‘Ik ben jood’, dat bepaalde Sharons visie

Premier Sharon in  september 2000 als oppositieleider op de Tempeberg in Jeruzalem; een bezoek dat wel wordt gezien als katalysator van de Palestijnse opstand.
Door correspondent Oscar Garschagen

Premier Sharon zal volgens zijn artsen niet terugkeren in zijn ambt. Israël bereidt zich voor op een toekomst zonder zijn bevelhebber.

Ariel Sharon bestuurde Israël een opperbevelhebber, als de soldaat die iedere steen, iedere heuvel en iedere vallei kende omdat hij daar een leven lang tegen Arabieren heeft gevochten, nederzettingen en zelfs steden heeft gebouwd. Een democraat is hij nooit geweest, omdat hij meende het beter te weten dan wie dan ook.

Gesloten eigenzinnigheid in combinatie met ijzeren discipline, doorzettingsvermogen en grote persoonlijke charme waren kenmerken van Sharon. Volgens de behandelende neurochirurg, dr. José Cohen, heeft hij een „hele goede kans” de hersenbloedingen en drie operaties van de laatste week te overleven, „maar zal hij niet in staat zijn terug te keren als premier.” Israël bereidt zich daarom kalm voor op een toekomst zonder Sharon in de beige stoel met verhoogde ruggensteun en versterkte voet in de ministeriële vergaderzaal. Dat gebeurt in het besef dat er op afzienbare termijn weinig zal veranderen.

Volgens de grote meerderheid van de Israëliërs, ook ter linkerzijde, is Sharons grootste verdienste dat hij door zijn keiharde aanpak van de intifadah (Palestijnse volksopstand) en de bouw van de afscheidingsbarrière een gevoel van veiligheid heeft gecreëerd. Miljoenen wist hij er steeds opnieuw van te overtuigen dat hij de enige was bij wie de veiligheid van de joodse staat (en de groeiende economie) in goede handen was.

Het Israël dat Sharon voor ogen had, is een joodse staat met verenigd Jeruzalem als hoofdstad, op grondgebied dat ook grote delen van de Westelijke Jordaanoever omvat en van de Palestijnen is afgescheiden door hekken, muren en grensposten. Delen van Jeruzalem in een joods en een Palestijns deel, en het opgeven van de gebieden rondom de grote, verstedelijkte nederzettingen op de sinds 1967 bezette Westelijke Jordaanoever waren onbespreekbaar.

De laatste jaren van het tijdperk-Sharon werden gekenmerkt door de verjoodsing van Jeruzalem en de uitbreiding in recordtempo van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. De betonmortelwagens zorgden gisteren voor opstoppingen op Route 5 bij Ariel, waar gewerkt wordt aan de afscheidingsmuur en aan nieuwe appartementen.

Of hij na de komende parlementsverkiezingen, die hij waarschijnlijk zou winnen, een nieuw plan zou hebben gesmeed om een reeks kleinere nederzettingen te ontruimen, is een vraag die nooit beantwoord zal worden. Er waren geruchten, en zelfs hoop, maar zelf ontkende hij ten stelligste dat de ontruiming van de nederzettingen in de Gazastrook gevolgd zou worden door een gelijksoortige ‘afscheidingsoperatie’ op de Westelijke Jordaanoever. Er was geen aanwijsbare reden om aan zijn woord te twijfelen.

De ontruiming van de nederzettingen in de chaotische Gazastrook in de zomer van 2005 leidde tot een internationale metamorfose, hij werd van krijgsheer opeens een vredestichter. De Amerikaanse president Bush zag in het Israëlische vertrek uit Gaza opnieuw het bewijs dat Sharon „a man of peace” was. De bijzondere band met de president gebruikte Sharon echter vooral om ongestoord zijn gang te kunnen gaan. Sharon kreeg van Bush de verzekering dat Israël de geannexeerde gebieden rondom Jeruzalem en de grote nederzettingen in een eventuele vredesregeling mag houden. Het Amerikaanse Congres steunde deze toezeggingen voluit.

Van de verdeelde Europeanen had hij ook weinig te duchten. Sputterende Europeaanse regeringsleiders en ministers lieten zich, uiteraard op hoffelijke wijze, het bos insturen. Sharon speelde behendig in op het Europese schuldgevoel over holocaust en het oplevend antisemitisme.

Sharon in functie was geen vredestichter, hij is een sabra, een immigrantenzoon in Palestina, een boer, een soldaat die de logische overstap naar de politiek maakte, net als talrijke andere succesvolle generaals. Sharon omschreef zichzelf als volgt: „Ik ben jood, eerst en vooral, een jood die de geschiedenis van de joden kent.” Daarmee was volgens hem alles gezegd. Dat bepaalde zijn reacties, zijn visie op Israël, de Arabische wereld, de Europeanen. Israël beschouwde hij nog altijd als „potentieel slagveld”, omdat de Palestijnen en de Arabische buurlanden „nog steeds niet onze historische claims accepteren”.

Hoe zijn pas opgerichte Kadima-partij om zal gaan met Sharons visie is niet moeilijk te voorspellen. Een fundamentele koerswijziging ligt onder een Kadima met Olmert op de brug niet in het verschiet. Het is niet uitgesloten dat Olmert nederzettingen wil ontruimen in gebieden die voor Israël niet werkelijk van belang zijn, maar of hij daar als premier krachtig genoeg voor zal zijn, wordt betwijfeld. Bovendien, ook voor de oud-burgemeester van Jeruzalem is een deling van de hoofdstad met de Palestijnen, terugtrekking uit de Jordaanvallei of ontmanteling van grote nederzettingen onbespreekbaar.

En net als zijn leermeester is Olmert bereid alleen een volledige demilitariseerde Palestijnse staat te aanvaarden in de enclaves rondom Nablus, Jenin, Jericho en Hebron. De Israëlische historicus Tom Segev constateerde in een politieke balans van Sharons lange, bewogen leven, dat tijdens diens premierschap duizenden Palestijnse militanten gevangen zijn gezet of vermoord. „En wat is het resultaat? De Palestijnen hebben niet de witte vlag gehesen, zoals gehoopt, maar gaan de groene vlag van Hamas hijsen.”

Gepubliceerd in:
Weekkrant