De man die een gaatje in zijn hoofd boorde
In 1965 boorde Bart Huges een gaatje in zijn hoofd om zijn bewustzijn te verruimen. Vorige week is deze 'grondlegger van de moderne trepanatie' overleden.
Bart Huges, de man die wereldberoemd werd door in 1965 een gaatje in zijn voorhoofd te boren om zijn bewustzijn te verruimen, om 'permanent high' te zijn, is vorige week overleden. In alle stilte. Hij had zijn artsen gevraagd niemand, ook zijn familie niet, op de hoogte te stellen van zijn naderende dood.
Huges werd door zijn actie, op 6 januari 1965 in alle vroegte, in eenzaamheid uitgevoerd met een elektrische Black en Dekker-boor, de held van de alternatieve jongerenbeweging provo. Aanvankelijk zouden een paar vrienden, zoals dichter Simon Vinkenoog, filmer Louis van Gasteren en anti-rookmagiër Robert Jasper Grootveld de operatie uitvoeren, maar zij trokken zich op het laatste moment terug, volgens dagblad Het Parool omdat ze bang waren dat ze beschuldigd konden worden van medeplichtigheid aan moord.
Huges hield lezingen in het land over bewustzijnsverruiming, noemde een van zijn dochters Marie Juana, kwam op tv, ondermeer bij Willem Duys, die hij probeerde over te halen LSD te nemen om de geest te verruimen. Cineast en vriend Van Gasteren maakte een film over het boren van het voorhoofdsgaatje, waarbij de medicijnenstudent en reptielenliefhebber Huges de boring nog eens in scène zette. Na de jaren zestig werd het stiller rond Huges. Vijf jaar geleden zocht ik hem nog eens op.
Met een paar vrienden maak ik een pilot (proefuitzending) voor Apocalypso, een televisieprogramma dat we willen maken over randverschijnselen en sluimerende zaken, over dansen op de vulkaan. We vragen ons derhalve af hoe het is met de man die een gaatje in zijn hoofd boorde. Zou hij nog leven? En zouden mensen zijn voorbeeld gevolgd hebben?
Bart Huges zelf is snel gevonden. Hij woont in de Bijlmer en werkt in het Tropenmuseum. Aarzelend stemt hij toe in een interview. Bart Huges lijkt in niets op de donkerharige, slungelige jongeman die voor de camera van Louis van Gasteren reconstrueerde, wat hij een paar dagen eerder stoutmoedig met een boormachine gedaan had. Hij lijkt nog het meest op de kerstman. Witte haren, witte baard en een dikke buik. Het beroemde gaatje is een kuiltje hoog op zijn voorhoofd. Alleen zijn vriendelijke ogen met een zweem van melancholie - of is het waanzin- zijn hetzelfde. ,,Ik zie het gelijk,'' zegt hij nog voor we ons voorgesteld hebben, ,,jullie hebben het derde oog al''.
Zoals velen in de jaren zestig was Bart Huges op zoek naar een verlicht bestaan. Door experimenten met yoga, LSD en andere drugs kwam hij in 1962 tot het inzicht dat een hoger bewustzijn met het bloedvolume in de hersenen te maken heeft. In een notendop is zijn theorie, die ik uit zijn handgeschreven epistel The Mechanism of Brainbloodvolume wist te distilleren, bekoorlijk eenvoudig.
Een baby wordt geboren met een ongesloten schedel. Bij de meeste mensen sluit de hersenpan zich volledig rond het vijftiende levensjaar. Het bloed kan, sowieso gehinderd door de zwaartekracht, niet langer de allerkleinste haarvaten in het hoofd bereiken, omdat expansie op de hartslag niet meer mogelijk is. De hersenen krijgen daardoor minder zuurstof en glucose. Tenzij je een gaatje boort.
Het maken van een gat in de schedel is samen met besnijdenis, de oudste chirurgische praktijk. Het wordt trepanatie genoemd, naar het Griekse trypanon, dat boor betekent. Over de hele wereld zijn schedels gevonden met gaten, soms zo groot als rijksdaalders. De oudste werd in Frankrijk opgegraven en dateert van 5000 voor Christus. Trepanatie is nog steeds een ritueel gebruik bij enkele Afrikaanse stammen.
In de Middeleeuwen trepaneerde men om demonen te verdrijven. Op prenten en schilderijen, onder andere van Hieronymus Bosch, doorboren chirurgijnen de schedels van onwillige geesteszieken. Men geloofde dat het een gunstig effect had bij hevige hoofdpijnen, epilepsie en psychoses. Maar trepanatie werd niet enkel ingegeven door bijgeloof. Net als de oude Grieken, trepaneert men tot op heden om zwellingen, als gevolg van ongelukken, te verlichten.
Drie jaar lang probeerde Huges chirurgen te overtuigen de noodzakelijke operatie uit te voeren, om tenslotte in 1965 zelf de boor ter hand te nemen. ,,Het was een fluitje van een cent, maar het kostte me vier uren om het bloed, dat door de boor de kamer in geslingerd was, op te ruimen.''
Louis van Gasteren vertelt ons later dat Huges vrienden destijds vermoedden dat hij, geschrokken door het vele bloed, niet werkelijk door de schedel, tot aan het hersenvlies geboord had. Na wekenlange observatie in een psychiatrische kliniek, maakte Huges zijn bevindingen echter wereldkundig. Zonder veel succes. Hij werd voor gek versleten. Slechts een handvol mensen zou zijn voorbeeld volgen.
Op mijn vraag aan Huges of hij zichzelf als een messias ziet, antwoordde de grondlegger van de moderne trepanatie: ,,Christus is een trepaneur geweest, zoon van een timmerman, en de eerste die met de overslagboor werkte. Daarmee ben je in vijf, zes omhalen door de schedel, dus langer dan een paar seconden hoeft de getrepaneerde geen pijn te lijden. Zijn leerlingen waren er schijnbaar heel tevreden over. Alleen Judas moeten we zien als iemand die het derde oog al had en die dus naar waarheid verklaarde dat hij niets merkte van het gaatje. Het Christusverhaal gaat echt nergens anders over, dan over trepanatie, want ze kunnen mij niet wijsmaken dat er na de dood nog iets valt op te staan. Dat men dat gelooft is vreselijk treurig.''
