van één plaats op de kandidatenlijst.
  12. Tijdens de kandidaatstellingstellingsvergadering (buitengewone algemene ledenvergadering) worden de ingediende wijzigingsvoorstellen één voor één behandeld.
  13. In deze algemene ledenvergadering wordt gestemd door afgevaardigden
  14. Omdat de leden zich reeds in de ledenraadpleging hebben uitgesproken over de voorlopige ontwerp-kandidatenlijst, moet een wijzigingsvoorstel met een gekwalificeerde meerderheid van tenminste twee derde van de aanwezige stemgerechtigde afgevaardigden worden aangenomen om tot wijziging van de kandidatenlijst te leiden.
  15. Indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om de laatste vijf plaatsen op de lijst per kieskring wisselend in te vullen, wordt de invulling van deze plaatsen overgelaten aan de centralevergadering(en) van de kamercentrales in die gebieden. Zo’n centralevergadering vindt plaats vóór de landelijke buitengewone algemene ledenvergadering. Kandidaten voor de laatste vijf plaatsen op de lijst moeten voortkomen uit de groslijst zoals die eerder door het hoofdbestuur is vastgesteld. De centrale vergadering stelt tevens en voor zover mogelijk een aantal reserve kandidaten vast.

 

Voorstel 10: Nieuwe vormen van lidmaatschap/betrokkenheid

Inleiding

Bij het opzetten van een nieuw lidmaatschapssysteem is één van de financiële randvoorwaarden het tegengaan van ‘kannibalisatie’ op het huidige ledenbestand. Dat vraagt dus om het schrijven van een businessplan voor diverse aan leden, donateurs en kiezers aan te bieden diensten en de prijs die daarvoor gevraagd wordt. Gelet op de daarvoor benodigde tijd is het niet haalbaar een kant-en-klaar voorstel te presenteren voor de Buitengewone Algemene Vergadering van 23 november 2003, maar kunnen wel de uitgangspunten worden vastgesteld.

 

 

Voorstel

  1. Het hoofdbestuur doet in overleg met de commissie Toekomstvisie in de Jaarlijkse Algemene Vergadering van 2003 een voorstel voor nieuwe vormen van lidmaatschap of betrokkenheid bij de VVD. Centraal staan daarbij de doelstellingen om 1) meer kiezers actief betrokken te krijgen bij de VVD, 2) meer betalende kiezers te krijgen.
  2. De uitgangspunten voor het nieuwe stelsel zijn:

- Er komen nieuwe vormen van lidmaatschap en/of donateurschap die gericht zijn op gradaties in de mate van betrokkenheid bij de VVD. Daarbij wordt gekeken naar een mogelijkheid voor registratie van kiezers die (nog) geen lid willen worden om bij de VVD betrokken te zijn.

- Er komen drempelverlagende mogelijkheden voor lidmaatschap zoals een maandelijkse incasso in plaats van jaarafdrachten en een proeflidmaatschap.

- Er komt een mogelijkheid om lokaal en/of landelijk lid te worden van de VVD.

- Het nieuwe stelsel moet een doel- en doelgroepgerichte ledenwerving mogelijk maken.

- Een nieuw stelsel moet leiden tot een grotere betrokkenheid van meer mensen bij de VVD en de kosten moeten opwegen tegen de baten.

 

 

Voorstel 11A: De partijorganisatie

Inleiding

In de Ideeëndag kwam naar voren, dat de partijorganisatie moet worden doorgelicht. Zo’n analyse moet helpen om inefficiënties weg te nemen én te bepalen welke onderdelen van de partij goed functioneren. Kenmerken van de toekomstige organisatie moeten zijn: de leden en staan centraal en meer bottom up werking. De partijorganisatie moet transpanter en duidelijker worden.

De VVD moet haar leden koesteren. De partijorganisatie moet daarbij geen hindernis vormen, maar juist facilitair zijn voor de leden.

 

Voorstel

Het hoofdbestuur vraagt de commissie Toekomstvisie om de partijorganisatie te analyseren en in 2003 met voorstellen te komen die:

  1. Helpen om inefficiënties weg te nemen;
  2. Van de vvd-organisatie meer een platform maken voor liberaal voelende en denkende mensen in het land;
  3. Meer ruimte geven aan de inbreng van leden;
  4. Van de partijorganisatie een meer bottom up organisatie maken;
  5. Van de afdelingen sterke organisaties maken die in de eerste plaats facilitair zijn voor de leden die hun betrokkenheid willen tonen en minder dan nu facilitair aan de besluitvorming op andere lagen in de VVD;
  6. De partijorganisatie transparanter en duidelijker maken.

 

Voorstel 11B: Evaluatie partijbestuurders

Inleiding

Een goed werkende politieke partij vraagt om goede bestuurders, mensen die inspirerend en motiverend werken.

Voorstel

  1. Voor bestuursfuncties wordt in 2003 een duidelijk profiel opgesteld.
  2. Ieder bestuur moet duidelijk en concreet zijn in (jaar)plannen (‘wat gaan we met elkaar doen’).
  3. Het Hoofdbestuur stelt daartoe aan ieder bestuur een model jaarplan beschikbaar. Dit geeft ledenvergaderingen de mogelijkheid hun bestuur daarop te evalueren en beoordelen.

 

Voorstel 12: Nieuwe rol voor POK en Partijraad

 

Inleiding

Het Periodiek Overleg HB-Kamercentralevoorzitters (POK) zou zich, volgens het 15-puntenplan, als overleg zonder officiële status vooral moeten bezighouden met organisatorische aangelegenheden en het doorgeven van signalen uit de achterban. Dat betekent dat er in beginsel geen fractievoorzitters meer aanwezig zullen zijn en geen politieke aangelegenheden meer op de agenda staan. Het POK moet een eigen voorzitter uit hun midden kiezen.

De Partijraad is het gremium voor discussie over politieke zaken, ook onder leiding van een eigen voorzitter. De agendering zal plaatshebben in samenhang met het netwerk inhoudelijke discussie en de themadagen.

Overigens heeft het hoofdbestuur het voornemen de activiteiten die door het jaar heen georganiseerd worden (Algemene Vergaderingen, Partijraad, POK, et cetera) waar mogelijk te clusteren op zaterdagen (bijvoorbeeld ’s ochtend Partijraad, ’s middags POK), zodat het beslag op de agenda’s van de vrijwilligers overzichtelijk blijft.

 

 

 

Voorstel

STATUTEN

  1. Artikel 28.3
  2. Schrappen: "de adviezen inzake kandidatenlijsten"

     

     

     

     

     

     

    HUISHOUDELIJK REGLEMENT

  3. Artikel 36.1 wijzigen
  1. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de partijraad worden door de partijraad benoemd. De leden van de partijraad en het hoofdbestuur kunnen daarvoor kandidaten aandragen.
  2. Deze benoeming geldt voor de duur van één jaar. Kandidaten zijn maximaal twee keer herbenoembaar.
  3. De secretaris van de partijraad is de algemeen secretaris van het hoofdbestuur of hem die hem vervangt.
  1. Artikel 37.2 wijzigen

De partijvoorzitter roept de partijraad bijeen zo dikwijls als hij dit wenselijk oordeelt, maar in beginsel viermaal per jaar.

 

Voorstel 13: Liberaal netwerk voor functies en benoemingen

Voorstel

  1. De VVD zet een breed netwerk op waardoor functies en benoemingen in politiek en samenleving door liberalen kunnen worden bekleed. Op een doelmatige wijze wordt het reusachtige netwerk van kundige sleutelpersonen dat de VVD bezit daartoe ingeschakeld en verbonden. De doelstelling van het (opnieuw in gang gezette) beleid voor Talentmanagement is om netwerken in en buiten de VVD, op alle bestuurlijke niveaus, efficiënt aan elkaar te koppelen om zodoende meer bewust en systematisch talent te ontdekken, te ontwikkelen en tot actieve functievervulling en gerichte begeleiding, zowel binnen als buiten de VVD, te komen. Talentmanagement stelt de onderlinge communicatie tussen alle bestuurlijke lagen in de VVD, afstemming, het ontsluiten van best practices, het aanreiken van concrete ondersteuning en werven van kader op basis van competenties en talenten centraal. Als onderdeel hiervan wordt door de Stuurgroep Talentmanagement in samenwerking met actoren in de partij beleid ontwikkeld om het werven, opleiden, beoordelen, selecteren, begeleiden, en (her)plaatsen van liberale politici, politiek-bestuurders, vrijwilligers en ambtenaren effectiever te maken en worden voorstellen geformuleerd voor het verbeteren van de aansluiting van de verschillende 'personeelsactiviteiten' op elkaar. De voortgang van de activiteiten is jaarlijks toetsbaar in het jaarverslag en jaarplan.

 

 

Voorstel 14: Communicatie en informatievoorziening

Voorstel

  1. Met als uitgangspunt de behoeftes van leden en kiezers, dienen de bestaande in- en externe communicatiemiddelen in kaart te worden gebracht (inclusief doelgroep, inhoud, oplage, verspreiding). En moet gezocht worden naar mogelijkheden voor integratie en/of vernieuwing van een aantal middelen. Zowel om een kwalitatieve verbetering tot stand te brengen, als ook een efficiency slag te maken.

Voorstel 15: Meer gebruik van internet

Inleiding

Tijdens de vernieuwingsdiscussies is het heel duidelijk gebleken: er is behoefte aan debat in de partij, aan interactie, aan meer invloed van leden en kiezers. Internet is één van de middelen die daarvoor zeer goed benut kunnen worden. Internet vormt immers een uitstekende mogelijkheid om het debat en de opinievorming verder te stimuleren, ook met prikkels van buiten de partij. Internet kan gebruikt worden als kennismachine. Via het internet kunnen standpunten worden uitgedragen, maar kan ook worden geïnventariseerd hoe mensen in het land over bepaalde zaken denken. Door middel van polls, enquêtes of discussiefora bijvoorbeeld.

Het internet kan veel actiever worden gebruikt voor de communicatie binnen de partij. Steeds meer mensen beschikken over een internetaansluiting, dus is het mogelijk om als politieke partij – op alle niveaus – direct en vaker dan nu het geval is via het internet met leden en kiezers communiceren.

Voor leden kunnen extra voordelen aan de internetsite verbonden worden. Bijvoorbeeld door een ledenservice in te richten, die slechts toegankelijk is voor leden. Leden moeten zo Kamerleden kunnen benaderen, inzicht krijgen in de agenda van volksvertegenwoordigers, de kameragenda en hun politieke activiteiten zodat interactie makkelijker en adequater wordt. Indien de Algemene Vergadering instemt met ‘ledenraadpleging’, kan bovendien aan deze ledenservice het stemmen via internet worden toegevoegd.

Voorstel

    1. Het hoofdbestuur vraagt de internetwerkgroep – samengesteld met afgevaardigden vanuit partij en fracties – om de internetsite verder uit te bouwen en te verbeteren en met voorstellen te komen om het internetgebruik te doen toenemen. Speciaal aandacht wordt gevraagd voor:

 

 

Voorstel 16: Opzetten van een intranet

Inleiding

1. ledenadministratie

Er is duidelijk onvrede over de ledenadministratie. Het gaat hierbij om twee onderscheiden invalshoeken. Aan de ene kant komen er bij herhaling klachten over de juistheid en actualiteit van de gegevens. Aan de andere kant is er een toenemende behoefte om individuele en geaggregeerde persoonsgegevens te gebruiken op allerlei gebieden, terwijl dat niet soepel mogelijk blijkt te zijn.

2. ondersteuning vergaderingen

Er wordt in de VVD heel veel vergaderd. Met de voorbereiding en ondersteuning van deze vergaderingen is veel menskracht en geld gemoeid. Desondanks kom je regelmatig tegen dat er na afloop van een vergadering toch een gevoel overheerst dat het resultaat niet in verhouding staat met de bestede tijd.

3. afwikkelen correspondentie

Het komt teveel voor dat op correspondentie in ruime zin (brieven, e-mail, telefoontjes) niet wordt gereageerd zoals de afzender redelijkerwijs zou mogen verwachten.

Karakteristiek voor de drie hiervoor genoemde problemen is dat het uitwisselen van informatie die persoonsafhankelijk is. Op alle drie de terreinen is er de afgelopen decennia sprake van geleidelijke professionalisering en centralisatie van die informatie-uitwisseling. Parallel met het streven de partij weer meer aan de leden terug te geven, zoals dat in de vernieuwingsdiscussie naar voren komt, is het wenselijk die centralisatie weer wat terug te draaien. Kern van de oplossing is dat de inspanningen zoveel mogelijk worden gespreid, waarbij de technologie het gemakkelijk moet maken om het goed te doen.

Kenmerkend voor deze drie problemen is dat ze een oplossing vragen die een combinatie zijn van organisatie en technologie. Met louter organisatorische maatregelen (structuur, werkwijze, cultuur) is de beschikbare financiële en personele ruimte niet genoeg om zelfs maar in de buurt van een oplossing te komen. Omdat het in alle gevallen niet om een louter technologisch probleem gaat, is het ook zeker dat een aanpak zonder organisatorische maatregelen niet doeltreffend zal zijn.

4. inhoudelijke discussie

Het is voor de leden in de partij onvoldoende helder wat de partijcommissies doen. Door deze onzichtbaarheid worden de partijcommissies onvoldoende ingeschakeld door de diverse gremia in de partij. Dat is een gemiste kans. De partijcommissies vormen voor de VVD een uniek netwerk van inhoudelijk betrokken en deskundige VVD-leden. Deze commissies kunnen veel meer worden betrokken bij inhoudelijke initiatieven op alle niveaus in de partij.

Om de partijcommissies beter toe te rusten op hun taak in het inhoudelijke debat in de partij en om voor VVD-leden meer inzichtelijk te maken waar deze commissies mee bezig zijn, is het wenselijk dat zij een eigen platform krijgen, in de vorm van een digitaal discussieplatform

Voorstel

Een intranet is een eigen informatienetwerk dat alle actieve deelnemers van een organisatie met elkaar verbindt. Hoewel het bij organisaties die geheel in één gebouw zitten, kan een intranet ook heel goed verspreide locaties met elkaar verbinden. Het voorvoegsel intra- slaat dus niet op ruimtelijke, maar organisatorische grenzen. Daarmee is ook het verschil met internet gegeven dat op zichzelf juist zowel ruimtelijke als organisatorische grenzen overschrijdt. Het ontwikkelen van een VVD-intranet biedt onmisbare mogelijkheden om de partij beter te laten functioneren. u

  1. Het verbeteren van de ledenadministratie door in- en uitvoeren van gegevens zoveel mogelijk te decentraliseren.
  2. Het bieden van een basis voor kaderplanning en –begeleiding, door van een beperkte groep leden een ruimere verzameling gegevens bij te houden, en voor uitwerking van het ringenconcept, waarbij mogelijkheden worden geboden voor variabele terreinen en mate van betrokkenheid bij de VVD.
  3. Door verbetering van voorbereiding en ‘nazorg’ verhoging van de kwaliteit van vergaderingen en andere bijeenkomsten en het verminderen van factoren tijd en plaats als belemmeringen om mee te doen.
  4. Het bieden van een persoonlijke ingang naar de VVD voor (actieve) leden, met de mogelijkheid om correspondentie in de ruimste zin van het woord zo snel mogelijk op de goede plaats te krijgen en te zien hoe het met de afhandeling daarvan gaat.
  5. Stroomlijning van interne processen; verhoging van het rendement van vrijwillige inspanningen (meer bereiken met minder moeite).
  6. Het beter faciliteren van de gewenste en/of noodzakelijke doorstroming onder functionarissen door betere informatievoorziening (uitgebreide jaarboek- en vademecumfaciliteiten).
  7. Het aanbieden van mogelijkheden voor enquêtes en referenda onder de leden.
  8. Iedere partijcommissie krijgt de beschikking over een eigen pagina op de VVD-site.

u Het systeem bevat in ieder geval tamelijk gevoelige persoonsgegevens. Dit vereist een fatsoenlijk niveau van beveiliging.

 

 

Voorstel 17: De volgende Tweede-Kamercampagnes

Inleiding

De VVD heeft in de aanloop naar de verkiezingen voor de Tweede Kamer van 15 mei een aantal steken laten vallen en uiteindelijk een forse nederlaag geleden. Die nederlaag voltrok zich in een heel unieke en bijzondere context. Het prepareren op de volgende verkiezingen is begonnen en vereist te zijner tijd toch weer een aantal unieke keuzen en creativiteit. De maatschappelijke problemen verschillen dan meer of minder van de huidige, de economische situatie kan anders zijn en er zullen wellicht andere concurrenten (partijen) in de piste verschijnen. Dat kan ertoe leiden dat een deel van het electoraat zich anders opstelt. Maar de lessen worden nu getrokken ten behoeve van volgende verkiezingen.

Voorstel

Voor volgende verkiezingscampagnes wordt grote waarde gehecht aan:

  1. Duidelijk en heldere verantwoordelijkheden vastleggen;
  2. Gewenst profiel kandidaten op stellen;
  3. Selectie en beoordeling professionaliseren;
  4. Meer gebruik maken van expertise in en buiten de partij;
  5. Professioneel omgaan met de huidige ‘mediacratie’;
  6. Dat wat decentraal kan gebeuren, moet decentraal gebeuren;
  7. Tijdig beginnen;
  8. Een grote eigen verantwoordelijkheid bij de politici

 

Voorstel 18: Voorkeursacties

De verkiezingen in 2002 hebben laten zien, dat het tijd is om de gedragscode en het protocol voor voorkeursacties aan te passen aan de huidige tijdsgeest. Daarom wordt voorgesteld voorkeursacties de ruimte te geven, maar daarvoor wel een paar spelregels als basis af te spreken. Bij verkiezingen zullen de afspraken in een gedragscode breed worden uitgedragen naar alle kandidaten.

In financiële zin wordt ervan uitgegaan dat de gelden uit campagnefondsen van de VVD ten goede komen aan de algemene verkiezingscampagne(s) van de VVD. Als kandidaten zelf fondsen werven voor hun voorkeursactie, moet deze inzichtelijk zijn en aan alle regels die de wet en de VVD stellen, voldoen.

Voorstel

Voorkeursacties bij verkiezingen zijn volop mogelijk. Voor het houden van een voorkeursactie gelden de volgende voorwaarden:

  1. Er wordt gebruik gemaakt van de VVD-huisstijl, waaronder het VVD-logo.
  2. Alle kandidaten houden zich aan het VVD-verkiezingsprogramma.
  3. Kandidaten spreken zich niet negatief uit over andere VVD-kandidaten.
  4. Eventuele fondsenwerving voor de kandidaat en/of de voorkeurscampagne is transparant, inzichtelijk en voldoet aan alle wettelijke regels voor fondsenwerving door politieke partijen en de regels van de sponsorcode van de VVD.
  5. Overigens dienen de kandidaten zich te houden aan de door het hoofdbestuur vastgestelde gedragscode

 

V Niet overgenomen ideeën

 

Met de 18 voorstellen gaat het Hoofdbestuur ervan uit, de inhoud van het 15-puntenplan te hebben vertaald naar concrete invoering in de VVD. Vanzelfsprekend zijn er uit de honderden ideeën die in de zomer van 2002 zijn geopperd, ideeën niet in de voorstellen verwerkt. Soms omdat ze strijdig zijn met de uitkomsten van de Ideeëndag, soms omdat ze al zijn ingevoerd in de VVD, soms omdat er veel discussie over was in de Werkgroep Partijvernieuwing of de Ideeëndag zodat er geen overeenstemming over was.

De kern van de zaak: meer invloed voor leden, meer betrokkenheid van volksvertegenwoordigers bij kiezers en een eigentijdse partijorganisatie, zit echter verwerkt in de voorstellen. Alle ideeën zijn opgenomen in de bijlage, zodat ze ook als inspiratie voor de toekomst beschikbaar blijven.

Eén conclusie uit de Ideeëndag is niet opgenomen in de voorstellen. Dat betreft een maximum van drie termijnen voor volksvertegenwoordigers. De argumenten daarvoor van het hoofdbestuur zijn tweeledig:

  1. Een maximaal aantal termijnen voor een functie kennen we vooral voor bestuurders die macht hebben. Een maximaal aantal termijnen heeft dan tot doel dat bestuurders niet tot te veel macht komen. Echter, volksvertegenwoordigers hebben een controlerende taak waarvoor dat argument niet op gaat.
  2. Na invoering van de voorstellen over een nieuwe (landelijke) kandidaatstelling hebben de leden reeds in een ledenraadpleging de mogelijkheid zich uit te spreken over de kandidatenlijst. Mochten er lang zittende volksvertegenwoordigers worden gekandideerd, die niet (meer) op steun van de leden kunnen rekenen, dan is er voortaan een rechtstreekse manier om dat te uiten. In afdelingen, voor de gemeenteraadslijst, is dat al mogelijk omdat leden al jarenlang het systeem ‘one man, one vote’ hebben. In technische zin zou een regeling over een maximum aantal termijnen ook onderdeel zijn van het ‘fractieprofiel’ wat door de Algemene Vergadering in het Technisch Advies wordt vastgesteld (zie de voorstellen voor de nieuwe kandidaatstelllingsprocedure).

VI Tot slot

 

In de algemene vergadering op 23 november 2002 wordt over de vernieuwingsvoorstellen van het hoofdbestuur besloten.

De vastgestelde vernieuwingsvoorstellen worden, zo het niet reeds lopend beleid is, opgenomen in het jaarplan voor 2003 en volgende jaren. Het jaarplan wordt aan de 56e JAV (16 en 17 mei 2003) ter besluitvorming voorgelegd.

De vastgestelde wijzigingen van de statuten en het huishoudelijk reglement bieden de mogelijkheid om het one-man-one-vote systeem en in voorkomend geval de ledenraadpleging al direct in te voeren. Het stemrecht in de 56e jaarlijkse algemene vergadering op 16 en 17 mei mei 2003, zal derhalve al op one-man-one-vote kunnen zijn gebaseerd.

De benodigde wijzigingen van de kandidaatstellingsreglementen zullen ter besluitvorming worden voorgelegd aan de 56e JAV.

Er dient wel een overgangsbepaling te worden geformuleerd in verband met de buitengewone algemene vergadering op 15 maart 2003, waarin de kandidatenlijst voor de Eerste Kamer wordt vastgesteld. Hier is immer sprake van een lopende procedure, waarin geen ledenraadpleging plaatsvindt en waarin het ook onjuist zou zijn om tijdens het spel de spelregels te veranderen. Buitendien vindt de wijziging van de kandidaatstellingsreglementen eerst plaats op 16/17 mei 2003.

In de BAV op 15 maart 2003 dienen derhalve de afgevaardigden het stemrecht uit te oefenen, conform de thans geldende reglementen. Er kan zich één bijzondere situatie zich voordoen, namelijk indien er vóór 15 maart 2003 Tweede Kamerverkiezingen plaats vinden. In dat geval moet het mogelijke zijn in een noodprocedure voor deze tussentijdse verkiezingen toch het one-man-one-vote systeem toe te passen.

Tekst overgangsartikel

De wijzigingen van de statuten, zoals door de 109e algemene vergadering op 23 november 2002 zijn vastgesteld zullen ingaan per 17 maart 2003. Indien voor deze datum er tussentijdse verkiezingen plaatsvinden voor de Tweede Kamer, zal het hoofdbestuur een noodprocedure ontwerpen waarin het one-man-one-vote systeem al mogelijk wordt gemaakt.

De benodigde structuurveranderingen kunnen derhalve al direct na de algemene vergadering van 23 november hun weerslag krijgen, echter voor de benodigde cultuurveranderingen heeft het hoofdbestuur ook daarna de medewerking nodig van u, verenigd in de afdelingen en centrales. Wat alleen tezamen kunnen wij de ambitieuze doelstelling om de VVD te vernieuwen en de leden weer aan het stuur te zetten, waar maken. "Na 23 november begint het pas."